De huivering mens en zijn taal de eerste persoon enkelvoud

DE DRIVERS SEAT; DE EERSTE PERSOON ENKELVOUD; EEN WAARSCHUWING VOORAF.

Waarschuwing:
Metaforen en denkmodellen zijn als ‘bouwsteigers’ evenzeer onvermijdelijk als misleidend en het is zaak ze los te laten nadat zij hun werk hebben gedaan. Zodra de bouw van het denkbeeld voldoende is gevorderd kunnen de hulpmaterialen weg zoals partituren niet meer zijn dan een skelet en het ware muzikale ‘vuur’ spelenderwijs moet ontstaan. Partituren en metaforen zijn tijdelijk en uiteindelijk ongewenst net zoals bouwsteigers. Metaforen vertonen de neiging zich te handhaven in de voortgang van een discours waardoor gesprekken en gedachten vaak ‘uit de eigen rails’ lopen. Pas op met metaforen.

Besef ook dat denken, leven, beleven momentaan is, gebonden aan eigen tijdstippen en mitsdien zelden precies herhaalbaar zoals ook muziek zich rond het lopende moment organiseert en manifesteert en uitvoeringen in finesses verschillen. Wie in muziekstudio’s heeft gewerkt weet daar het nodige van.

En toen.
Hierna probeer ik een mensmodel op te tuigen, te schetsen en dat komt uit bij de mens als een sensorenstelsel, een zinderende neurale verknoping van lichaam en geest, in toenemende mate, met de jaren aangevuld door eigenheden, patronen, littekens, gewoonten, frustraties, you name it. Ik beschouw zo’n wezen als een samengaan van veelsoortige vibraties. Zo verschaft het effect van klank (semiotiek) vaak meer betekenis dan de gevestigde inhoud van een woord (semantiek), bijna zoals geur ons direct “aanvliegt” en voorbij gaat aan ons cognitieve stelsel. Dat verschaft mensen/ lichamen een grappig soort zelfstaandheid en die sensorische autonomie beperkt zich niet tot kietelen en zien-geeuwen (spiegelneuronenwerking) alleen. Voor de ‘bewoner’, de ‘ik’, van zo’n ondervindingenwolk, is het zaak de eigen gebruiksaanwijzing gaandeweg te ontwaren. Volgens mij hebben we daar een heel leven voor en kan ouder worden, cq langer leven door een samengaan van aanpassen en inzicht-verwerven als een weldaad uitpakken.  Nu eens moet de ondergrond, de achtergrond of perceptie, dan weer moet de belichting worden aangepast. Maar wie lichaam en geest loskoppelt zal er nooit veel van gaan begrijpen. Wie ze als geheel beschouwt heeft ook zo maar geen antwoord maar blijft met de minst onjuiste vragen achter en ja, veel meer dan dat kan denkend leven niet opleveren.

En niets staat stil. Werkelijkheid bestaat ( bij wijze van spreken, pas op dit is een metafoor !) in vele films tegelijk en is beslist geen foto, still of plattegrond, zoals mensen zo graag zouden willen. De werkelijkheid is alleen Nú (zojuist dus) aanraakbaar en al de rest is duiding of planning, communicatie, verwijzing, theorie.  Zowel verleden als toekomst zijn slechts in woorden te representeren. Maar ook mbt de actuele, tot hetgeen men bijwoont geldt dat denkbeelden een doorslaggevende rol spelen voor hetgeen men ervaart. Ondanks dat hier en nu zintuigelijk te ondergaan is, speelt theorie en beeldvorming een cruciale rol. Niemand beleeft zijn omgeving als een onbeschreven blad. Kinderen zijn wellicht het minst beschreven maar ook het minst bedreven. Daartussen speelt de enkeling die wij allen zijn het spel.

