samenvatting

           Samenvatting

                    DE MENS, OVERGELEVERD AAN  KOPFKINO

Zoektocht naar het chassis van mens en mensdom. Een brutale greep vanuit enkele wankele woorden

Vier grote brokken : 1 : Ik-heid. 2 : Wanen. 3 : Taal. 4 : Momenten.

Intro.

Daar was laatst een mensheid loos, allen glibberend over het ingezeepte dek van het stuurloos dansende schip “Existentia”; de meesten wijselijk of niet gevlucht in eigen sprookjes zoals economisme, religie, wetenschap, het hier en nu, gezinsleven, tuinonderhoud, huisdieren, roes of esoterie van welke aard ook. Zonodig is de metafysica geduldig en altijd bereid placebo (zelfbegoocheling) in te zetten en uiteindelijk is dat hoe dan ook ons lot want zonder een geschikte waan is het niet te doen hier op aarde. Kijk ook maar eens om je heen en in de geschiedenis en vergeet daarbij de Oudheid en de Oosterse ‘wijsheden’ niet. Voor allen van hetzelfde laken een pak. Zodra de eerste honger is gestild en onderdak is gevonden weten velen zich nauwelijks raad met het leven maar alvorens dit besef blijvend over hen vaardig wordt, is er doorgaans ‘rust’ gevonden in welgevallige wanen. Redding wordt, vaker niet- dan wel-bewust, gevonden in het teweeg brengen van nageslacht, geldschulden, huisdieren en andere knechtende langlopende plichten: al wat ons de tijd ontneemt om zomaar te zijn. Spijtig om te zien dat die gang van zaken de meeste mensen overkomt en dat maar een enkeling in weet te zien dat er een stuur aan het leven zit waaraan je mag en kan draaien. Ergens tussen ‘regeren is vooruitzien’ en ‘de natuur regeer je door haar te gehoorzamen’ is ruimte voor wat eigen navigatie. Daar doorbreek je het menselijk lot dat het leven vooruit wordt geleefd en slechts achteraf wordt begrepen.

Intussen dragen velen gretig, anderen halfhartig, zo niet met tegenzin, bij aan de moloch die de bewoonbaarheid van de aarde in hoog tempo lijkt te verstoren: de onstuitbaar groeiende en alom mentaal en fiscaal opgezweepte economie, voortgekomen uit wat ooit als simpele huishoudkunde (= economie) begon. Ter regulering daarvan is in de loop van eeuwen naast personen- en familierecht het vermogensrecht ontstaan en vastgelegd en hierin worden middelen aangereikt om ordelijk te kunnen (onder)handelen zoals bij voorbeeld rechtspersoonlijkheid en de volste van alle rechten: de eigendom en afgeleiden daarvan. Onvoorzien en beslist onbedoeld was toen dat deze wettelijke gereedschapskist en haar jurisprudentie zonder bijsturing met een wakend oog op het burgerbelang van állen de hedendaagse wereldwijde kapitaalscheefstand teweeg zou brengen waarna deze kon neerslaan in de samenleving met toenemende feitelijke en juridische overheersing door enkelen, inmiddels culminerend in brute politieke macht. Ik beschrijf dat in “Het Neofeodaal…..” (menu) en toon daar hoe het burgerlijk recht is gekaapt door accountants, advocaten en communicatie-consultants in dienst van het grote geld met het algemeen belang waaronder de geestelijke en lichamelijke gezondheid van velen als het kind van de rekening: “Life is what happens while we are busy making other plans”. Burgers worden zodoende al lang niet meer gediend maar veeleer geknecht door regels die hen aanvankelijk het onderling beredderen van hun huishoudens mogelijk moest maken. De politiek is misvormd door corporale krachten en logos is daar inmiddels onbekommerd vervangen door pathos. Het Renaissance-licht raakt almaar meer verduisterd. Achter de façade van demos-cratie werd de burgerrechtelijke gereedschapskist tot speelgoed van superrijken en konden verkiezingen door angstgebaseerd primitivisme van populisten weer verworden tot een hoogtij van volksmennerij door platte propaganda. ‘Volksregering’ moet gestalte krijgen in de uitvoeringspraktijk van het openbaar bestuur veel meer dan in een zo algemeen mogelijk maar gekaapt kiesrecht. Daar komt weinig meer van terecht. David van Reybrouck is een dappere maar ondergesneeuwde stem in de huidige kakafonie.

Dezer dagen beleven we een reprise van wat de Amerikaan Edward Bernays te boek stelde: propaganda pakt en runt massa’s vele malen gemakkelijker dan delibererende coalities dat doen. Hij codificeerde wat Mozes ooit met de beste bedoelingen (er is ook propaganda te goeder trouw denkbaar) tot de truc met stenen tafelen bracht. Maar ten onzent zie ik geen wetgever of publicist die lijkt in te zien dat het privaatrecht is gekaapt en omgevormd tot moderne galeien. Samenlevingen zijn verworden tot roulettetafels van de financiële wereld gerund door enkele niet-verkozenen en de door hen geinfiltreerde politiek is niet in staat het burgerbelang ook maar in schijn ter tafel houden. Juist de mensen aan de knoppen zijn bezig het Verlichtings-licht uit te schakelen door bijvoorbeeld de wetenschap en journalistiek de nek om te draaien. Achter de bühne is logos aan de Big’s maar hun klandizie wordt in middeleeuwse duisternis gehouden, precies zoals de grote gevestigde religies dat al duizenden jaren doen. Hedendaagse politiek volgt dezelfde regels als heroïsche computergames en ook het project Europa, ooit bolwerk van de ratio, ligt door primitivisme en corpocratie inmiddels vrijwel op de knieën. Nieuwe hogepriesters in onze bestuurslagen maakten vrije verkiezingen en passant tot een farce waarbij de ontevredenheid onder de groeiende groep maatschappelijk gedepriveerden een eenvoudig ontvlambare brandstof vormt. Met de economie als roulettettafel wordt een financiële wolk gerund waar het grote geld haar wereldwijde spel speelt. Een wereldregering is pijnlijk afwezig en verder weg dan ooit. “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen”, prevelt men in één van de sprookjes. Intussen neemt broeiende ontevredenheid in onze supermarktgevoede samenlevingen tegelijk met obesitas toe. En niet het verstand maar het (onderbuik)gevoel komt door spins vol vijandbeelden aan de macht op een manier zoals in stadions gejuicht en gescandeerd wordt. Stokoud primitivisme wakkert het reptielenbrein aan en doet zo wereldwijd opgeld. Zelfs lijkt de terugkeer van geestelijk en seculier leiderschap in één persoon weer denkbaar. Roedelvorming blijft vaardig over grote delen van de mensheid. De ratio (die van ‘eerlijk duurt het langst’) hangt er bij als een blinde darm.

Ik wil nog iets heel anders kwijt. Iets over mij en over iedereen. Zelfs over alle 107 miljard menselijke zoogdieren die inmiddels hebben rondgestapt op deze planeet. Een grote greep door een klein mannetje. Mijn mensbeeld noopt allereerst tot afbraak van misplaatst en beschamend antropocentrisme met die mens als de middeleeuwse Heer of bijbelse kroon op de schepping en de natuur tot zijn dienst en zelfs in absolute eigendom (!) en ik neem iedereen mee in deze sprong vanaf de ivoren toren terug naar de plek waar we thuis horen; temidden van de andere knorrende overlevinggeobsedeerde gevoelgestuurde zoogdieren. Wij de zoogdieren met de meeste kapsones. Hilarische zelfoverschatters al dan niet gedragen door een of andere god of een schare kiezers of volgers. Fantasten, zelfbegoochelaars overgeleverd aan zelfbehagende wanen maar intussen op weg naar de ondergang en dat niet voor het eerst in de afgelopen 300000 jaar. Al sinds mijn vroegste denken heb ik de drang te achterhalen waarom, waardoor, waartoe de mens doet wat hij doet; hoezo dit mensdom ?, welk absolutum, if any, is hier van kracht ? Wat drijft mij, ons besef aan ? 

Hoe ontnuchterend mijn finale boodschap ook luidt, ik verbeeld me iets te zeggen te hebben. Al was het maar tegen mezelf. Zelfspot is daarbij voorwaarde en Shakespearre en John Gleese zijn nooit ver weg. Aan ‘het eind van het leven’ verschijn ik niet voor een oordelende god maar tijdens dat leven telkens weer voor mijzelf. Dat is al lastig genoeg en ik doe hier alvast wat huiswerk om die mensheid jegens wie dan ook te verontschuldigen. Als enkelingen, ieder op zichzelf, zijn we zo kwaad nog niet maar in het samen leven vliegt er veel uit de bocht doordat ons waarnemen onbewust maar verregaand bestaat in behagende projecties waarin gevoelens en andere persoonsgebonden neigingen domineren. In identieke fenomenen ‘zien’ we al meteen verschillende ‘feiten’ en zodra gevoelens en primitivisme in samen leven de overhand krijgen, komen we een kennelijk immanente bloeddorst niet te boven. We zijn tot elkaar veroordeeld en aan elkaar verslaafd maar de match die daarin connoteert, komt nauwelijks van de grond. Onze behoefte aan vrienden lijkt niet onder te doen voor die aan vijanden, een patroon dat ons in eeuwen op de gevaarlijke steppe is bijgebracht. Dat patroon wordt in leven gehouden, nee aangewakkerd door foute spindoctors zoals 60 jaar media volgen mij haarfijn illustreerde. Op het dashboard van al te veel leiders zijn de grootste meters en knoppen verbonden met onze emoties en figureert nuchter verstand vooral als dekmantel.

