samen gaan zin geven mode kunst dood diplomatie

Waarheid

Waar is dat wat je gelooft. Geloof wordt geboren in de wil, de wens, de hoop die voort komt uit overlevingsdrang en is begrensd door wat men ten hoogste kan verdragen. Aldus wordt waar wat men behoeft. Als maatwerk. In een psychosomatisch proces dat zich afspeelt op en rond het gehele zenuwstelsel. Zo vermoed ik na 6 decennia ademhalen.

Waarheden

Vervolgens krioelt het van de waarheden en om de onverenigbaarheid daarvan op te vangen is er behoefte aan een neutrale omgeving waarin dat allemaal kan samengaan. Room to move. Distantie. Als praktische noodzaak of, beter nog, voortkomend uit beleefd-heid. Wolken waarheid op gepaste afstand van elkaar. Het zou toch leuk zijn. Ruimte voor ieders waarheid, die dan evengoed veronderstellingen mogen heten. Welkom in de wereld waarin iedereen gelijk heeft. Voor de lieve vrede. En geborgd door de Mensenrechten, recht om er te zijn, ruimte in te nemen, te ademen, water te gebruiken en standpunten te huldigen. Mensenrechten als een geformaliseerde beleefdheid. Het ligt voor de hand dat er overeenkomsten zijn tussen al die losse waarheden en dat dat eindeloos veel groepsvorming mogelijk maakt: religies, politieke partijen, vriendenclubs en veel meer van dat. Alles vervloeiend in de loop van tijd.

Versimpelaars

Ook zie ik in mensen behoefte aan, een drang tot vereenvoudiging en of-of denken terwijl de werkelijkheid een en-en verschijnsel is. Bovendien verandert alles almaar in de loop van tijd. Niets is vast, behalve in onze perceptie met behulp waarvan we onze waarheid terug opleggen aan hetgeen we beschouwen en ondervinden Waarna kwesties binnen ons vast komen te liggen in conserverende bestanden, die eigenlijk niet meer dan snelkoppelingen zouden moeten zijn. Want álles verandert almaar ( het is immers niet “alles verándert” maar “álles verandert” juist daar ligt de strekking van die uitdrukking). Men is een film en zoekt een scherm. Zodat de wereld bevolkt is door illusionisten en zelfbechoogelaars. Waarmakers, inbeelders, bewoners van eigen wanen, waan-zinnigen mitsdien. En inderdaad geeft taal ieder daartoe de ruimte. Taal is een goocheldoos en is niet het vervoermiddel maar de grondstof van onze gedachten. Eenduidigheid is een produkt van waarnemers niet van de werkelijkheid. Daar, binnen ons sensorium-in-ruime-zin, maken we foto’s en voorstellingen, brouwen opvattingen, ontwikkelen intuïtie, ordening en leggen we woordenboeken en wetten vast en grijpen we naar wiskunde. Dat we zaken bevriezen en vanuit eigen veronderstellingen terugprojecteren op de werkelijkheid is een manier om niet gek te worden, om rust te krijgen en op adem te komen. Wij wonen, werken, leven immers, anders dan dieren, grotendeels buiten het hier en nu, in cultuur, in veronderstellingen. Een dier leeft vrijwel uitsluitend ter plaatse van wat ik elders de opnamekop (zoals van bandrecorders) noem, dáár waar de werkelijkheid zich aan laat raken en direct overgaat in geschiedenis, in faits accompli. Versimpelen is noodzaak maar het is ook een afscheid van de voortgaande vloeiende bovenwoordelijke werkelijkheid. Om dat alles bevattelijk te maken. Taal faciliteert het allemaal, maar brengt uitkomsten niet dichterbij. Taal is open partituur die liefst getoonzet wordt. Verwoorden is nog wat anders dan verhelderen.

Zin geven. Vastigheid.

Het is mij nog niet gelukt om het leven van de mens als soort te verbinden met iets absoluters dan die mens zelf en met de anderen om hem heen. Ik heb dat “scheepje op de woelige baren” nergens zinvol en onwrikbaar aan kunnen koppelen. Het heelal lijkt niets om ons te geven. Wij zijn gevolg en geen oorzaak van het al. Kosmisch beschouwd zijn we een los einde. Zodoende zijn we zelfdragend. Dat kan als teleurstelling maar ook als bevrijding gelden. Als er wel een band zou zijn en bij voorbeeld de naïef christelijke leer onmiskenbaar juist zou zijn, dan zou ieder zijn leven richten naar die aanwijzingen. Een onmiskenbare bestaansreden zou heel wat mensen tot een existentieel bedaren brengen. Een god-achtig ding als geruststelling. Of desnoods zijn we als wereldgemeenschap een filiaal van elders. Ook leuk. Maar geloven-als-een-kind is mij niet gegeven. Zin, betekenis, doel van het bestaan wordt ons niet aangereikt. Ook al doen we alsof de klok en de kalender kosmische feiten zijn, ik ervaar ze meer als opgelegd aan dan als afgeleid uit het heelal. Zoals ook een rechte lijn uitsluitend in menselijke fantasie bestaat. Recht is onnatuurlijk. Wis-kunde is afkomstig uit de humane trukendoos.

