Dichtges, proza, bazel, geluid

Claudia, de ik

ze heeft almaar de ik

verslijt spiegels met haar ondiepe ogen

veegt zich af aan ieder die ze aanhoudt voor een praatje

beeldt zich van alle kanten complimenten in 

laaft zich aan haar daverende uitverkorenheid

onstuitbaar ikkend

koortsig blozend van ziekelijke zelfgenoegzaamheid 

verwent ze me uitdagend en apetrots met een zeldzaam kado:

haar visitekaartje : IK ! 

en houdt daarbij zelfs geen hand voor haar mond

ze ikt ieder midden in het gezicht


hoe ik lijk te zijn  

het lijkt voor mij niet uit te maken

een weerbarstige moer

een vastgelopen remschoen

een intense strafzaak

een reis naar italie

een weigerende overheid

een bedrijfje starten

10 kuub hout lossen

ik bijt me vast

word één met het probleem

en worstel me vrij

optimaal betrokken

zingeving op zijn intenst

en één ding tegelijk

zo lijk ik te zijn

een soort zwoeger maar dan best vaak gelukkig

werk mij in en uit de nesten


geef mij maar een ic

Rojales Spanje golfbanen voor Noordeuropeanen

een beetje frisse denker waant zich hier een hel

de immigranten vernauwen het bestaan tot een enkele beweging

en beoefenen het hebben van het nakijken

in een reumastram ballet

geforceerd gekleurd gekleed

met kleppetten als vogelbekken

moederloze kuikens

knikkerend als kleuters

op lamlendig groen tapijt 

vol godgeslagen fatsoen

banen zich een weg 

verkapt ondraaglijk lijdend

naar hun enkele wankele witte wijn

ik lig liever op ic

met de opiumkraan ver open

en wat kouwe thee

hun fortuin werd ze fataal

vader vergeef het hen niet

want zij weten wat zij doen