1. De huiveraar. 
Het sensorium. De mens als vibratie-ontvanger en zender, processor, trommelaar en trommelvel, als samenstand van energie-sensaties, een wolk vervuld van wervelende bevindingen. Een complex van interpreterende instrumenten die behalve voor de betekenis van woorden evenzeer gevoelig is voor al die andere signalen die hem bereiken: de toonwisseling de toonhoogte, de oogopslag, geur, lichaamstaal, multizintuigelijke zindering en samenstanden van vibraties en interpretaties die versterkt tot ondervindingen leidt. Alles aangevuld met herinnering, bedoeling, belang et cetera en geobsedeerd door de noodzaak tot zelfhandhaving. Zoals dansen en geluiden bij dieren en zogenaamde primitieve volken. De mens maakt heel veel geluiden en geluidsvariaties die niet de strekking hebben te verwijzen naar woordenboeken of etymologie. Veel meer dan vaak gedacht wordt ‘lezen’ we andermans sensorium zoals ook dieren dat almaar doen. Woorden verwarren veel eerder dan gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal. De enkeling als een turbulentie, als zelfhandhavend poly-instrument. Een gelaagde en actieve wolk energie, trilling, ondervinding. Besef dat heen en weer gaat over schotsen van bewustzijn:  “ben ik ? ben ik ik ?, want kan ik denken ? wat kan ik doen ? wat kan ik zijn? Zijn ?” Taal is niet alleen referentie of expressie of poëzie. Het is ook trilling, hoog, laag, veranderend, knetterend. Een soldaat op een slagveld is niet uitsluitend aan het moorden. Hij ondergaat de krankzinnige geluiden van mortiers, afgeschoten of inslaand en van mitrailleurs en al die andere daverende geluiden, beelden, angsten, de hele pyromanie. Heel anders vergaat het de kerkganger of de kloosterling waar teksten tot in der eeuwigheid herhaald en herkauwd worden. Hun bezigheden en ervaringen komen niet slechts in de begeleidende teksten naar voren. Hun ondervinding is veel ruimer dan hun opdracht en ook de soldaat is door wat meer bevangen dan vaderlandstrouw of zijn opdracht. Zintuigen en al wat verder in het zenuwstelsel leeft, verschaffen nogal wat meer input dan alleen de semantische codes waar wij als ‘symbolic species’ zo sterk op gericht zijn.

a. Ik, de eerste persoon enkelvoud. Het primaire dashboard. Taal als klankpalet. Homeground ook van de muze.

Zie het zo : de wolk die jou vormt, het geheel van zenuwstelsel en hersens, bestaat in en wordt aangestuurd door vibraties van buitenaf en van binnenuit. Tastsensaties, geluids- en lichttrilling, geuren, herinneringen, noden, driften, affecties zetten zich voort in ons sensorium waar neurale micro-elektra en nogal wat chemie uiteindelijk de psychosomatische cloud ‘mens’ vormen. Die actieve wolk koppelt onafgebroken prikkels uit heden, verleden en ook uit de veronderstelde toekomst en vormt zo een gemoedstoestand, een gebundeld besef. Prikkels van binnenuit en van buitenaf. Ieder in zijn eigen ladingstoestand. De eerste persoon enkelvoud, de epe. Die “seat of sensation” is geen abstractie, valt niet samen in een punt maar vormt een ruimtelijke samenstand, een wolkje neurale alertheid, een gloeiend veld. Een zelfhandhavende activiteit met lach- en slagkracht. Bevindelijk en voortdurend. Die noemer, de kleinste gemene deler in de breuk samenleving, de molecuul “mens” waarvan het bestaan en voortbestaan wordt erkend en beschermd in de universele verklaring van de rechten van de mens, de UVRM. En primair is het de enkeling die het waard is te bespreken en alleen voor en door die enkeling is een voldragen vocabulaire ontwikkeld. De grondtoon voor alle geesteswetenschappen dient te liggen in de enkeling op een zeker moment. In zijn momentaanheid, gebonden aan een zeker tijdstip, ‘gezeten’ achter zijn dashboard.

Alleen de enkeling in zijn totale ondervinding gebonden aan de door tijdsverloop vervloeiende werkelijkheid is hier de moeite van alle aandacht waard. Alle andere focus, clubs, groepen, naties, districten, continenten, vormen abstracties die hun relevantie slechts ontlenen aan de enkeling in zijn moment. Zorgvuldig taalgebruik is hier geboden. Wie de echte levende ademende mens, mijn enkeling in zijn seat of sensation en in zijn voorlopigheid niet steevast als uitgangspunt neemt in het denken over al hetgeen de mens betreft, kan onmogelijk tot geldige uitspraken komen. Hij broddele voort voor eigen rekening en risico maar zijn conclusies verdienen geen gehoor. Zo mag ik aan het artikel in mijn dagblad waarin een zogenaamde relevante denker wordt geciteerd met de tekst “Frankrijk is depressief” voorbij gaan omdat depressiviteit geen andere dan een eigenschap van een individu kan zijn en wie dat niet respecteert, schrijft romans, is literair of voor de amusementsindustrie aan het werk, wekt wellicht ooit de aandacht van Walt Disneymanagers, maar verdient geen verdere bespreking dan als illustratie van deze grootschalig gemaakte taal-en denkfout. Wie het lemma ‘depressief’ toedicht aan een natie, is een fantast, een misleider en al gauw een hitser. Zoiets is publicistengedrag en daar gaat de wereld al lang en almaar meer gebukt onder. Het is metaforische kolder om een groep eigenschappen van een enkeling toe te dichten. Er zijn precies zoveel percepties als dat er mensen zijn. De schaal van de enkeling is de maat voor alle beschouwing in de huamaniora. Het enige geldige ijkpunt, de eerste persoon enkelvoud.