Tot mijn 11e jaar gedwee christelijk opgegroeid viel ik op een zaterdagochtend, haastig een lesje kerkgeschiedenis voorbereidend, abrupt van mijn geloof toen ik las hoe apostel en driftpil Paulus bij de Bosporus werd geroepen om aan gene zijde het evangelie te komen verkondigen. Geen idee waarom tóen bij dit verhaal. Vermoedelijk geraakten mijn hersens in een volgend ontwikkelingsstadium. Mijn eigen ‘wijsheid’ brak door en ik zakte door het ijs van het mij op school aangereikte en door grootouders voorgeleefde geloof. Zulk geloof aanvaard je onbevangen ‘als een kind’ en evenzo gemakkelijk gleed het van mij af. Met dank aan Paulus. Afscheid van de ‘alwetende’ voelde goed hoewel de bredere horizon niet vanzelf verlossing bracht en welbeschouwd is er lang mist blijven hangen alvorens ik de ironie verdroeg dat de mens als soort van nergens naar nergens leeft ook al druipt de geschiedenis en de actualiteit van rotsvaste suggesties van het tegendeel. Ledigheid, alom verfoeid als ‘duivel’s oorkussen’, is ons lot maar de mens is er meester in om dit gegeven uit de weg te gaan daarbij geholpen door wat ik elders Kopfkino noem. Het was 1964 en een jaar of 30 later zou pastoor Niels van Lier in Heibloem het kruis van de muur halen en de bijbel tussen de sprookjes zetten. Goed gedaan Niels. Een sprookje, naast bewust herschreven geschiedenis, vol praktische wijsheden maar niet meer dan dat. Ik verlaat mij liefst op het werk van Jona Lendering om het verloop van die sprookjes zo waarachtig mogelijk te bevroeden. 

Een leuk of, zo je wilt, wrang antwoord op de vraag waartoe de mensheid bestaat, kwam laatst lezend te voorschijn in ‘De Microbemens’ ( 1e druk, pag 95, 96) van Remco Kort waar hij terloops oppert dat ons lichaam grotendeels is gevormd onder invloed en ten gerieve van het micro-leven dat zich in en op ons lijf afspeelt. Wij strekken dat allerkleinste leven tot akker én vee en zijn verregaand gevormd door wat hen het beste schikt en daarmee zijn alle vragen waartoe, waarom en tot welk soort glorie wij bestaan ongeldig, onzinnig, overbodig. De mens is dan niet beoogd, niet manifest maar is de lijdzame, willekeurige uitkomst van domesticatie door microbes. Een los einde zijn we, een dom gevolg, onbedoeld, door niets en niemand beoogd, loos. Het hele lichaam, de hele mensensoort als een kudde blinde darmen. Wat een lol ! Het is dan vervolgens moeiteloos als botte pech te beschouwen dat we met hersens, besef en de illusie van soevereiniteit zijn toegerust. Je kunt veel plezier hebben van die hersens maar aanvaarding van deze ironie is daarbij voorwaarde. En hoe moet moraal anders dan als herverpakte zelfliefde hier ooit nog een plaats in krijgen ? Aan dit ‘drijfhout’, deze klucht houd ik mij inmiddels opgewekt vast. Mens-zijn als immanente klucht. Afhankelijk van hoe je kijkt, zie je daarin beklemming dan wel bevrijding. Het leven als feestje of tranendal, dat is de hele menukaart. Wat je ziet is hoe je kijkt en en passant blijft er reden en ruimte voor ieders eigen waan-zin waarvan ik hiervoor de onvermijdelijkheid al signaleerde.

Het duizend-dingen-doekje ‘naastenliefde’ heb ik in hoofdstuk 6 “Moraal van moraal……” ontmaskerd als herverpakt eigenbelang, een lot dat ook de moraal zelve is beschoren maar hier eerst de blauwdruk van de mens. Dát we dwalen, in wanen verkeren is evenzeer onvermijdelijk als verontschuldigbaar. Met mythomanie als ons lot is niemand géén wappie en dat geeft niks maar dat dan liefst met minder amok, onderdrukking en bloeddorst. Zo hoop ik. Op straatniveau gaat veel goed maar juist vanuit de politiek daalt inmiddels veel strategisch ingezet vijanddenken neer op samenlevingen waarbinnen onverminderd velen vatbaar blijken voor sprookjes. Hitsers, evengoed gekleed als gekneed in communicatietechniek veroveren en bemannen de bestuurscentra.

Verderop meen ik staande te houden dat besef nooit meer kan worden dan een éénpersoons-besef, beperkt tot slechts één zenuwstelsel. Binnen zo’n enkeling tolt al genoeg mist en misverstand rond en zijn denkbeelden zoals ik in hoofdstuk 1 betoog, zelden meer dan wanen, die we eventueel met derden kunnen delen en voor waar kunnen houden maar dan betreft het een afspraak, een locale waarheid voor daar en dan. Ten gerieve en verbinding van wie het betreft. Zorgvuldig delibereren ten dienste van samenleven is dan nog even wat anders en is heikel als koorddansen in een mix van emoties en ‘nuchter’ verstand en vergt taaldiscipline. Het vereist dat men waarlijk naar de ander luistert naast het cruciale besef dat er in de eerste plaats ontevredenheid zo goed mogelijk wordt verdeeld. Dat ‘verkoopt’ heel slecht en, hoe jammer ook, taal is bij uitstek geschikt om kameleontisch logos of pathos in zich te bergen. De relevantie van deze kijk op de zaak ligt erin te beseffen hoe wankel en vol bias onze primaire waarneming en manifestaties zijn en hoe snel die het samengaan met anderen vertroebelen. Ik zou ideologieën dan ook liefst verbannen uit het openbaar bestuur.

Gevoelens vormen (gevaarlijk) veel gemakkelijker onderlinge verbanden dan denkwerk en we kunnen daardoor gemakkelijker samen dansen, joelen en zingen zoals in stadions en kerken dan delibereren. Gevoelens kapen ons besef veel gemakkelijker dan hetgeen hersenwerk ons aanreikt. Emoties verenigen sneller en hechter maar nemen evengoed snel de overhand. Het is weinig minder dan een kunst om gevoel en verstand beide aan het woord te laten. Lastig genoeg beoogt het gevestigde politieke systeem met coalities op basis van ideologieën gevoelens en denkwerk onder één noemer te brengen. Maar de mens als instrument moet dan wel te goeder trouw ‘bespeeld’ worden met inclusiviteit als voorwaarde. Een beetje ‘spin’ en verenigend narratief, kortom emotie, tijdens verkiezingen is geen bezwaar zolang het besturen nadien maar in nuchterheid plaats vindt. Muziek en de muzen zouden de weg kunnen wijzen  en welbeschouwd was regendansen misschien zo gek nog niet.

Een betrouwbaar existentieel anker zal, net zoals de wiskunde dat voor de fysica doet, binnen het menselijk domein gezocht moeten worden want het heelal biedt ons geen enkel houvast. Niets en niemand daar heeft ook maar de geringste belangstelling voor ons. Onze overbodigheid is onmiskenbaar, welhaast bewezen door Remco Kort voornoemd en we zijn gedoemd te leven met en door eigen verzinsels ook al blaakt allerlei cultuur van bewijs van het tegendeel. Of zoals dandy-advocaat Piet Doedens dat zo leuk verwoordde : “de waarheid bestaat niet dus zoek iets dat er op lijkt”. Het is Kopfkino of ledigheid. De mij destijds zwaar vallende schoolopdracht om een vrij opstel, zomaar iets (!), te schrijven, uit de duim te zuigen, bleek het leven in een notedop: “wat nu ?”. 

Al millennia doen machtszoekers veelal via religie hun best om zichzelf het humane script in te schrijven en zo de hordes een ‘reddend’ verhaal aan te reiken. En ondertussen de touwtjes in handen te krijgen. De onvoorwaardelijke volgzaamheid van religieuzen doet hen watertanden en handenwrijvend bestijgen ze spreekgestoeltes om de hordes hun uit kletskoek opgetrokken sprookjes aan te smeren. Al te gelikte verhalen over de mens en diens glorieuze opkomst in de loop van millennia jaren verdienen op voorhand het nadeel van de twijfel. Er zit niet de minste lijn in de ontwikkeling van de mensheid en elke verbetering tot op heden bleek illusie. De cyclus van opkomst en ondergang lijkt veeleer onvermijdelijk voor de mens en wat geeft het ook ? Dat is allemaal evenzeer natuureigen en de mens tolt daar dom-weg in mee. “Dust to dust etc” met al het cultuurlijke als aandoenlijke bijwerking.

Ook scheiding van kerk en staat heeft de politiek niet kunnen bevrijden van mythes en profeten die brood eten. En andersom, pijnlijk maar waar, leiders die helemaal geen sprookjes willen verkopen en geen emoties willen bespelen, spreken de massa niet gemakkelijk aan. Dat vergt immers hersens, begrip, inschikkelijkheid, geduld en vertrouwen en precies dat laten al te velen thuis achter op weg naar het stemhok. Velen verliezen zichzelf maar wat graag en gemakkelijk in groots, verheffend narratief met vaandels, parades en symbolen, vastberaden keffend tegen een kloek vijandsbeeld en in de stemhokjes domineren dan jammerlijk emotie, verbittering en ongeduld over de bereidheid tot fatsoenlijke samenwerking. Nuchter verstand, twijfel en moeizaam overleg in coalities die eerst en vooral ontevredenheid verdelen, verkoopt slecht. “We are the Champions !” is hoe de gammele mens zichzelf als een fabulerende puber toeschreeuwt. De goeden niet te na gesproken.

In de geschiedenis van menselijk samenleven door zelfbestuur delft de ratio telkens weer het onderspit. Het project Europa is, hoewel ernstig mankerend door bruut lobbyisme, een gigantisch voorbeeld van samenleven aan de hand van de ratio maar wordt dezer dagen serieus bedreigd door machtszoekers die emoties aanboren ten gerieve van de eigen primitieve agenda. David van Reybrouck met zijn nieuwe methoden van afvaardiging is en blijft jammerlijk een roepende in de woestijn. Ronald Wright ziet de mens telkens, in de loop van millennia, weer in dezelfde vooruitgangsval trappen. De huidige wereldgemeenschap lijkt zo’n recept gedwee te volgen. De wereldsamenleving loopt tegen zelf opgezochte grenzen aan maar een wereldregering ontbreekt en iedere aanzet tot verbetering verkruimelt dezer dagen door de fnuikende werking van de kletskoek van voornoemde machtszoekers. We lijken feestend op weg naar de eigen crematie. Een weg die toenemend bezaaid zal zijn met oorlogen. Aan het eind van de rit zal opnieuw veel bloed vloeien die zo, als de oeroude inkt van de macht, ’s mensens radeloosheid bevestigen.

