De voordeur, de schutsluis

Tussen eigen en openbaar.

De voordeur van de woning scheidt twee werelden. Daarbinnen zijn de bewoners op zichzelf en zoveel mogelijk ontheven van plichten. Tegen geweld daarbinnen dreigen strafwetten en het burenrecht trekt er wat grenzen maar voor het overige is ongebondenheid troef. Op zichzelf en op elkaar aangewezen. Protocol en beleefdheden zijn er minimaal en gesprekken voltrekken zich vaak in halve woorden of zelfs in een eigen taal. Eigenheid is er troef.

Buiten is het wezenlijk anders. Daar geldt opeens een fors pakket extra regels. De overgang daartussen voltrekt zich doorgaans in een halletje en die ruimte functioneert zo als een schutsluis. Niet alleen trek je daar je jas en je schoenen aan of uit maar ook onze houding binnen of buiten de voordeur verschilt enorm. In hedendaagse bouwverordeningen wordt zo’n halletje verplicht gesteld. Je gaat van huisvrede naar openbaarheid v.v. Niet voor niets hangt er in veel halletjes een spiegel. Voor de laatste check. Kan ik er zo mee door ? Velen willen zonder make-up niet naar buiten en de kledingbranche drijft op onze obsessie met uiterlijk. Veel regels zijn zelfopgelegd maar daardoor niet minder dwingend. “Je bekeken voelen” is een veelzeggend begrip in dit verband. Hyacint Bucket ten voeten uit. Schone schijn is niemand vreemd en Shakespeare is nooit ver weg.

Direct buiten de voordeur zijn vaak nog overgangsgebieden zoals een trappenhuis, een woonwijk- of hofjessfeer maar daarover gaat het hier niet. Het is ook leuk om stil te staan bij het verband tussen het maatschappelijk belang van de bewoner en de omvang van de ‘wolk’ om hem heen tot aan een altijd meereizende hofhouding toe maar ook dat doe ik elders. Ik noem dat hier omdat degeen om wie zo’n wolk is ontstaan in het geheel niet meer beseft waar hij is op de wereld doordat die wolk hem blijft omgeven, zoals Anwar Gadaffi op buitenlandse bezoeken zijn eigen tentenkamp meenam.

Binnen de voordeur ben ik de maat voor de dingen. Wie ik ongewenst verklaar, heeft maar te vertrekken om niet de pleger van huisvredebreuk te worden. Mijn perceptie en perspectief zijn daar het alfa en omega en heel veel ‘huishoudens’ hebben een hoogst eigen geur. Bewoners zitten elkaar hier dicht op de huid, delen eten, drinken, toiletpotten, hondenharen, tandpasta etc. Dit model, de woonkamer versus de buitenwereld, is inmiddels wereldwijd terug te vinden en wordt mede gevormd en beschermd door wetten.

De publieke ruimte is van iedereen of van niemand zo je wilt en daar gedraag je je ‘normaal’. We laten elkaar voor al de ruimte. Men is gekleed, laat geen winden of boeren, schreeuwt niet, loopt op trottoirs volgens praktische patronen en zo voort. Low profile, geen aanstoot geven of nemen. De verkeersregels die daar van kracht zijn, zijn vrij van ideologie of moraal en worden gelegitimeerd door de ruimte die er voor ieder nodig is, niemand uitgezonderd. Hier geldt algemeen belang.

Wie oplettend door New york loopt, wordt zich al snel bewust van typisch openbare-ruimte-gedrag. Nog meer dan in andere grote steden is ieder daar als het ware licht autistisch en uitsluitend betrokken op de eigen besognes, neemt noch geeft aanstoot en vervolgt zijn weg. Ieders gedrag staat mede in dienst van een voor allen zo goed mogelijke verlopend verkeer op trottoirs, trappen, pleinen rijbanen en terrassen. Opmerkelijk ook was dat mensen elkaar bij het passeren op straat zelden aankijken. Dat doet koud aan, maar houdt de prikkels zo laag mogelijk. Streetwisdom. De voetgangersstroom uit de metro stapt gedecideerd en onaangedaan over de snurkende straatbewoner heen. En de straatbewoner leek vredig te slapen. Voor elk wat wils. Voor hen begint de openbaarheid direct buiten de huid. Niks schutsluis.

Verhouding woonkamer-openbaarheid.

Als een hoogst persoonlijke ruimtelijke deken bevindt de woonkamer, die wolk zich om ons heen. Als een uitbreiding van ons sensorium vormt het ons personalicum. En dáár leeft men zijn leven en ervaart men zijn geluk en het is de primaire overheidstaak om ons allemaal daartoe gelegenheid te geven. Liefst ook beschut tegen weer en wind maar in de eerste plaats tegen geweld. De burger in zijn woning is de (rol)maat voor de staat, die denkt vanuit haar burgers. Ik kakel daar elders al over.

Binnen de voordeur heeft de burger ruimte voor zijn gezinsleven, hobby’s, sexualiteit, zijn religie en ook voor zijn ideologieën. Vind ik. Of zij protestant-christelijk, liberaal, communist, socialist of moslim wil zijn, is om het even maar zoiets doe je binnen. In de eigen sfeer. Daar is ruimte zat. Openbaar bestuur zou ook beter af zijn zonder die onderstromen van ideaalbeelden en vergezichten. Politieke partijen zijn vertroebelende seculiere kerkjes waarvan het functioneren zich aan de openbaarheid onttrekt. Idealen viert men maar thuis. Bestuur anno nu is vooral technocratie zoals verkeersregels dat zijn en sinds de energietransitie prioriteit vraagt is er al helemaal geen gelegenheid meer voor tijd- en geldverslindende schoolvorming rond droombeelden en utopia’s. Het gechicaneer rond coalities en evenredige verdeling van macht tussen politieke partijen weerhoudt de samenleving van het optimale bestuur. Geen kerk en geen zuilen in een staatsbestuur. Een rechtsstaat kan ideologieën missen als kiespijn. Niet alleen ambtenaren, de monteurs en machinisten, maar ook de leiders, de ingenieurs van onze bureaucratie zijn bij voorkeur grijze muizen. Mark Rutte zou er een schoolvoorbeeld van zijn, indien hij partijloos was. Zoals ik niets weet van zijn sexualiteit zo ook mogen zijn utopia’s mij onbekend blijven. De ideale bureaucratie is een software-engine.

In grote lijnen wordt binnen de voordeur geluk, iets positiefs, en al wat ieders leven vormt gegenereerd en gaat het daarbuiten primair om het dempen, het gelijkelijk verdelen, van last van elkaar, van iets negatiefs.  De abstractie ‘algemeen belang’ waarin zaken als de algemene beginselen van behoorlijk bestuur een grote rol spelen en ook de regel die zegt ‘gelijke gevallen, gelijk behandelen en ongelijke gevallen naar de mate van hun ongelijkheid’ vormen twee cruciale facetten van de bureaucratie, het uitvoeringsapparaat dat de rechtsstaat tot gelding brengt. Ook daarover denk ik elders hardop.

(Terzijde.

De woonkamer verdient net als onze lichamelijke integriteit optimale bescherming en dat in de eerste plaats tegen geweld, de staatstaak waar alles mee begint en die wereldwijd steeds beter tot gelding komt maar die zoals nu in Nederland veel te gemakkelijk als vanzelfsperkend wordt beschouwd. De bewoners lijken vergeten wat het betekent om in vrede te leven. Ze lijken zelfs oorlog en antagonie te missen.)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s