Maak een reis door je lijf, oefen in ondervinding, beleef een knie, een bil, een pink, je nekhaar, denk aan je oma, aan een treinreis, aan je vierde verjaardag, een ijsje, je beste vriendin. Of aan afwassen. Yoga en Tai-chi hebben de autonomie van deze wolk, van dit heelalletje als hun aangrijpingspunt en in minder bewuste mate doet gymnastiek dat ook en voegt sport daar nog de verbinding door competitie als doelstelling aan toe zoals ballet een greep doet naar iets esthetisch. Wie je bent ligt vast in dat sensorium, in die ikwolk. Hersenen zitten door heel je lijf. Dankzij het zenuwstelsel hebben de hersens een pink en de pink hersens. Zo’n wolkje, die eerste persoon enkelvoud waarin ieder dan zogezegd is genesteld is ook de favoriete positie, de maatgevende focus, de ‘drivers seat’ van waaruit romans, soaps, games, commercials, supermaktlayouts,  tv á la John de Mol worden aangereikt. Allemaal zijn ze bezig met/ vanuit die epe, die noemer. Hier ook is de verklaring van het placebo-effect te vinden. Het ego als echo-put.Een waarmaak-mechaniek. En terzijde zij opgemerkt het toch zo fijn zou zijn wanneer openbaar bestuur ooit nog eens zover komt om waarlijk en blijvend op die noemer te sturen en dat niet alleen in verkiezingstijd.

Niets is ons vertrouwder en geliefder dan de perceptie vanuit één mens, vanuit één persoonlijkheid en om te verleiden of te engageren wordt daar het gemakkelijkst bij aangeknoopt. Wie een film, opera of toneel bekijkt neemt doorgaans deel via identificatie met één van de acteurs. Even achter een ander dashboard, als in een simulator. Dit lijkt mij ons muzische deel, waar logica de tweede viool speelt. Communicatieprofessionals weten daar nog veel meer van al heb ik hun bedoelingen niet hoog op. En onderschat romanschrijvers niet. Onder omstandigheden kun je ons mensen wel eens als een horde aanpakken maar voor enig begrip en de meest juiste aanpak is die gepersonaliseerde (muzische) benadering favoriet. Zo meen ik. In de autoindustrie is al heel lang bon ton wat in de politiek maar niet wil doordringen. De enkeling is de maatgevende focus. Wie vanuit de drivers seat denkt, pakt ons het gemakkelijkst in, weet ons het eerst te beroeren. De epe is ieders grondhouding. Wie van buitenaf naar alle facetten van zo’n persoon kijkt zal opmerken hoe intens typerend dat gehele beeld is voor juist die persoon. In oogopslag, houding van het hoofd, trekken in het gezicht, ademhaling en heel veel meer aan subtiliteiten is een wereld aan onderscheidingen te ontdekken. Een voelbare zindering in de manifestatie van de ander, zoals alleen die persoon dat heeft. Het is me maar enkele keren in mijn leven overkomen dat ik twee karakters tegenkwam die in essentie verregaande overeenkomsten hadden, maar tegelijk frappeerde die ervaringen mij en maakten duidelijk hoe breed het spectrum is waarover wij aan elkaar verschijnen. De waarnemer moet ik zo’n geval daar dan ook weer oog voor hebben. De kijker en de bekekene moeten een zeker raffinement overeenkomstig heen. Zo meen ik.