Behoudens zelfverzonnen en ‘waar’-gewenste ankers blijft het existentiële scheepsdek intussen spekglad. Een universeel, verbindend gesprek voor vreedzaam samenleven is ver weg en de broodnodige ratio raakt vermalen tussen oorlogszucht en machtswellust terwijl in vreedzamer tijden het Neofeodaal (hoofdstuk 11) zich wist te vestigen met alsnog een geniepige vorm van onderwerping van massa’s via gekaapt burgerlijk recht als uitkomst. De structureel sluimerende ontevredenheid die daar uit voortkomt wordt zo weer brandstof voor nieuwe volksverlakkers met hun lulverhalen. Zie de wereld anno 2024. Intussen hecht ik ouder wordend almaar meer aan mijn oogkleppen en de ‘plaat voor mijn kop’ hoewel dat vroeger gold als een diep verwijt maar ik wil niet alles meer weten. Diep triest eigenlijk voor wie bedenkt dat we allemaal zo’n beetje dezelfde bouwtekening hebben met sterk vergelijkbare noden en behoeftes, levend op een aarde die evengoed paradijselijk had kunnen zijn. “Onsk is een mooie stad maar net iets te ver weg” zong Drs P. 

Niettemin graaf ik voort naar de blauwdruk achter al die verschillende sprookjes en lijkt en passant een loflied op ledigheid naar analogie van onze Desiderius E. de meest gepaste reactie. Het bestaan als een blanco vel dat naar hartelust beklad mag worden, maar lieve mensen, doe dat thuis, achter de voordeur. Daar kan vrijwel alles. Desiderius voornoemd betoogde rond 1511 al dat geluk enige mate van dwaasheid vereist en ook Shakespearre  en ookJohn Gleese hebben ons dat met veel plezier voorgehouden. Er wordt gezegd dat wie weet te lachen vanzelf een beetje blij wordt. Misschien is die neurobiologische tournure onze redding. “Always look at the bright site of life”. Placebo als prettige dwaling en existentiële redding. Ik herhaal: regendansen was zo gek nog niet.

Na mijn ‘bekering’ rond 1963 bezocht ik scholen, las kranten, verrichtte sterk uiteenlopend werk en ik volgde behoedzaam, dat wel, de driften en instantane noden van lichaam en geest. De jonge hond in mij moest zo nu en dan van de riem om te draven en te ondergaan wat er zoal in dat lijf en dat van anderen leeft. Met uitsluitend het hier-en-nu als kortstondige schuilplaats tegen de toenmalige onvatbaarheid van de grote bestaansvragen. Niet alleen viel er voor een gezonde jongeman die de mazzel had kort na WOII in Noordwest Europa te worden geboren, veel te beleven, ook was er toegang tot velerlei cultuur. De stap van volksbuurt naar universiteit was klein. Het ging vanzelf. Ik surf al mijn leven lang op de Boomerswave door de tijd en ken oorlog slechts uit de krant, oh wonder. Vrij(blijvend)heid was lange tijd troef en vrede en schoon drinkwater leken decennialang vanzelfsprekend. En dat allemaal tot op de dag van vandaag, wat een mazzel. Minst genomen past dankbaarheid daarvoor al voel ik soms ook een half laf soort gêne jegens onze nakomelingen want mijn generatie heeft ‘het er wel van genomen’ zoals men de terugblik zou kunnen verwoorden. Maar wie weet, komen nieuwe generaties op hun beurt tot een leefbare eigen kijk op de zaak met een nieuwe waan en verse zinnigheid. Onze waarneming heeft een dashboard met wat knoppen waaraan te draaien valt zoals de kunst ons dat voorhoudt.

55 jaar oprispingen noteren leverde een verzameling schrijfsels en eigen “wijsheden” waarin ik contouren zoek. Observerend, de tijd nemend, de werkelijkheid in voortduring aan het woord latend, zoekend naar samenhang en regelmaat. De inzichtjes die naar voren kwamen, laat ik hier in één niet al te lang stuk landen. Mijn uitgangspunt voor al het menselijke is het besef binnen een eerstepersoons-sensorium. Dat besef te midden van velerlei belevingsstromen is alfa en omega van mijn humaniora en ik ga niet zoals ik overal lees en hoor uit van vrij zwevende begrippen als emoties, verbinding, trauma die hoogstens als rook momentaan en vluchtig zijn. Onze eerstepersoons-bioneurologie durf ik geen moment los te laten. Gelukkig is de blauwdruk van de mens universeel en nauwelijks veranderd zodat ik de 107 miljard die tot dusver leefden over één kam durf te scheren. De verkenning van het door de grote denkers geschrevene heeft me daarbij, voor zover ik kan nagaan, nauwelijks geholpen. Ok, je kunt zeggen dat Kant aandacht vroeg voor ons innerlijk proces maar dat bleef verder onaangeraakt en onuitgewerkt. Ik schrijf op wat ik voor waar houd en dat gaat om grondslagen en simpele structuren. Intussen ben ik 70 en moet ik ‘to the point’ komen dan wel mijn verzinsels maar meteen aan de prullenbak toevertrouwen. Een lot dat alles en iedereen zowiezo te wachten staat. Uiteindelijk is het allemaal koud vuur en betekenen Aristoteles en Boedha net zo min iets voor de mensheid als Simon Jane Paap of ik.

Goed beschouwd heb ik hiervoor mijn kruit al zo’n beetje verschoten zodat hierna herhaling te voorzien is.

1.                IK-HEID, de eerste persoon enkelvoud, pars pro toto van mens-zijn en mensheid.

Toen ik 20 jaar geleden online het begrip “ikheid” zocht, was er niets dergelijks of naburigs te vinden. Inmiddels is het evenals “me-ness” een gevestigd lemma.

Gevangen of, vriendelijker verwoord, verankerd als ieder van ons is in de eerste persoon enkelvoud (probeer er maar eens uit te komen) zal al ons beschouwen onontkoombaar een eerstepersoons-perceptie zijn. En blijven. Ons besef is geworteld in ieders eigen zenuwstelsel en de impact van die eenvoud is enorm. Ook het waarnemen van grootschaliger zaken begint de de eerstepersoon hetgeen een dominante sleutel zet voor al hetgeen zich aandient. En zoals al het leven in de eerste plaats is gecodeerd voor overleven van betrokkene en diens soort, voert in die eerste persoon de zucht tot stand-houden de boventoon. Een zucht die onze ratio niet gemakkelijk met rust laat. Mild narcisme en opportunisme zijn daarbij onvermijdelijk en naastenliefde is een gammel reddingsvest, slechts werkzaam voor wie het weet te dragen. Die eerstepersoon is de samenkomst van voortdurende impulsen van binnenuit en van buitenaf die ieders momentane besef vormen. Daarnaast is ons waar-nemen doortrokken van projecties uit onze eigen ‘bakkerij’. Zelfgenoegzaamheid is onvermijdelijk en objectief waarnemen is nog nauwelijks voorstelbaar. Het is alom ‘confirmation-bias’ wat de klok slaat. Ons waarnemen is eerst en vooral zelfbediening en dat is wellicht spijtig maar evengoed als onvermijdelijk.

Bij vogelgebieden staat soms een gluurmuur en zo, als gluurder, heb ik de mens decennialang bekeken, gadeslaand met zo min mogelijk oordeel of verwoording. Wie stil zit in de natuur en dat evengoed onder mensen, die ziet steeds meer verhalen ontstaan in de bewegingen om zich heen. Woordeloos de fenomenen ‘hun gang laten gaan’ en daar dan vanzelf zinnige samenhang is bespeuren. De natuur leert men overzien, sommigen zeggen “regeren”, door haar te gehoorzamen en wij zijn daar niets meer dan zoogdieren, deelgenoten in opkomst, rabiate overlevingsdrift en ondergang. Mens en mensheid schitteren echter door een jammerlijke mix van narcisme en opportunisme en de mensheid struikelt telkens weer door onderlinge verdeeldheid. Zoals ik elders al opmerkte zijn vrijwel alle landsgrenzen met bloed als de inkt van brute macht geschreven. Het lijkt te veel gevraagd om als één volk de aarde te bewonen. Ideologieën, die ik verderop bij de wanen indeel en de huiskamer indraag, blijven ons struikelblok met oorlogen en uitblijvende ontwikkeling als gevolg.

In het eerstepersoons-uitzicht komen neurale, biochemische, micro-electronische, psychologische etc gebeurtenissen samen en vormen waar-neming die leidt tot besef en wellicht tot handelen en ik probeer een beetje licht in deze black box te laten vallen. Ook ons besef als een groep begint en eindigt in dat eerstepersoons-besef. Een groepsperceptie is dan nog wat meer verzinsel, indirecter, abstracter dan dat van een enkel wezen. Het is los gezongen. Maar besef is altijd beseffen vanuit één hoofd ook al gaat het over continenten vol mensen en soms zelfs tot duizenden jaren terug. Het eerste deel van onze ‘verrekijker’, het oculair, is en blijft dat van de enkeling met daarin de neiging tot zelfbehagen massief aanwezig en dat wordt slechts in schijn wat objectiever wanneer anderen meedwalen. Het vergt kennistheoretische discipline om daaruit te breken maar onze dagelijkse menselijke attitude is daartoe niet geneigd. De drift tot verbinden, thuis voelen en bubble-vorming overtroeft al snel ons kritisch vermogen. 

Die eerstepersoon, als kleinste gemene veelvoud vormt het domein waar vrijwel al het menselijke, in welk verband ook, zijn oorsprong, bewerking en eventuele verheldering vindt en die verdient eerst en vóór al aandacht. De menselijke ‘bouwtekening’ is grotendeels terug te vinden in ieders zenuwstelsel waarvan het brein niet meer dan een onderdeel is. In de micro- en neurobiologie groeit al decennia het inzicht dat ieder mens een sterk gepersonaliseerde fysiologie heeft die als oergrond van een persoon beschouwd kan worden. In de medische wereld groeit het inzicht dat gezondheid welhaast per lichaam een eigen benadering verdient zoals ook de verschillen tussen mannen en vrouwen van belang zijn voor een efficiënte behandeling. Machteld Huber maakt zich hier sterk voor. Leuk, of zo je wilt leerzaam, is dan bij voorbeeld dat lieden die langjarig nauw samen leven en aldus de microbiologische omgeving delen, onderling almaar meer overeenkomsten gaan vertonen, niet alleen in uiterlijk, standpunten, kleding en al dat. Hun beider microbioom vertoont almaar meer overeenkomsten. Men “groeit naar elkaar toe”. Leuk toch ? Maar ook goed om te weten. 