Materie kan toe met een minimale ordening zoals in het heelal. De mens als fysiologie, fauna, niet en ook niet in zijn eigen cultuurlijke werkelijkheid. In taal is daartoe coherentie te vinden van waaruit we kunnen vastleggen en projecteren. Aldus wiegen we onszelf in een dagelijkse halfslaap. Taal, maar ook wiskunde en andere wetenschap verschaft ons de illusie vat op de zaak te hebben en dat is goed. Maar de schommelende bus van het leven daar binnen die neurale eenheden heeft weinig goede handgrepen. Chaos is troef. Zoals het leven de kortstondige uitzondering op de eeuwige dood (materie in niet excellente en tijdelijke samenhang) is, zo vormt duiding en zingeving een enclave, een scheepje, op de oceaan van het onvatbare. Je moet eigenlijk al blij zijn als je iéts gelooft, voor waar houdt en niet te veel zeuren of dat ook écht waar ís. De speurtocht van de astronaut die god zocht was vooral vermakelijk. Gun mij mijn illusies. Laat mij alsjeblieft mijn bestaan van een ordelijk behangetje voorzien. Wat maakt het ook uit of het juist is wat ik denk te meer wanneer enkele anderen mijn perceptie delen en verbroedering mij veel meer baat dan het absolute gelijk. Wat rust geeft is goed. Waarlijk gelijk hebben is van ondergeschikt belang. Later als zal blijken dat ook religie en wetenschap een zekere onnozelheid, een soort kinderlijk geloven in vooronderstellingen van mij vergen. Vastigheid komt niet gauw verder dan de eigen préambules. Vooralsnog houden we de bekleding van het meubilair en ander facades even in stand. Scheepjes, wolken van wiskunde of eigengereidheid in een woest en ledig heelal. Eerst maar eens een hele dag zien door te komen. Ik vlucht in geval van nood naar het hier en nu, de enige positie waarin de werkelijkheid aanraakbaar is en die eenvoud en eenheid kan verschaffen aan mijn zintuigen. Ik in het hier en nu. Laat het stof maar zakken. Even op adem komen. Wie het acht decennia volhoudt, heeft het goed gedaan. Ook als hij het absolute antwoord niet heeft gegeven. De rustlust, de zinhonger moet gestild worden. Hoe dan ook want zonder ‘kluif’ (werk, hobby, ziekte, problemen, begeertes het is allemaal geschikt om ons aan de gang te houden) wordt het lastig. Bedwelming door drank of drugs is dan al niet meer ver weg. Let op de ruimte die supermarkten uittrekken voor alcoholhoudende drank. Grosso modo is de mens een zuiplap, een pillenslikker.

Erkenning. De jacht op respect.

Al mijn enkelingen, die neurale eenheden, die sensoria (de plebejer in mij noemt ze kortweg zenuwlijers), zijn in hun jacht naar zin ook belust op erkenning en respect zoals een baby al zo graag mee wil tellen, gehoord wil worden. Gehoord worden door anderen. Die babies krijsen op een tergfrequentie die niemand met rust laat: “ik zal mezelf handhaven”. Die anderen vormen de levende spiegel waardoor je jezelf kunt herervaren. Kijk !, ze houden rekening met me ! Dat zijn dan lieve mensen. Deprivatie vroeg in de jeugd, de kleuterschool of daar ergens, richt levenslange ravages aan.

Zelfdragendheid. Kunst.

Een doel, een waypoint, een urgentie zal uit onszelf moeten komen. Uit gegoochel met taal en perceptie. Zonder bedoeling is het bestaan al snel blak als een wachtkamer. Maak zin, verzin zin, spreek zin af, leg zin op, kleineer zin, boetseer zin, doe iets met de zinkwestie. Het gebied om daar bij uitstek gevaarloos mee te spelen is de kunst. Art is the oppositie of slavery. Klein, groot, heen, terug, op en neer, binnenste buiten, achterste voren. Orde, geen orde, plaatselijk orde, na de orde, tot aan de orde, spiegelen, symmetrisch of juist niet. Alles is goed en niets ook. Beter zelfs. Als het te aanvaarden is, zichzelf aan ons uitlegt. oplegt desnoods en het primair om zichzelf bestaat mag het kunst heten. Het lege vel de stilte, de leegte, de chaos, het doodse, het niets heeft nu betekenis, althans wordt dat er aan toegekend. Through the eye of the beholder. Wat je ziet, is hoe je kijkt. Trillingen van licht geluid, associaties en harmonieën die mijn sensorium beroeren en liefst verheffen. Verse zin net als verse vis. Kunst bestaand in iemands toewijding die zich aandient, ons aanspreekt en zich welkom maakt. Onweerlegbaar en juist zoals golven aan het strand telkens de eigen legitimiteit meebrengen en zoals werk van Picasso mij niet met vragen vervult en belast maar bevrijding brengt en zelfs klaarheid brengt in onbevroede/ onvermoede kwesties.