b. Gezinsleven

Nu een uitbreiding van het dashboard. De eerste persoon meervoud. Taal speelt hier een grotere rol en is in de eerste plaats verbindend, poëtisch, behagend, gesproken en getoonzet en komt verrijkt met gebaren, gezichten, getoonzet en ingebed in een dragende omgeving op ons af. Het leven binnen “de voordeur” van ieders woning. Warm. Politieke keuzes zijn hier in beginsel ver weg en ‘links’ en ‘rechts’ en een mengelmoes aan lifestyles slapen op hetzelfde kussen. Er is weinig tl-licht. De koude, onpersoonlijke openbare ruimte is ver weg. Je kat, je kind, je partner, je eigenheid , het hol, de woon- en de slaapkamer waar jouw wil volkomen en doorslaggevend is en waar je bestaan geen rechtvaardiging behoeft. Hier wordt niet naar je ID gevraagd. Hier kun je je soeverein voelen. Je bent hier het alfa en omega, gekend, in staat, relevant en tegelijk kwetsbaar doordat voorkeuren zoals een lievelingskleur of andere keuzes die je personalicum vormen en je leven inrichten en die uiteindelijk niet te verantwoorden zijn. Kledingkeuze reken ik er toe evenals make-up in de ruime zin zodat ook auto’s en woninginrichting meedoen. De euforie ‘ik’ die ook de contacten met intimi, gezinsleden of andere “woonkamerdelers” omvat. Hier is ieder significant en kan smaak de doorslag geven. Hier zijn we allen persona grata. Per defintie.

Er wordt warmbloedige taal gesproken in een eigen huisstijl waarin feiten en logica bijzaak worden bij de omgang met elkaar. Spreektaal. In deze omgeving waarin wij in pyama kunnen gaan is een half woord genoeg en spreken ogen boekdelen. Hier voert men een eigen nomenclatuur. De omgang met elkaar tot viering en voortplanting en met het woord en de mond als instrument om onderling te verkeren. Hier zijn éérst mensen en dán wetten. (het eigen dialect is de voertaal). Het individu als maatgevende structuur en zijn aanspraak op zelfhandhaving geldt als vanzelfsprekendheid. Iedereen mag er zijn.

Alles binnen die voordeur, de schutsluis tussen privé en publiek. Binnen die sluis, die praktisch gesproken doorgaans wordt gevormd door het halletje van de woning ( een verplichting uit de bouwverordening ), zijn we personen optima forma. Dat is de plek voor geluks-beleving en ontwikkeling. Hier ook worden winden en boeren gelaten en geldt het verbod van huisvredebreuk. De wereld binnen de voordeur is waar wij onszelf mogen vieren. De eerste persoon enkelvoud temidden van zijn intimi.

Ter zijde zij hier opgemerkt dat het een kenmerk van welgestelde of voorname lieden is om het personalicum, de wolk eigenheid rondom het eigen lichaam te vergroten. Echte rijke voorname lieden hebben een enorme extensie rond het sensorium gebouwd. Grote tuin, sterke selectie naar geestverwantschap tot aan een hofhouding zodanig dat men ook in de openbaarheid omgeven is met eigenheid en de intimiteit van thuis om heen blijft als ze zich verplaatsen. Tot aan een complete hofhouding toe. De uiterste consequentie hiervan kan zijn dat de persoon in kwestie de buitenwereld niet meer ervaart doordat die wolk onafgebroken met hem mee beweegt. Tot in het eigen straalvliegtuig toe en in hotels waar per verdieping wordt gereserveerd of men neemt zoals Anwar Kadaffi zijn eigen tentencomplex mee.

De woonkamer, het nest van de enkeling is in beginsel vervuld van warmte en intimiteit. Een broedplaats.

c.Het publieke domein. Onpersoonlijk. Ordenende taal. Onderscheidende taal. Denoterend. Logica. Prescriptief. Maatschappelijke wiskunde. Koud. Toonloos. Ondubbelzinnig. Linker hersenhelft. Neutraal. Le contrat social. Eérst wetten, dán mensen. Institutioneel. Het publieke domein waar neutraliteit ruimte voor allen moet bieden.

Hier, buiten wat ik elders de voordeur noem, heerst liefst en in de eerste plaats de neutraliteit met geweldloosheid als maatgevende bedoeling. Hier doet niemand er in het bijzonder toe. Veiligheid en geweldloosheid zijn hier primair. Er is veel helder tl-verlichting. Camera’s voor mijn part. In de sfeer van de staatstaal, de straattaal zijn er eerst wetten en dan mensen en is veiligheid de primaire taak van de overheid die het monopolie heeft op geweldstoepassing volgens vooraf vastgelegde regels en die bereikte veiligheid legitimeert de staat.