Bedenk voorts dat zélfs directe zintuigelijke waarneming niet zelfbenoemend en verklarend de eerste persoon binnen komt. Ook het ogenblikkelijk waargenomene moet wachten “to be seated” zoals gasten bij binnenkomst in veel restaurants. Direct daar al zijn we aangewezen op referentiekaders en voorafgaande ordening en pré-occupaties. In ‘waarnemen, zingeven..’ (hoofdstuk 4) kakel ik over de onvermijdelijkheid daarvan. Die onmiddelijkste waarneming is evenzeer doortrokken van onze wanen, projecties en sprookjes-zucht als wanneer men verleden of toekomst beschouwt. Fenomenologie mag dan de minst bemoeizuchtige van onze beschouwingsmodellen zijn, zonder een ordenende ontvangsthal, een receptie, bedreigt anomie al hetgeen onze ‘antennes’ aanleveren. Niet alleen beschouwingen over eerder, later of elders zijn abstract en waan-afhankelijk. De autonome rol van de goocheldoos die we ‘taal’ noemen is daarbij niet te overschatten. De zelfhandhavingsdrang uit de eerstepersoon is daarin nooit ver weg. En er loopt tijd. Het gaat niet om foto’s, niet om stills maar om film of zelfs meerdere films tegelijk. Álles beweegt almaar. Niemand kan uit zijn eerstepersoon uitbreken en in haar roerselen vindt men verklaring voor al wat samen-leven in de kleinste verbanden tot aan wereldwijde geopolitiek betreft. Van belang daarbij is dat waarnemen niet alleen ontvangen maar evengoed zenden-en-terug-ontvangen inhoudt. Die ‘VR-bril’ is zodoende al zo oud als de mensheid. Wat je ziet, is hoe je kijkt en de blauwdruk van de eerstepersoon is in al het menselijke terug te vinden. Ook samenlevingsbeschouwingen zijn onvermijdelijk waarnemingen vanuit de eerstepersoon, de molecuul van de humaniora. De verrekijker die uitzicht en inzicht bewerkt en vermengt, projector evenzeer als camera. Objectief waarnemen is theorie, is nauwelijks echt te noemen. Ik zie de mens vooral als gammele mythomaan die liefst iets op de mouw gespeld krijgt om daarna dolblij in die eigen bubble rond te stappen, hun oogkleppen en de plaat voor de kop even verbeten als onwetend vasthoudend. De onvermijdelijkheid van dergelijke zweverig beschouw ik als de menselijke conditie. Zonder sprookjes zijn we nergens wil ik maar zeggen. 

Kentheoretisch beschouwd rust het dagelijks menselijk besef op drijfzand en strikt genomen kun je zeggen dat niemand géén wappie is. De ratio blijkt vooral geneigd én geschikt om dat te verhullen. Taal is daarbij een evenzeer getrouwe als verraderlijke dienaar. Ons rest in dagelijks leven weinig meer dan Kopfkino, desgewenst prettig verpakt in door de ratio aangereikt pakpapier. Miljarden van ons stierven en sterven bij bosjes vastberaden voor wat welbeschouwd willekeurige opvattingen zijn. Het lijkt wel of de meest wezenlijke beslissingen uit het niets of ten hoogste vanuit de onderbuik aangereikt worden en we het verstand vooral inzetten om daar een logica in te prakken. Hedendaags online-wappie-isme staat bol van vertoon van evenzeer potsierlijke als aandoenlijke vastberadenheid. Maar “It ain’t necessarily so” zou van mij het refrein van de mensheid mogen worden. Niemand heeft gelijk en in strikt existentiële zin zijn allen in gelijke mate aandoenlijke dwalende wezens en dat is geen bezwaar zolang men z’n opvattingen en liturgieën thuis, achter de voordeur, surfend, gamend of anderszins bij-gelovend botviert. Alles in de eigen kring evenals hobbies, sexuele uitspattingen en meer. Beleef je wanen zoveel mogelijk binnen de voordeur. 

Geesteswetenschappen zouden er goed aan doen om voortaan en consequent vanuit de mens en niet overwegend náár dit object, het door mij vermeden begrip ‘individu’, te kijken om zodoende te aanhoudend te vertrekken vanuit het eerstepersoons-uitzicht en de momentane impulsenwolk die daar de toon aan geeft. Dáár is het alpha en omega van al het humanitaire enigszins ordelijk en in een vertrouwde dynamiek gevestigd en vinden standpunten een verhelderende oorsprong. De psychologie van de enkeling is de geboortegrond van welk gemeenschapsdenken ook. Onze blauwdrukken zijn verregaand overeenkomstig en zijn ontstaan in een natuurlijke omgeving vol gevaar. Dan is ook gemakkelijker in te zien dat zo iets ‘enorms’ als wereldpolitiek strikt genomen dom-weg om herkenbare en vaak zelfs kinderlijke kanten van één of enkele deelnemers draait. In kringen  van diplomaten is dit waarschijnlijk dagelijkse kost. Kennis opgedaan in de zandbak en op de kleuterschool is daardoor veelal toereikend om de wereldpolitiek te verstaan. Samenleven blijkt en blijft niet meer dan kinder-spel gespeeld door opportunisten zoals de menselijke conditie ons nu eenmaal en vele millennia heeft gevormd. 

Het openbare leven vergt inschikkelijkheid waartoe vrouwen wat eerder geneigd zijn dan mannen maar dat terzijde. Dat is een verstandelijke althans verstandige benadering met opschorting van instincten, emoties en bijbehorend pathos. Temeer buiten de ‘stamkroeg’, verwijderd van de eigen totem, moet men op zijn woorden passen. Ik kakel daarover in ‘De voordeur, de schutsluis’ (Hoofdstuk 5). In het staatsrecht is daartoe de figuur van de burger ontstaan en doorontwikkeld. Een welomschreven begrip. De burger heeft rechten, plichten en thuis een begrensde maar beschermde plek voor identiteit. Daar mag je groot en groots zijn. Maar daar buiten komt het finale gelijk omwille van de lieve vrede aan niemand toe zoals de eerste wet van de burgerschapscursus in het algemeen onder zou moeten luiden. Een mening wordt bovendien niet juister door er voor te sterven, te doden of een leven anderszins te offeren aan doorgeslagen protocollen en misvattingen anderszins. Het staat ieder vrij een ideologie aan te hangen maar doe dat alsjeblieft met een knipoog en in de eigen kring. Alleen dan houden we wapengekletter buiten de deur..

Wetend lichaam.

De epe als eerstepersoons-domein beperkt zich niet tot het hoofd, het brein maar doordringt via het zenuwstelsel het hele lichaam. Ons besef stamt vanuit het gehele lijf en dankzij het zenuwstelsel hebben mijn hersens een grote teen en heeft mijn grote teen hersens en zo voort. Dat turnen, yoga, een spijkerbed, skydiven, waveriden, wimhoffen, etc onze hersens, ons besef volledig betrekken in die lijfelijke ervaring is van niet geringe betekenis voor de samenhang en vorming van de eerstepersoonsperceptie. Ieder mens is een beseffend, een wetend lichaam en wij zijn beslist niet slechts ons brein. De epe neemt waar vanuit onze innerlijke ‘kermis’ van concepten, wil, hoop, gevoelens, belangen, trauma’s en al dat en probeert in de eerste plaats zichzelf lichamelijk en geestelijk te rechtvaardigen. We spinnen daarbij en daartoe een eigen zin. En dat doen we met ons hele lijf. Een steunend zelfbeeld is een fantastisch en noodzakelijk kunst-werk, waan-zinnig. 

Ik zou niemand zijn zelfschragende standpunten willen afnemen maar we verkeren dan voor een flink deel in onbewust zelf verzonnen theater en doen al te vaak en gretig alsof waarnemen een eenvoudig, eenduidig proces en we gaan aldus schrijnend voorbij aan de Kopfkino die ieder zichzelf voorhoudt. Ik kakel daar later onder “waarnemen, zingeven” (hoofdstuk 4).

“Individualisme” roept in het beste geval in herinnering dat mensen, anders dan waterdruppels nooit volledig in een geheel verdwijnen en daarbij kijkt men van buitenaf náár en niet vanuit de eerste persoon. Dat grijpt daardoor náást het maatgevende van het epe-uitzicht dat ik hier benadruk en tracht te codificeren. ‘Individu’ als toe-schouwer van de mens mist het proces “ik-heid” (me-ness) en dat is juist hetgeen alle mensen die ooit leefden gemeen hebben.

Ook groepsbesef in het groot en in het klein kan maar het best vanuit de eerstepersoon worden begrepen opdat te zien is hoe we maar al te graag de eigen beheptheden inclusief behagend Kopfkino over de wereld uitrollen zoals men dat in de puberteit zo schaamteloos fabulerend als oefening in ‘denkbeelden bouwen’ deed en ieder die daarin meegaat, is je beste vriend. Als waarnemer ‘eten’ we zo bewust of niet uit eigen keuken. Alles voor zolang ons beschouwen niet op klippen loopt en dan nog zijn we er meesters in zodanig anders waar te nemen dat de uitkomst ons alsnog welgevallig is (en het stilletjes de ander is, die zich vergist). Het is goed te beseffen dat deze zelfdrift altijd overal op de loer ligt en dat feiten hoogstens met toepassing van wetenschapsleer te behappen zijn. Als enig zoogdier roept de mens aldus een placebo-effect over zich af. Onze soortgenoten kennen dit niet, zo meen ik. Is dat onderzocht ? Vorsten en andere topdogs omgeven zich daartoe permanent met ‘hofhouding’ die gedienstig bijdraagt aan hun waan, hun gefabuleerde zelfbeeld en projecties opdat deze tot schijnbaar objectief en door aanvaarde dominantie waar-achtig worden. “Koning kun je niet spelen”, las ik laatst als boektitel; die kwaliteit is het product van diens omgeving. Daar ontstaan de nieuwe kleren van de keizer en die absurditeit geldt ons allemaal. We zijn waarlijk belachelijke wezens en het zou ons sieren om dat in te zien en liefst ook af en toe te belijden. Met wat minder ernst jegens de eigen standpunten wordt samenleven dan al gauw een makkie. Gewoon toegeven dat we allemaal maar wat aan rotzooien, vrij naar K. Appel, en daar direct nadien in alle ernst mee verder gaan. Iets onvoorwaardelijk geloven maar met een knipoog, wie durft ? Het lijkt de kortste weg, wellicht de enige, naar vrede waarvan de wereld anno 2024 mijlenver verwijderd is.