Kunst als ingreep in een feitelijk substraat of alleen in de beschouwing, het concept. Beroering brengend bij de ander. In het geheel van diens belevingsapparaat, zijn sensorium, zijn neurale homeground. Help die ander zijn film te maken en een doek te vinden. Een zienswijze aanreiken/ opdringen. Kijk- of luisterspel. Onderga-spel. Want zoveel is duidelijk bij muziek zit de kunst primair in luisteren, niet in spelen zoals dat bij beeldende kunst in kijken zit. Het maken is immers een onbevattelijke fysieke vertoning/objectiviteit uit een inmiddels voorbij momentum. Daar alleen kan de zin niet zitten. Een nieuwsgierige spanning is gewenst of welkom. Verse zin. (life muziek heeft een eigen sterk fysieke verschijning door dat vuurlijke dat ter plaatse reflecties bij omstanders kan oproepen.) Life muziek vlamt het makkelijkst van alle kunsten.

Kunst opent het spel van zin-geving en -ontneming en geen mens ontsnapt aan de noodzaak om met engagement te spelen. Op eigen wijze. Ook als het geen kunst heet. Slechts zij die daaraan herinneringen verzamelen, zoals beeldende kunstenaars, schrijvers en opnemende muzikanten, de materialisten, die ons hun maaksels hun souvenirs voorhouden culmineren iets. En voor wie niks wil is er de handrem, zijn er drugs en een hele farmaceutisch industrie om in de belevening via een sluipweg een gevoel van voldoening op te roepen. Elders schrijf ik over het gelijk van de junk.

(Zodra er Pierre Jansens opstaan, die er met grote ogen omheen lopen en er over bazelen, in verukking raken. Als Rudi Fuchs komt kijken. Als er geld voor betaald wordt. Zodra het wordt opgenomen in economia.)

Mode

Kijk ook naar mode. Niet naar de inhoud maar naar hoe het werkt. De inhoud is van geen belang. Mode, kleding voorop, verschaft een woordeloos middel voor de bouw van wie men wil zijn. Shop your look. Mode verbindt én onderscheidt. Het vormt en hervormt: schoudervulling, eyeliner, corsetten, pruiken, cabrio’s, Harleys-Davidsons, tattoos, lakschoenen, landhuizen. Het ordent en daaraan is behoefte. Door eenvoudigweg te verschijnen vertel je een heel verhaal. De eerste klap is een daalder waard. One picture tells a thousand stories.

En wie reikt die (mode-)waves aan waarop men kan gáán ? Dat maakt niet echt uit. Anything goes. Publiekshypnose door Yves Saint Laurent, Damien Hirst of Adolf Hitler. Follow the leader. Leven is polonaise. En ook woningen, auto’s, tijdsbesteding, beroepen, alles leent zich als make-up. Vóórwoordelijke ordeningswerktuigen zijn de efficiëntste. Pretparken weten er alles van. Driedimensionale voorwerpen zijn de snelste overdragers van betekenis. Eén softijscoon maakt alles duidelijk. Beeldtaal zoals cartoons vliegen ons aan zoals geuren dat als de beste doen. Geur slaat de prefrontale cortex over. Aan al dat gelazer in het taalcentrum wordt voorbij gegaan. De zenuwlijder mens is als sensoriale wolk ook nooit anders dan 3-dimensionaal geweest en heeft zich voor zijn overleving onophoudelijk ruimtelijk moeten oriënteren. De neurale, sensoriale menswolk die ik hier probeer op te richten is immers ook nadrukkelijk een driedimensionaal fysiek fenomeen. Vitaal en bewegelijk bekleed met een gevoelige huid, vol receptoren voor velerlei vibraties, geur-, tastzin, geheugen en intenties. Dit alles verspreid door een flink lichaam waarvan de twee verschillende hersenhelften een onmisbaar onderdeel vormen maar denken, zijn, doen we met de gehele body. Met alles wat we waard zijn. Waarde maakt niet weerloos. Waarde is zin en helpt overleven.