De verbindende taal en dito gedrag van thuis staat in de openbaarheid tegenover een geheel andere onderscheidende taaltoepassing, de staatstaal gevormd vanuit de herders, de bestuurders, de priesters, de politiek. Hetzelfde lego, hetzelfde symbolen- en geluidenpakket met een volstrekt ander doel. Kun je er binnen de voordeur lustig op lospraten en spelen met betekenis, daarbuiten ligt dat anders. Op straat bepaalt de ander wat je zegt met je woorden. Desnoods doet een rechter dat voor je. Daar wordt betekenis aan je toegerekend en is jouw wil bijzaak. Framen, spinnen, manipuleren. Buiten de schutsluis van het persoonlijk domein moet je op je woorden passen. Hier ben je niet zo maar persona grata. Het inzicht wat hier gaande is, de communicatietechniek (communicatie als wetenschap, een logica dus), genereert meer macht dan welke militaire eenheid ook. Sluipenderwijs. Als een stealthtechniek sturend op de schaduwwerking van woorden. De kernfusie die woordgebruik teweeg brengt maakt en breekt samenlevingen.

Sinds Mozes’ goed bedoelde truc met de stenen tafelen is het hek van de dam en hebben almaar meer machtshebbers religie ontdekt en aangewend als het ideale gereedschap om individuen te besturen via de politieagent die religie in enkelingen inbouwt. De brutaalsten voegden kerk en staat samen en iemand (Lodewijk XIV ?) zei : L’état cést moi !” In wat dezer dagen gepresenteerd en bedoeld wordt als representatieve democratie is naar de letter het knechten, de horigheid afgeschaft maar, in de connotatie en de implicaties van regelgeving, onder het tapijt en in de mouwen van bestuurders krioelen de garanties voor belangenbehartiging van derden. Voor wie niet wakker is, wordt taal en tekst al spoedig een fopspeen of zelfs een boobytrap. Woorden bespelen het snaarinstrument mens van velerlei kanten. Op straat is het niet pluis. Let op je woorden. Ik schrijf daarover in ‘vrijheid als verpakking’.

(Kunst brengt wel eens connoterende taal in het neutrale domein en dan mag die kunstenaar zijn subjectiviteit in den brede gelden, zoals in kledingmode. Dan komen kleuren en geuren uit een toonaangevend personalicum de neutraliteit binnen. Romantiek en Nationalisme smeedden zo hordes aaneen. Religie wordt hier ook al snel geannexeerd door machtzoekers die het gemunt hebben op volgzaamheid van gelovigen. Maar geloof (niet de bestudering ervan) is muzisch en niet logisch van aard)

2. Het woord als toverbal en klankbouwsel, verbindend en onderscheidend.

Kabaalmaker is de mens vanaf de geboorte en wie zojuist geboren niet krijst, jankt of kermt, krijgt een klap op zijn kont om op gang te komen. Zo’n baby wordt dan desnoods ‘gestart’, aangeduwd, alleeh !, hortsik !! Geen idee of de vroege mens eerst loeide, blaatte of balkte maar uiteindelijk kwamen de woorden, de meerduidigheden en ook de vraag of logica echt veel meer is dan wensdenken. Taal, in woorden en zinnen is drager van betekenis die mede wordt gevormd door toon, dictie, decorum, ondertoon, intensies, bedoelde en bijkomstige effecten zoals dat in poëzie en zang ten volle naar voren komt. Intonatie speelt een eigen rol in het gesproken woord maar ook voor wie leest is de klank van een woord en de melodie van een zin van belang. De (stille) lezer kan zich klank verbeelden. Zo meen ik. Tekst is ook tonale partituur. En in con-versaties draagt de oogopslag naast minmale toonwendingen en overige lichaamsvibraties het nodige bij aan de finale boodschap. Mime en ballet zijn aan de woorden voorbij en in opera is de plot vaak niet meer dan een platitude. Op het drumstel ‘mens’ slaan velerlei trillingen in en ook worden velerlei frequenties uitgezonden. Zo beschouwd is de mens vooral zijn eigen kippevel, een kolkende kermis van neurale activiteit met een naam en een burgerservicenummer. Een klankkast vol verbeelding. Aan frequentiecomplexen kunnen betekenisladingen worden toegekend. Associaties spelen hier een rol en muzikaliteit als betekenisclustering is nooit ver weg. Het woordenboek is poortwachter maar is uiteindelijk zo lijdzaam als het kadaster. Eerst mensen dán regels zo betoog ik almaar weer. Zingeving is niet alleen noodzaak om vervullend te leven maar de mens legt desnoods betekenis op aan blanco fenomenen en is aldus vaak meer projector dan camera. Ordeloze blakte is de verschijningsvorm van de dood en leven onderscheidt zich daarvan door noodzakelijke tendensieusiteit. Het leven, zinnigheid is de uitzondering op de dood die default is. Materie met niet meer dan planetaire samenhang noem ik dood. Aldus is ook de aarde een levend wezen, dat in enkele honderden miljoenen jaren de huid binnenste buiten draait.