Groepen hebben een eigen dynamiek, waanbouw en bijzondere momentaniteit zoals je dat ziet in volle stadions, arena’s en bij andere verzamelde hordes online. Denk aan het overrompelende van waves, stadionliederen, festivals, scanderen in koor. Ruimtelijk samen zijn kan verenigen en de vibes van het moment kunnen “on the roll” gaan. De epe’s worden ‘opgetild’ en wederkerig gevormd. Is zoiets een time-out of juist het leven zoals het moet ? Connotaties gaan domineren. De semantische lading van woorden wordt overruled, treedt buiten haar oevers ten gunstige van klankrijm en andere muzikaliteit. Men spreekt wel van ‘momentum’ om te duiden ‘de tijd rijp is’ voor zekere ontwikkelingen. Intussen delft de ratio het onderspit en is een tweespalt snel geboren en is vechten ook niet al te ver meer weg. Een vijandbeeld verenigt met ongekende kracht. Hoe meer mannen, hoe meer vuisten. Op internet wordt zulk soort ver-enigen bereikt door wederkerig opzwepen en gezamenlijke waan-bouw, alles gefueld door ontevredenheid, testostereon, zindrang met uiteindelijk woede gericht tegen verzonnen vijanden. Antagonie en pathos worden professioneel opgezweept door sportmarketeers. De verklaring van al dat roedelgedrag is te vinden in al die sterk overeenkomstige eerstepersonen. De grondslag van steppebewoner temidden van gevaar schudden we niet zomaar af. 

Met zo’n epe als blauwdruk/chassis voor de mens durf ik ook door te schakelen naar alle (107 miljard) mensen die tot nu toe leefden. Die epe is als inborst door de eeuwen heen onveranderd. Heden ten dage is 99,8% van het DNA van alle aardbewonders identiek met behoeftes als veiligheid, beschutting, voedsel, respect en voortplanting als primaire obsessies. Adam Rutherford’s “Kleine geschiedenis……..” sterkte mij in dit standpunt. Voor wie het nieuws volgt, is nauwelijks te begrijpen dat een soort van wie allen zo verregaand hetzelfde zijn, oorlog en wederkerig verketteren de mensheid als geheel blijven verlammen. Ik zie oorlogen bovendien nooit bottomup uit een volk opkomen maar vanuit leiders, de machtszoekers met hun eeuwenoude simpele maar nog steeds pakkende pathos. Voilá exact dezelfde quatsch die het ook in computergames onverminderd goed doet. Onze oer-epe vertoont in sport, spel, religie en politiek de sterke behoefte tot af- en onderscheiding evenals behoefte aan vijanden om aldus in de eigen kleine kring eigenwaarde, zin en samenhorigheid te ontwikkelen. Begrijpelijk als je bedenkt waar we vandaan komen: van een rauwe, onherbergzame aarde waar het eten of gegeten worden is. (“Als je niet aan tafel zit, sta je op het menu” zo wordt gezegd.)  We hebben nog altijd de software, de printplaat van wilden en behoeven gevaar om onze blauwdruk/ configuratie geactiveerd te houden. Als er geen gevaar is dan verzinnen de leiders wel iets om bang voor te zijn, iets om te haten. Een van de gevolgen daarvan is dat we vrede slechts kennen als interbellum. Zodra het luguber van oorlog ver genoeg achter ons ligt, vervalt de waardering voor vrede en vraagt die oeroude opgezweepte blauwdruk om bevestiging. Ratio (Volkerenbond e.d……) zou ons wildeninstinct moeten kanaliseren maar juist de ratio wordt door de leiders de tent uit gewerkt. Te veel leiders richten zich op emoties waar het verstand de doorslag zou moeten geven. 

Een andere constante in de epe, naast vijandzucht, is de invloed van wat ik stadia noem. Een mens gaat in de loop van zijn leven door stadia heen die van grote invloed zijn op zijn houding en gedrag. Onverschillig of dit afkomstig is vanuit psychologie, fysiologie, ons microbioom of de omgeving. Dat zien we niet alleen tijdens de puberteit als het puberaal fabuleren en de leeftijdgebonden radeloosheid die dan soms heerst maar ook nadien blijven stadia zoals die rond het midliife een relevant aspect in de loop van levens. Het is daardoor goed om sprekend over iemands epe diens leeftijd / stadium daarbij te bedenken. Wie, momentaniteit indachtig, terugkijkt in het eigen leven zal vaak vanzelf stuiten op hetgeen ik hier betoog. Dezelfde mens met wisselende invloeden waarvan sommige logisch vanuit biochemie of wat ook als patroon verschijnen. Alles uitsluitend te vinden in de eerstepersoon.

Eén van de zelfrechtvaardigende, zelfbedienende tendenzen in de epe is te zien in de omgang met het eigen uiterlijk. Niet alleen mijn oudere, de eigen kleding makende en zwaar opgemaakte buurvrouw (Meerdink) uit Zierikzee liep decennialang pijnlijk en loeiend voor aap in weerwil van haar eigen overtuiging gezien te worden als welgevormde goed geklede dame van de wereld, ook miljoenen anderen reiken zichzelf de hand door geverfde haren, beschilderde gezichten als verjongers en hoge hakken als beenverlengers te zien slagen, althans in de welgevalligheid van de eigen ogen. Zelfbediening is alom gaande. Derden zien vaak al vanaf 100 meter dat daar weer zo’n gevalletje zelfbedrog aan komt. Sneu is dat de meesten zichzelf stilstaand voor de spiegel bekijken en beoordelen, onbewust de gunstigste houding aannemend en dan over het het hoofd zien wat zich afspeelt als dat geheel gaat lopen. Het zou beslist helpen als men zichzelf over een catwalk kon zien gaan. Het openbare leven zou er door opknappen. Snorren, baarden, tattoos, verhullende kleding. De epe ziet wat het behoeft te zien. De getattoëerde draagt essentiële manifestaties van wie men is en wat hen gevormd heeft op het lichaam maar ik zie een bekliederd lijf, een Delfts blauw tegeltje en meer niet. De epe met dank aan de eigen oogkleppen matst en redt zich tegen de stroom in. Zoals een heel dorp soms weet dat een man vol-op vreemd gaat maar het de echtgenote lukt waarlijk van niets te weten: “wat je ziet, is hoe je kijkt”. Een patroon dat in ons allen voorhanden is.

2. WAAR-NEMEN als dienstknecht en behager. Kopfkino. Zonder waan geen zinnigheid.

Waar-nemen is een gepersonaliseerde bezigheid. Heel je lijf, je geschiedenis, je noden, frustraties, referenties en niet in de laatste plaats je hoop, kortom al wat leeft in het eigen sensorium bepaalt mede wat zich uiteindelijk als waarneming voltrekt. We zijn tegelijk camera én projector zoals het bekijken van ambigue figuren dat verraadt. Waar-nemend slaat zelfrechtvaardiging de klok en, oh ironie, heeft de evolutie ons uitgerust met een welgeplaatste blinde vlek waardoor juist die eigen inbreng ons ontgaat. We krijgen stiekem datgene wat we behoeven voorgehouden terwijl we niettemin menen de ijk van de dingen zijn. Narcisme en, opgeschaald, antropocentrisme liggen zo van meet af aan op de loer voor mens en mensheid. Shakespearre, John Gleese en hun publiek lachen zich al vier eeuwen rot om de taferelen die dat oplevert. In dergelijk waarnemen ligt behalve geruststelling voor het subject het recept voor een ramp op de loer zodra men onderling wil afstemmen. Daar begint de zware cursus “samenleven” die vraagt om het opschorten van het eigen oordeel en om luisteren in plaats van spreken. Roep af en toe de Desiderata van Max Ehrmann in herinnering. Achter die blinde vlek van daarnet ligt de ontsluiting van zelfkennis, een oefening in bescheidenheid. Ik meen te zien dat we voor waar houden wat we geloven en dat geloof komt voort uit de wil, de hoop die wordt bepaald door overlevingsdrang en is begrensd door wat je ten hoogste kunt bevatten. Het eigen oordeel verdient achterdocht en dat geldt niet alleen in de wetenschap. Waarnemen is verregaand Kopfkino en niet alleen de keizer draagt nieuwe kleren. Besef daarvan schept ruimte voor een betere wereld die zoals het cliché luidt, bij jezelf begint. 

Ook directe zintuigelijke waarneming is on-waarachtig en wordt met hoop en wil als stille dirigenten samengesteld. Het engelse ‘spin’ staat voor ‘verdraaiing’ alsof er één ware werkelijkheid is maar juistheid is een afspraak, een taxonomie, een nomenclatuur goed genoeg om de dag mee door te komen. Iemand schreef : we kijken meer met onze kennis dan met onze zintuigen” en een ander zong “Dreamer, you cannot put your hand in your head, oh no”. Als vaandeldrager, product en slachtoffer van de eigen fantasie stelt de mens als een bloemschikker feiten in een gareel met steun van de geldende cultuur. Maar oh wee, voor wie zich buiten die cultuur begeeft; daar blijkt veel objectiviteit toch weer collectieve Kopfkin te zijn. Waarheid is een voortbrengsel zoals maatwerk, veel meer een uitvinding dan een ontdekking. De woeste ledige aarde van den beginne bekommert zich niet om onze wanen. Het doel daarvan blijkt grotendeels geruststelling in een raadselachtig bestaan. Met zijn verstand, de ratio als lakei in dienst van gevoel en hoop om niet te zeggen wanhoop. Niet alleen Karel Appel rotzooide maar wat aan. Hoe oprecht is wat ik las op een grafsteen van een vrouw die een hoge leeftijd had bereikt : “ Het (leven) was wonderschoon maar ik heb er niets van begrepen”. 