Diplomatie

Diplomatie als communicatie aan de randen van een cultuur. Communiceren into een vacuüm, ins Blaue hinein, aan de hand van instant referentiekaders. In diplomatie gaat vorm vaak tijdelijk boven inhoud. Vorm als bypass voor moeizaam contact, als vluchtheuvel bij gebreke van content. De adel toonde zich hier altijd al vormelijkheidsacrobaten in de diplomatieke diensten zoals ook homomannen bovengemiddeld worden aangetroffen in de RK-kerk. Homo’s kunnen dat als geen ander. Ze presenteren zowiezo graag en zijn niet beducht voor ravijnen van ledigheid. Ze lachen het weg. En als het werkt is het goed. Steevast werkend vanuit het eigen sensorium. Zich aan de omgeving opleggend als een vorst. Bij gebrek aan substantie houdt vorm de zaken gaande. Kleding wordt opeens belangrijk, evenals receptie, ontvangsten, holle meetandgreets en protocol overheerst alles. Dat laatste is niet moeilijk aangezien inhoud ontbreekt zo dat niets de luchtfietserij belemmert. De urgentie en essentie in diplomatie, kunst, mode en religie heeft daardoor veel overeenkomst. Het verhindert niet dat onder de verschillende dekmantels substantie ontstaat. Voor zover substantie al bestaanbaar is en dat niet slechts de volgzame vulling van door religie, mode etc gecreëerde vorm is. Diplomatie is bedoeld als de opmaat naar vrede, als een poging om in een duister elkaars handen te vinden door in nabijheid wederzijdse referentiekaders te verkennen.

Dood

Materie vergaat niet. Althans energie verdwijnt niet. Voor zover bekend. Een heelal vol bouwstenen, los of ge- en verklonterd tot moleculen en meer. Veel meer. Tot planeten en ander leuk speelgoed. Een planeet is als een geheel te beschouwen en daarbinnen is verandering te bespeuren, verplaatsing in het heelal, verandering van vorm, temperatuur, samenstelling, verhouding tot andere planeten. Zo’n dynamiek kun je leven noemen, maar dat voelt dan metaforisch. Een planeet is meer gelatenheid, blakte dan initiatie zo dunkt me. Aktiviteit als in een kielzog. Leven is voor hier en nu primair menselijk leven en dat van flora en fauna. We blijven even op de blauwe planeet aarde. Ik zeg dan de dood is het gewone, het bestaan zoals planeten dat doen. Stellaire gelatenheid na de oerknal als initiatie. Uitrijden, uitdijen. Het gelaten ongeëngageerde samen zijn van stoffen. Het aardse vochtige leven is dan het bijzondere, het uitzonderlijke, verfijnde, kwetsbare, het opmerkelijke soortgestuurde bestaan en voortbestaan van samenstanden van materie. Actie. Het leven is de uitzondering, het tijdelijke. De dood het gewone, de gelaten materie. Een ongeboren mens is dood, is niet, wordt geboren en leeft, sterft en is dan weer dood zoals vóór de geboorte. Dat lijkt mij nogal wiedes. Zo ook vergaat het de liefde als uitzondering op de default, de vreemdheid. Het definitieve van de menselijke dood is ook duidelijk voor wie er van uit gaat dat onze hersens, ons besef door de werking van het zenuwstelsel in het gehele lichaam huizen. Wij zijn ons lijf. Geen lijf, geen mens. Dood.

Betekenisverlening

Liever niet te expliciet filosoferen maar aldoende. Hoe je moet schilderen, kun je niet zeggen. Je kunt dat alleen maar schilderen. Zoals windsurfen een plank en paardrijden een paard vereist zo is filosofie buiten het handelen geheel overgeleverd aan wat taal vermag en is het lichamelijke en momentane aspect van filosofie jammerlijk verlaten. Spreektaal is zindelijk samen zijn. Momentaan, tijd- en plaatsgebonden. Daar kan betekenis ontstaan zoals heet ijzer in de smederij. Filosofie is een handelen, een doen, een gedragen, een houding ook. En als ‘het raadsel van het zijn’ kan het toch niet onze psychosomatische verknooptheid miskennen. Wij zijn niet ons brein. Wij zijn ons lichaam, ons sensorium. Of moet ik personalicum zeggen ? De nog wat grotere schil om de kern van de enkeling. Lastig is dat de realtime-ik niet alleen moeilijk te duiden is in zijn constitutie en werking maar dat de in tijd vervloeiing van het geheel onderdeel uitmaakt van hetgeen ik wil beschrijven/ belichten. Het sensorium is momentaan. Net als  een vuur.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s