Taal in verhalen heeft een verborgen dirigent in de sturing van de auteur. Die mag ongemerkt de juiste vibraties scheppen en overtuigen door consistentie en coherentie. Regeren door gehoorzamen. Geloofwaardigheid door het opkomen van vragen vóór te zijn. En in de kunst heerst vrijheid jegens zingeving en wordt de zorg om consistentie en coherentie moeiteloos losgelaten. Om desnoods tot verassing van de kunstenaar zelf alsnog tot betekenis te komen, ook al verneemt hij die dan soms van derden. Zingeving als spel. Van krijtstreeppak naar pyama is ook maar een kleine stap. De manifestatie schept zijn eigen urgentie, de eigen reden tot zijn. Muze als het hoogst haalbare. Van zooi tot vlijmscherpe boodschappen. Tussen alles en niets. (Zoals kunst en beroemdheid voortkomen uit de behoefte van het publiek en niet primair uit de eminentie van de beroemdheden in kwestie.) Het spel van ongehoord- en ongehoorzaamheid. Tot aan of iets over de grenzen van het bevattelijke. Het gebied ver van ons bed. Hoewel. Wie zijn ogen sluit ziet alles wat hij wil.

Denk aan wachtkamergesprekken of wat aan de orde komt bij treinvertraging of in werkkeet van uitgeregende hoveniers en bouwvakkers. Betekenis is situatie- en interessegebonden en na verloop van zeg 300 jaar hebben woorden een gewijzigde lading. Het getij is dan verlopen. Zo is dialect onafgebroken in handen van vindingrijke taalsmeden in fijnzinnige subculterele processen. Een smeltkroes van persoonlijkheden en gemeenschappen waarvan de regels niet eventjes gedownload kunnen worden. En ondertussen wisselt álles. Woorden- en wettenboeken ontstaan in het kielzog van de driftende mens. Er zijn eerst mensen en dán regels zo word ik niet moe te betogen. Er is veel behoefte aan wiskunde en religie in het kolkend bestaan. Er klinkt een schreeuw om duidelijkheid over de aarde. Wie er in slaagt iets te geloven, komt wat gemakkelijker tot rust, zo lijkt het. Anomie is de levende dood.

3. Communicatie als industrie. De handel in schaduw.

a. Persoonlijke verbanden. Contacttaal. Verzustering.
Taal, woordgebruik vindt plaats binnen sferen, in subculturele wolken en is gekaderd door voorspel, omgeving en doel en meer van dat. Zoals in de vooropgezetheid van een vriendenkring, die naar elkaar toe praat, con-verseert, waar men eigen standpunten stilletjes het zwijgen oplegt omwille van cohesie en innigheid en waar logica het nogal eens moet ontgelden. Het gaat hier over ont-moeten, con-verseren, overeen stemmen van persoonlijkheden, ontremmen, emoties zoeken en delen. Liederlijk samen komen. Dans, muziek en meer buitentalige omgang zijn dan niet ver weg. De mens op zoek naar deelbare warmte, naar innigheid en verbinding. Er is heel veel meer communicatie dan alleen door taal. Intieme taal is veelal gesproken taal en is voorzien van toon, van een zindering die verloopt via de gevoelswaarde van de woorden en hun klank. Onmisbare bijwerkingen. Zo beleven we de ondertoon, de connotatie, het aura van een woord. Taal als een zalf, als drager van emoties. Le mot passionele. Woorden ook als disposables, eenvoudig vervangbaar en tijd en plaats gebonden. Niet de woorden maar hun verbindende uitwerking, warmte, compassie, naastenliefde sui generis vormt de essentie, de aanleiding tot woordgebruik. Convergerende kracht. Al dan niet met een veelzeggende blik in het oog, het gelaat en daaromheen, de make up, de kleding, ambiance. Alles draagt bij aan het vuur ‘ik’. ‘Wij’ eeuwig op de vlucht voor eenzaamheid. Met een doel binnen de relatie, door de relatie. Verbroedering. De strijd tegen eenzaamheid is vol-continu en houdt aan van de wieg tot het graf. Dat doel heiligt alle middelen. Een revolutie die slaagt is wettig.

b. Neutrale verbanden. Contracttaal.