Gelukkig blijft ons geknoei onbestraft want het bestaan gaat tegen al ons snakken naar de luwte van een eigen, groot gelijk in, van nergens naar nergens. Bij leven noch dood worden we door een morele boekhouder op het matje geroepen voor de eindafrekening. Ook breed gedragen wanen, religies en ideologiëen, komen uit de eigen smederij, allemaal eigen verzinsels. Mijn 93-jarige diep christelijke grootmoeder lag op haar sterfbed werkelijk te schudden in haar tuig uit angst voor het aanstaande goddelijk oordeel: wordt het hemel of hel ? Het arme mens. Haar almachtige was nog te beroerd geweest om haar bij leven een seintje te geven. Wie zó machtig is en dan stil blijft, die deugt toch niet ? De mens perst al projecterend huisgemaakte wanen uit ledigheid en laat zich door de mafste fantasmen over de kling jagen, sterft moeiteloos voor verzonnen goden die het leven eerder toch al hadden vergald. Van alle populaire religies is duidelijk dat hun voorschriften primair inspelen op de angst voor leegte en de zucht naar zin naast al hetgeen machthebbers in voorschriften en liturgie hebben gesmokkeld want bij het zien van die absolute religieuze gehoorzaamheid, likken die de lippen af om aansluitend de mouwen op te stropen en zichzelf in het script van de mensheid te schrijven. Op de zwartgallige beschouwingen van W.F. Hermans dienaangaande valt nog steeds weinig af te dingen. 

Het vinden van een fijne fopspeen is een raadzame truc in een mensenleven want met onversneden ledigheid of ironie anderszins weten maar weinigen om te gaan. Een beetje vertoon door protocol en liturgie maar dan met een knipoog is goed verontschuldigbaar en ook als regendansen niet met een plensbui beloond wordt kan het mensen bij elkaar brengen en aan betekenis bijdragen. Pastoor Niels van Lier te Heibloem was daarvan een voorbeeld. Hij zette de bijbel tussen de sprookjes. Een sprookje om bestwil..    

De mensen aan de knoppen van de samenleving willen inmiddels niet weten van een knipoog als truukje in menselijk waar-nemen. Zij houden verbeten vast aan het opleggen van hun sprookjes gebaseerd op vijandbeelden en de ‘redding’ die zij bieden. Kijk maar om je heen. De indirecte macht, de verkapte slavernij van het Neofeodaal (hoofdstuk 11) lijkt niet langer toereikend en men zoekt regelrechte fysieke onderdanigheid. En al wat hun sprookjes ontmaskert zoals wetenschap, wordt vernietigd. 

We schrijven 2025 en zijn hard op weg naar “af”. Geen stap heeft de mensheid nog blijvend voorwaarts gezet en niet voor het eerst trapt de mensheid dezer dagen “in de vooruitgangsval “, aldus de historicus Ronald Wright. Sommigen lonken inmiddels naar het heelal en vormen vanaf eigen eilanden en superjachten stuwmeren vol waarde op de uitgewoonde aarde. Met doorgeslagen materialisme als symptoom hossen we bezopen en misleid de volgende wereldoorlog in. De rede hangt er bij als een blinde darm. Het luchtschrift, de dominante waar-neming is in handen van enkelen. De betere journalistiek krijgt het niet meer gecorrigeerd sinds de media verkruimeld zijn en ieder online leest wat hem behaagt zoals ons waarnemen nu eenmaal tot zelfrechtvaardiging is gecodeerd met als resultaat alom bubbles ‘waarheid’ als koolzuur in frisdrank. Samenhang valt weg. Ieder kruipt weg onder een eigen paraplu voor de hagelstenen van kritische zelfbeschouwing. Al ons verstand, alle menselijke rede lijkt vergeefs. Pathos rules the world.

De centrale meter op het dashboard van openbaar bestuur behoort het burgerbelang te zijn maar die notie is weinig verder gekomen dan het papier en intenties. Ons kiesrecht begon al gemankeerd als censuskiesrecht voor een kleine groep mannen, werd later opgevolgd door goedbedoeld algemeen kiesrecht maar al vanaf het ontwerp van die wettelijke regeling werden de afgevaardigden overlopen door machtszoekers en hun lobbyisten en inmiddels komt daaruit na decennia economisme en corpocratie als een foenix het oeroude fascisme tevoorschijn.  Geraffineerde communicatietechniek en public relations naast ontspoord burgerlijk recht vormen de laatste nieuwe grip op de massa. Opnieuw is er één groep dominant met het burgerbelang als wassen neus. De kiesstelsels met hun goedbedoelde garanties hebben de burger nooit lang mogen baten. De waanbouw anno 2025, sinds millenia het terrein van religie heeft gewonnen van ratio en redelijkheid, van moeizaam delibereren, coalities vormen en inschikken. Met leuzes vol kinderlijke narratieven en quick-fixes vol vijandbeelden klauteren volksverlakkers wereldwijd en zonder gêne naar de macht. Nog even en de fascistensprookjes integreren (wederom) moeiteloos met religie want al die wanen zijn van hetzelfde materiaal gemaakt, waarna een verdwaasde en uit elkaar gespeelde meerderheid de eigen onderwerping weer zal aanvaarden. Het verlichtingslicht is al bijna weer uit. De draaiboeken daartoe zijn overal voorhanden en wereldwijd schrijft een kleine groep communicatieadviseurs hun messcherpe recepten uit. Waar is wat men gelooft en geloof laat zich sturen door wat men wil en behoeft. De werkelijkheid bestaat immers niet zoals theoretisch natuurkundige Carlo Rovelli ons voor houdt. Maar wanen zijn voor thuis en in de kerk of voor op de yogamat en in de peergroup. Voor daar waar men leeft en hoopt en bidt. Het vormen van een samenleving is moeizaam maar bevredigend hersenwerk en moet zover mogelijk van persoonlijke sprookjes verwijderd blijven. Maar de mensheid is al lang weer als paarden ingespannen in de leidsels vervaardigd uit omgekat burgerlijk recht. Regels die oorspronkelijk ieder ten dienste stonden.

Dat efficiëntie niet de belangrijkste eigenschap van een overheid dient te zijn is alles behalve gemeengoed. Redelijkheid-voor-allen is het primaire doel. Dat vereist inzicht en begrip van burgers én bestuur maar juist dáár slaan de volksverlakkers toe door die onvermijdelijke efficiëntie aan te grijpen als aanklacht tegen de gevestigde gang van zaken en zichzelf als bevrijders op te werpen. Het is pijnlijk om te zien hoe verkiezingswinst volstrekt andere eigenschappen beloont dan dat goed bestuur aan vaardigheden vergt. Alleen dát is al voldoende reden om de invoering van zoiets als burgerraden te overwegen. Maar het oppermachtige bedrijfsleven zal dit staatsrechtelijk equivalent van ondernemingsraden te vuur en te zwaard bestrijden.

En, pijnlijk maar waar, al te veel openbare bestuurders geloven echt, oprecht de eigen propaganda en worden daardoor pas echt gevaarlijk. Als blinde volgeling van de eigen quatsch en met de touwtjes in handen heeft de vraag naar hun goede of kwade trouw geen belang want hun onheil staat ons hoe dan ook te wachten. 

Religie, mythes, esoterie, seculier of niet, lijken aan het eind van de dag toch onmisbaar, beter gezegd onvermijdelijk. Dat samenlevingen door ‘acteurs’ worden bestuurd is wellicht onvermijdelijk maar hun goed trouw is noodzaak maar bokken van schapen scheiden lukt niet langer met hedendaagse gekaapte verkiezingen die ten onrechte wereldwijd als zaligmakend gelden. Tijd voor het inzicht dat we ideologiën en hun politieke partijen beter thuis achterlaten als we gemeenschapszaken bespreken. Tijd voor meer David van Reybrouck.

Ondertussen vinden machtspinnende schreeuwers eenvoudig aansluiting bij de obese massa die zich door het tot financialisme omgekatte economisme gemarginaliseerd weet en waar ontevredenheid een magmakamer heeft gevormd die ontlading zoekt. Weinig is gemakkelijker dan die aan te boren. Kijk anno 2025 maar om je heen. Huishoudens als de roulettettafel voor de financiële wereld. Er wachten ons zwarte tijden die eerst gekeerd zullen worden wanneer het bloed weer tegen de plinten klotst en de overlevers al niet meer weten waardoor, waartoe hun oorlog ooit begon. Opnieuw zullen landsgrenzen in bloed geschreven worden wederom wordt bloed de inkt van de machthebbers.

Tijdens langdurige vrede zoals na WOII in Europa was er minder zichtbare machtsstrijd doordat die zich onder het tapijt afspeelt en schuil gaat achter fraaie façades van gekozen volksvertegenwoordigers wier verzamelgebouwen echter al gauw slangekuilen vol lobbyisme werden. Vers gekozen afgevaardigden, nieuw in de arena’s van de macht, worden gemesmeriseerd door gepokt en gemazelde lobbyisten die beschikken over onbegrensde fondsen. Lobby werd een inmiddels volwassen vak met open lijnen naar alle wetenschappelijke disciplines. Van “stemmen zonder last of ruggespraak”, de plicht van afgevaardigden, komt niets terecht. Lobbyen voldoet naar mijn opvatting aan de vereisten voor een strafbaar feit. Al lang vóór de manifestaties van Edward Bernays (1891 -1995 !!) waren markt en politiek geinfiltreerd door illusionisten, de ingenieurs van volkswaar-neming, waardoor uiteindelijk vooruitgang in welstand slechts toevalt aan enkelen. De façade toont democratie. Daarachter, ‘nder de motorkap’ treft men de knechtende mechanismen. Met als resultaat een bullshit-economie en een een bullshit-samenleving waarin ontevredenheid brandstof voor nog meer sprookjes vormt. Laten we emoties de ruimte geven in cultuur en sport en meer van dat maar samenleven aangestuurd door emoties zal in oorlogen blijven uitmonden. Sociale media zijn bij uitstek geschikt gebleken om ieder op te zwepen en inmiddels zijn de oprichters ervan machthebbers geworden. Hun data gevormd door kennis van al die eerstepersonen grijpen nog dieper aan dan ouderwetse analoge propaganda doordat men zo nadrukkelijk het gepersonaliseerdste deel van ieder mens weet te bespelen. (hoofdstuk 3).  

3.  Taal, ver-woorder van de fenomenen, vervoermiddel van gedachten en gevoelens, gereedschapskist voor expressie en impressie maar al te vaak en onopgemerkt bananenschil onder de voet van ons denken en communiceren. Instrument bij uitstek geschikt voor zelfbegoocheling, duider van (schijn)logica, smokkelaar van bedoelingen, totempaal, kameleon, hofnargereedschap; tankstation voor mis-verstand, wapenkast voor communicatiespecialisten en politici, kaper van de fenomenologische ervaring. Drager van toonpartituur. Schoft met mouwen vol connotaties. Kneedmachien van een mistig deeg van logos en pathos, onontwarbaar samen gebracht. Taal, machtsmiddel eerder nog geschikt voor oorlog dan voor vrede ?  

In alle taal ligt klank besloten en die treedt daardoor moeiteloos buiten de oevers van de semantiek. Taal komt met aangrijpende klankpartituur die evenals in muziek betekenis en sturing meebrengt en ook geschreven taal, tekst komt met een toon die veelzeggend kan zijn. Van een schrijver wordt wel gezegd dat die en eigen stem moet ontwikkelen en dat gaat ook over dat klankaspect. Taal zonder toon is half werk en lastig te verstaan. 

Niet alleen poëzie, álle taal vraagt tegemoetkoming van lezer of luisteraar, hartekreten daar gelaten. Taal heeft doorgaans een adressaat, is gericht, heeft een doelgroep. Maar de meeste taal, hoe vastberaden en eenduidig ook bedoeld, blijft afhankelijk van de ontvanger. 

Taal dient. Ten gerieve van logos, pathos, ethos, de muzen en nog zo wat met verwarrend veel dezelfde bewoordingen binnen die verschillende domeinen. Allereerste ontmoetingen tussen mensen zijn nog steeds vaak als wachten in de mist op ofwel de toegestoken hand dan wel het uitgestoken wapen. In die mist is een deel van onze blauwdruk gevormd: op onze hoede; gespitst op de eerste tekenen van ‘gene zijde’. Wordt het vrijen of vechten? Miskleunen kunnen kolossale gevolgen hebben. In de blauwdruk van ieder van ons broeit angst. Angst is onze steevaste opmaat naar woede. Taal kan redding brengen wanneer mimiek,  lichaamstaal en andere fenomenen niet voldoen. Iedere eerste conversatie plaatst deelnemers kortstondig in die mist van daarnet achter een wankelmoedig dashboard. Precies zoals dat bij dieren goed te zien is; twijfel, vluchten of vechten, ruiken, nervositeit. “De eerste klap is een daalder waard” klonk het in het Rotterdam van mijn jeugd; die eerste ontmoeting kan alle kanten op. We zijn zenuw-achtige angsthazen op zoek naar beschutting, begrip en erkenning. Vraag het diplomaten en ontdekkingsreizgers. Hoe beter men elkaar kent hoe vertrouwder omgang kan worden tot aan gedeelde cultuur toe en men zich veilig kan wanen. In de praktijk van het menselijke omgang is bekend dat de diepste liefde en vriendschap als bij toverslag kan omslaan. Uiteindelijk, zoals in langlopende huwelijke of familierelaties wordt veel taalgebruik overwoekerd door stapmolens, gedragsmallen en situationele ‘vanzelfsprekendheid’. Taal wordt dan verregaand woordeloos, wederkerig ‘hummen’ is dan al voldoende. Het taalgebruik van oudere echtparen is een categorie op zichzelf en wordt bijna dierlijk. 

De werking van taal verschilt naarmate logos of pathos wordt ‘vervoerd’. Taalvaardigheid lijkt gelijk op te gaan met wat als intelligentie wordt beschouwd. Wie taal goed beheerst kan een domoor ‘alle hoeken van de kamer laten zien’ al zal de domoor al snel boos uit de spell van de slimmerik breken en met een botte, emotionele reactie de dominante logica van de ander verwerpen en in eigen jargon ‘te kakken’ zetten; een clash van wanen met als eindstand ‘dom-weg’ 1-1, gelijkspel. Messcherp taalgebruik slaat dan dood, wordt pijlsnel ontdaan van z’n intellectuele brille.

En dan is er beeldtaal, gebarentaal, lichaamstaal, in het bijzonder de taal van gezichtsmimiek; het ‘sprekende gezicht’.  Dat laatste is een ware specialisatie van mens en dier; oog en oor hebben voor ultra-subtiele details en de wisseling in gezichtsuitdrukking, stemgeluid en overig gedrag waarin een wereld aan betekenis te lezen valt. Geschreven taal, het alfabet, binnen komend via de ogen in plaats van via de oren, kennen we nog maar drie duizend jaar. Onze hersens zijn ruim 100 maal ouder.

Dat niet alleen ieder mens maar ook de gehele soort ooit roemloos ten onder gaat, zou eigenlijk niet moeten shockeren evenmin als het besef dat we niet bijzonderder zijn dan de planten en dieren om ons heen. Maar zelf-verheffing en -felicitatie, antropocentrisme om niet te zeggen antropo-narcisme naast grenzeloze toeëigening van alles boven, op en onder de aarde onderscheiden ons flagrant van die andere zoogdieren. Nederland liep daarin ooit voorop en walste wereldwijd moordend en rovend over natuurvolkeren heen. Het toppunt van ironie is om zo’n mensheid de kroon op de schepping te noemen; een bespottelijke greep naar de macht. Niettemin is dat beeld toonaangevend en wordt het zonder gêne in musea en andere cultuurhuizen geïnstitutionaliseerd en op scholen onderwezen. Alsof de aarde de wereld is. De rol van taal is daarbij niet te overschatten. Een boek als de bijbel illustreert alleraardigst mijn betoog over menselijke waarneming ( hoofdstuk 4), stellend dat wil en hoop onze waarneming door zelfbehagend projecteren beslissend kunnen beinvloeden. Zonodig zetten dominees de woorden één voor één in hun exegese-bankschroef en buigen ze domweg in de gewenste betekenis. Wat er op de preekstoel met taal gebeurt, slaat alles. Taal, woordgebruik, heeft de mens veel gebracht maar is evengoed geschikt om onszelf iets wijs te maken, iets ‘aan te praten’. Taal wordt zo de verf, het doek en de kwast waarmee de mens zijn wanen schildert en dat gaat er alleen maar harder aan toe sinds er geschreven en herschreven wordt. Een explosief groeiende massa teksten, verstoken van momentane inbedding hooverend over de mensheid. Van de teksten in religieuze geschriften blijft soms alleen de klank nog intact en de betekenis gaat in de bankschroef: wat je ziet is hoe je kijkt en wat je leest, is hoe je uitlegt. Zoals een canon de oorspronkelijke inbedding afschudt en symboliserend eenzaam op een sokkel komt te staan; ik verwijs naar de mallote tekst van ons volkslied, verweesd gebazel net als kerkzang doorgaans dof en doods opgedreund. Menselijk besef vergroeit en vervloeit snel en gemakkelijk met woorden, hecht zich aan getaalde gevoelens met hun klanken en de daarmee gebouwde denkbeelden, “we are the world” zo wordt wel gezongen.Taal wrong zich heimelijk tussen de mens en de werkelijkheid en fixeert daarmee ieders fenomenologische ervaring. Samenwerken wordt zo gemakkelijker en abstracties worden hanteerbaar maar taal in verkeerde handen van getrainde debaters en spindoctors wordt al gauw als illusionistengereedschap en leidt gemakkelijk naar invloed en machtsvorming. Waar ik elders betoog dat er zonder waan geen zinnigheid is, is taal het ideale bouwmateriaal voor wanen. Taal helpt de existentiële leegte die menselijk besef kan ondermijnen te bekleden en vult zo ons theater van het bestaan. Ieders Kopfkino is als een script voornamelijk vastgelegd in taal. Als een hond met een kluif gaat de mens aan de haal met taal. En vult verstrooid de tijd in de wachtkamer voor de dood. Wat er ook zij van taal, voor tijdverdrijf is zij bijzonder geschikt.. In verhardende samenlevingen zoals dezer dagen wereldwijd is een permanente kritische beschouwing van taalgebruik een onmisbaar onderdeel van analyses en diagnoses. Journalisten en publicisten hebben er hun handen aan vol. Waar taal als klankpalet in sport en muziek zo gemakkelijk verbroedering brengen, weet taal in domeinen waar zij domineert als geraffineerd geplaatste landmijnen de antagonie in bijvoorbeeld de politiek tot in ieders identiteit door te drijven. Het maakte ooit groot verschil wie wel en niet kon lezen en schrijven. Analfabetisme is verregaand terug gedrongen maar het verschil in taalvaardigheid is onverminderd decisief voor wie aan de samenleving deel neemt. Taal is weinig minder dan een tovermiddel. Copywriters rule the world. In hoofdstuk 11 beschrijf ik hoe taal als leiband functioneert. 

Wettenmakers  en regeltoepassers lezen hier weinig nieuws. Zonder terugblik in de Handelingen van de Tweede Kamer en alle jurisprudentie nadien is een wet, een taalbouwwerkje, als de zo duidelijk mogelijk verwoorde bedoeling van destijds. Dat betekeniscontainertje zat vol met politieke compromissen waarin taligheid op eigen wijze een hoofdrol speelde. Maar taal zweeft. Het is eerder wish-kunde dan wiskunde. Taal krijgt al gauw de rol van houvast en verheldering maar is overgeleverd aan de uitleg van gebruikers en vervoert ratio en emoties in onontwarbare kluwes. Taal leent zich perfect voor taal-spelletjes en ‘vervoert’ schaamteloos bedoelingen even gemakkelijk als bijbedoelingen. Taal komt met connotaties, schaduwwerking en vergt annotaties, bronvermelding, indexering, datering en liefst ook toonzetting. Voor álle duidelijkheid. Talige voorzieningen die actueel dienen te blijven zoals regels en wetten die menselijk gedrag moeten sturen en steunen of sanctioneren, vragen onafgebroken onderhoud. Het opstellen van een overeenkomsten en wetten die langdurig mee moeten, is zonder open begrippen als redelijkheid en billijkheid vrijwel ondoenlijk. Het verglijden van de lading van woorden door hun ver-plaatsing in tijd en omgeving benadrukt de relevantie van wat ik in hoofdstuk 7 momentaniteit noem. Woorden wortelen al gauw in tijd en plaats. Zo kan ik niet geloven dat ten tijde van de codificatie van ons burgerlijk recht de huidige ‘Bigs’ bij Eduard Meijer cs voor ogen stonden toen zij rechtspersoonlijkheid voor vennootschappen, de aandelenbeurs, patenten, auteursrecht en zo voort te berde brachten. Beoogd werd wettelijk gereedschap aan de ondernemende burger aan te reiken en de vorming van de huidige krankzinnige maatschappelijke (over)macht die daar nu op berust was beslist de bedoeling niet. Ik word niet moe te betogen dat burgerlijke rechten en hun rigide toepassing niet godgegeven zijn en dat revisie ervan dringend noodzakelijk is. 