Bureaucratie is een nauwgezet woordenbouwwerk dat gisteren hetzelfde moet doen als morgen. Instituties bedienen zich daartoe van de denotatie van het woord. Alles is gericht op eenduidigheid, ordening en het reguleren van het grote en kleine samenleven. Met neutraliteit als troef en vrede en veiligheid als allerhoogste en allereerste noodzaak. Bureaucratie behoeft vaste definities en onpersoonlijke samenhang en ‘zonder aanzien des persoons’ is zelfs een voorwaarde voor de juiste werking. Met het geschreven woord als bouwsteen en coherentie als voorwaarde. Nu de wereldgemeenschap in en door taal bestaat is eenduidig woordgebruik van vitaal belang om tot ordening te komen. Vermoedelijk gaat de mensheid ten lange leste die kant wel op maar vooralsnog is bloed de inkt van de macht en zijn alle landsgrenzen in bloedstromen geschreven.

3. Taalgevaar.

Beide taalsferen, privé-persoonlijk en publiek-neutraal-openbaar, gebruiken dezelfde woordenschat, dezelfde vocabulaire en die speelruimte vormt de niche van communicatietechniek. Zo vestigt connotatie, gevoelswaarde van woorden zich, net als geursensaties sneller en onbewuster in de menselijke ondervinding. Het glipt langs of door de prefrontale cortex en vormt een machtsmiddel om mensen te robotiseren. Dat kan ten goede of ten kwade worden aangewend en wie samenlevingen een tijdlang beschouwt kan vaststellen dat de inzichten in en de bewustheid van deze mogelijkheden met taal samen met lobbyen op alle denkbare bestuurlijke niveaus de kiezer het nakijken geeft waar het gaat om de ware beslissingsmacht. Wereldwijd zijn spinspecialisten kind aan huis bij bestuurders en machthebbers en Machiavelli is bij dit soort consultants nooit ver weg. De implementatie van inzichten uit communicatiewetenschap vinden doorgaans heimelijk plaats. Wie dit spel beheerst heeft de wereld aan zijn voeten. Dit taalspel is evenals religie een gereedschap om achter een façade van democratie volkeren te mennen. Robotiseringstooltjes uit de gereedschapskist van de communicatietechniek knechten mensen zowel in hun hoedanigheid van burger als die van consument. Veel publicisten produceren sinds enkele decennia alarmistische berichten over het uit handen geven van de macht aan internet en ict-bedrijven maar ook zonder dat beetje techniek was de burger/kiezer al lang daarvoor buitenspel gezet.

(Mensen behoeven bescherming tegen het offensief corporatisme dat zich eerder dan welk bestuur ook op wereldschaal heeft gevestigd en ook het predikaat democratie is inmiddels weinig meer dan een affiche, een hoerawoord. De dubbele tong spreekt in connotatie en denotatie. Het woord en zijn schaduw. Waar religie het verlichtingslicht domweg uit doet, manipuleert hedendaagse communicatiewetenschap met de schaduwwerking van onze taal, met selectieve gestuurde belichting.  En passant en niet per ongeluk vloeien bestuur en bedrijfsleven samen achter een taalfacade die onderscheid tussen beide blijft suggereren. Hoe taalmanipulatie een politieagent inbouwt bij mensen en hoe zij dit zichzelf aandoen door onbewust door connotaties aangestuurd tot een perceptie te komen. Hoe mensen in te pakken zijn door rechtstreeks te mikken op de gevoelige snaren in hun stelsel en om de filterende werking van de prefrontale cortex door taalspel te omzeilen. Zoiets is mogelijk door de autonomie van het sensorium dat altijd breed openstaat voor sensaties/ trillingen in de omgeving. En zo wordt men, de wil omzeilend, tot keuzes gebracht. De besturing wordt sluipenderwijs overgenomen, terwijl de gesprekken, de wetten en het politieke discours wordt voortgezet in denoterende taal, sturen leiders op de uitkomsten van connotaties. Uiteindelijk is een volk, een groep overgeleverd aan de intenties van haar leiders doordat de werking en toepassing van connotaties onvermijdelijk is. Mozes heeft met zijn truc toch maar mooi zijn volk gered.)

Het one-bloodadagium is zo’n poging om een groep de samenhang te geven die slechts binnen een individu dan wel familie voorkomt. Zoiets bedoelt een saamhorigheid te framen die onmogelijk is. Heel veel gemoedstoestanden, trillingssamenstanden binnen het individu zijn ondenkbaar in een veelvoud van mensen maar worden niettemin en welbewust gehanteerd om percepties te vestigen, de leiding naar zich toe te spelen en beslissingen te nemen. De mens wordt over hele breedte van het sensoriële spectrum aangesproken terwijl gespeeld wordt alsof het om de wetten, verdragen en al wat zo keurig verwoord is gaat. De snel groeiende databanken die wereldwijd enkelingen ragfijn in kaart brengen dragen daar inmiddels ook aan bij. De burger-consument staat weerloos tegenover al dit geweld. Journalistiek heeft hier in het bijzonder een rol maar ik kom weinig of geen alertheid tegen die deze kolossale machinatie bloot legt. Journalisten zouden de dijkbewakers moeten zijn maar velen raken verstrikt in het publicistenverdienmodel van essays produceren en lezingen geven. Ik mis de radicale analyses die aansluiten bij hetgeen ik hiervoor heb aangedragen. Het front dat zich tot en tegen de burger richt is vele malen breder dan hetgeen gecodificeerd staat. De kwetsbare enkeling is zich van deze asymmetrie niet bewust. Denk ik.

Nog een keer.
Kan een land boos zijn ? Kan een provincie, een voetbalclub, de oeigoeren of een provincie schrikken ? Of gemeen zijn ? Verontwaardigd ? Bang ? Nee zoiets is kolder maar niettemin leunt taalgebruik in politiek, journalistiek en commercie op de connotaties van die woorden en op de veronderstelling dat groepen mensen eigenschappen hebben die slechts in de termen van de enkelingenondervinding betekenis hebben. Zo’n misstap in het denken komt voort uit gemakzucht, slordigheid, de neiging tot competitie of de noodzaak tot roedelvorming of wat ook. Burgers/ consumenten laten zich willoos knollen voor citroenen verkopen. Voor publieke zaken is denoterende, logische taal de enig juiste en bureaucratie is alleen legitiem zolang de gedepersonaliseerde burger haar maatstaf is, maar dat vereist bewustheid van jargon. Een redevoering mag/ moet wel eens heroische gevoelens berijden maar staatszaken verwoord in emotaal leidt tot spraakverwarring. Dat vraagt om een bijsluiter. Ik verwijs niet vaak en niet graag maar de Mandevilleparadox is een leuk voorbeeld van overenigbaarheid van epe- en samenlevingsperspectief. Een volk bestaat niet, Nederlanderschap is kolder et cetera in zoverre dat dat vanuit een epe gezegd en gedacht mag worden maar wel in het besef dat het slechts metaforisch met de enkeling als bron van de woorden. Romantiek/ muze duwt ons tijdens het denken uit de rails. We gaan zaken kloppend zoals in de wiskunde gebeurt. Dat leidt tot opwindend nieuws, prachtige verhalen, velerlei engagement, maar de gehanteerde teksten hebben de logica achter zich gelaten.

Muze en logica laten zich niet goed mengen zoals poëzie dat daartussen de interface vormt, laat zien. Een kippeveltoespraak als van Martin Luther King is van een eeuwige schoonheid maar is muzisch en niet logisch. Woonkamertaal in de openbaarheid. Soul. De kracht ervan is onevenaarbaar want logica spreekt niet aan en nodigt niet uit tot identificatie en één goede toespraak kan een gehele grondwet overboord gooien zoals een revolutie die slaagt uiteindelijk wettig zal zijn en nieuwe mode zichzelf niet motiveert maar domweg oplegt. Maar ik verlang van de bureaucratie dat zij daar verre van blijft en ook behoorlijke journalistiek zou zich moeten onthouden van het verjohndemollen van de op- en inrichting van samenlevingen. Zonder de mens is er niet alleen geen god maar ook geen werkelijkheid. Lijkt mij.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s