Taal, behalve symbolenstelsel, datadrager, klank-palet en net zo vaak verdeler als verbinder tussen mensen; geschikt als scapegoatschepper en zelfrechtvaardigingstool voor wie zich denkend of sprekend van taal bedient. Een en hetzelfde feit laat zich gemakkelijk in ver uiteenlopende versies verwoorden. Taal ook als zelffelicitatiemedium voor de mens die onbekommerd wanen spint aan de hand van hoogst persoonlijke logica en daarbij naar believen emoties voor verstand aanziet en andersom. Met groot gemak laat taal de mens zichzelf als het konijn uit de hoed halen en ziet aldus vol vreugde het eigen gelijk bevestigd. Taal als slaafs huisdier in de gesprekken die men met zichzelf voert. Taal als lakei in dienst van de eerstepersoon. Taal levert, produceert voor ieder een welgevallige spin, een eigen waan, een eigen huiskamer van begrip en dat te efficiënter voor de intelligente mens. Met taal kun je aanvallen en verdedigen.Taal blijft als taal intact hoewel ze onverenigbare of onaanvaardbare opvattingen gestalte geeft. Als sneeuwballen prakken we woorden samen en gooien die elkaar toe. Taal divergeert en convergeert evenzo gemakkelijk. Door betekenislagen, zoals door connotaties, kan taal per woord van inhoud verspringen en toon en subtiele variaties daarin dragen bij aan de betekenisbokkesprongen en hazeslagen van het getaalde. Wie dat beheerst heeft macht voor het grijpen. We houden onszelf woorden voor, welgevallige woordenreeksen glijden ongemerkt af naar de poëtische of muzische ervaring. Taal als schommelstoel. Alliteraties, klankrijm en ritme gaan dan met ons verstaan op de loop. 

Mensen leggen elkaar woorden in de mond. Bij Ronald Wright kunnen we zien hoe archeologie, sprekende feiten, solider informatie verschaft dan geschreven stukken, waarin wensdenken, machtszucht, zelfoverschatting en gewoon plat geschiedenis herschrijven de eindtekst domineert. Taal als verpakking of als inhoud. Het fladdert taalkundig keurig intact alle kanten op en pas op: taal doet niet aan vrienden.

In taal liggen emoties voor het oprapen. In spreektaal is de toon daarvan de primaire drager maar er gonst van alles mee in dat geluid dat ons al omgeeft sinds de begindagen van de soort. Ook goed geschreven tekst neemt een eigen toon mee. In ons stemgeluid ligt een subtiele maar rijke informatiebron besloten zoals we ook specialisten zijn in het oppikken van signalen die meekomen met de mimiek en overige lichaamstaal maar zelfs in stills van mensen zijn vaak emoties te lezen. Frans de Waal betoogde en toonde dat alle zoogdieren eenzelfde gevoelsleven hebben en wie dierenvideos en -shorts op Youtube bekijkt, herkent vertrouwde geluiden en bekende gezichtsuitdrukkingen en zelfs een zeer menselijke oogopslag vol leesbare gevoelens. Een ‘sprekend gezicht’ is een vertrouwd begrip. Het repertoire daarvoor moet al duizenden jaren hetzelfde zijn. De klanken van spelende kinderen die ik hoorde waren door heel Europa exact dezelfde en ook de uitingen en geluiden bij videos op de online-media wereldwijd zijn eensluidend en verbonden met overeenkomstige en direct herkenbare gevoelens. Talen mogen dan onderling grondig verschillen, het geluidenrepertoire met hoge en lage tonen en hun betekenis is telkens zo’n beetje hetzelfde. Korte geschreven teksten zoals twitter en vooral sms komen vaak met weinig dwingende toon hetgeen ze nog afhankelijker maakt van de ontvanger en diens referentiekader. Als spreker en luisteraar dezelfde persoon zijn, praat taal diegene al gauw naar de mond. Taal is dan weer die trouwe lakei, onze schijnvriend.

Taal is ook nadrukkelijk aanwezig op de menukaart van lifestylekeuzes. Kinderen winkelen er onbewust maar nadrukkelijk in. In taal woont heel veel stijl. Taal is ieders muziek en totem door toon, toonvariaties, ritme, klank. Taal als vervoerder van gevoel, warm of koud, kan hakken, schuren, glijden en is even gemakkelijk mitrailleur als zalf of behang; brengt vrede of oorlog op bestelling, kan evengoed met betekenis snijden, stompen, villen maar ook vrijen, vliegen, zweven, zelfs wel tot orgasmes praten. Wie wil men zijn, althans lijken ? Kleding, woninginterieur, jargon, velen bouwen bewust of niet aan een look en taal blaast daar een partij in mee. Acht zomers werken in een discotheek toonde me rond 1980 hoe harde muziek ieder het zwijgen oplegde en zo onthief van de plicht tot taalgebruik waardoor men terug viel tot zijn uiterlijk, zijn kleding en zo kocht men wie men wilde ‘zijn’ in de ogen van de ander en wellicht zelfs in de eigen ogen. Ik kende daar een bodybuilder die ter vorming van zijn verschijning zelfs keurig en op zachte toon ging praten, alles gelardeerd met veel gemaakte lach en gebleekte tanden. De mens als de gekke Henkie van de natuur, de paradijsvogel voorbij, verslingerd aan eigen spiegelpaleizen.

Weliswaar lijkt onze communicatie om de betekenis van de woorden te draaien maar ritme, klanktemperatuur, toonhoogte en variaties daarvan, dragen verregaand bij aan wat taal be-doelt. Er is meer onder de zon dan semantiek en syntaxis, woordenboek en grammatica. Zo’n complex hoeft geen bezwaar te zijn maar het zou wel helpen als daar wat meer besef van was zodat niet alleen maar marketingboys en spindoctors maar ieder die zich van taal bedient daar zijn voordeel mee kan doen; de zender evengoed als de ontvanger. Zo is bijvoorbeeld anno 2024 het bedrijfsleven ingevolge hun eigen slogans en presentaties al klaar met de energietransitie hoewel die feitelijk zelfs nog niet van start is. Allemaal praat voor de bühne, façadisme noem ik dat, een fraaie gevel met daarachter de vuilnisbelt. Kijk ook naar goede vrienden die in de eerste plaats  lieden zijn die elkaar “uit de wind houden” en elkaar doorgaans “naar de bek” praten. Taal leent zich bij uitstek voor zulk klein (zelf)bedrog. Die arme, loze mens die zelf meent vooral rationeel en hel verlicht te zijn maar wiens regie ongemerkt wordt gerund door emoties, door diens wil en hoop. Hedonisme en narcisme mogen dan excessen zijn, in de grond van de zaak doen we er allemaal aan.   

Taal vormt ook de ideale schilderskist voor de wanen waarin wij nu eenmaal leven. Taal is de waanverf bij uitstek voor het bespelen van elkaar zoals ik dat ik hoofdstuk 3 betoog. Taal wordt vaker dan de mens beseft slechts aangewend om geluid te ervaren; om de muzikale- en emotie-kanten van een twee- of meergesprek. Ik zeg elders dat het soms belangrijker lijkt dát we praten dan wát we praten. Om zo geraakt te worden door stemgeluid en mee te doen in een spel van vraag en antwoord. Om te komen tot een oplossing zoals dat in composities wel wordt genoemd. Welnu, componeren doen we allemaal, dag in dag uit. De stem is ons favoriete blaasinstrument dat door geen ander solo-instrument te overtreffen is.

4. Memento momento. Stadia.

Wie terug kijkt in het eigen verleden neemt al gauw en bovenal onbewust de ‘horizon’ van nu mee: het huidige besef als inbedding van feiten van destijds. Daar gaat al snel iets verkeerd. Je bekijkt een ander moment in een vertekende enscenering met vermoedelijk een andere ‘werkelijkheid’ als uitkomst. In de wetenschap wordt hier bij stil gestaan met het begrip ‘ceteris paribus’ maar het dagelijks leven walst daar doorgaans nogal gemakkelijk overheen. Valse spijt, misplaatste trots, onjuiste schuldverdeling of welk soort oordeel ook kunnen zich dan aandienen. Rechters, rechercheurs, historici, archeologen, taxateurs, schrijvers en veel wetenschapsbeoefenaren kennen deze vergissing uit het dagelijks werk. Gebeurtenissen hebben en houden een eigen en relevante inbedding cq horizon. Zo confronteert het openbaar maken van oorlogsarchieven mensen met de hier bedoelde momentaniteit: er wordt dan wel gezegd ” dat waren andere tijden” en ik zeg hier “memento momento”: let op de samenstelling van je perceptie. Op aandelen- en andere waarde-beurzen is zulk besef massief aanwezig. Waarde is daar altijd waarde-op-een-zeker-moment. Ons waarnemen, al te vaak gedomineerd door de zucht naar comfort, kijkt hier gemakkelijk overheen; gestuurd door wil, wens, hoop en behoefte projecteren we er op los. Probeer dat proces binnen jezelf eens te bezien. Tot waar smeedt jouw hoop je beleving en van waar af laat je de buitenwereld onbewerkt toe ?

Een proef: roep tijdens de vaak rommelige beëindiging van een liefdesrelatie het begin daarvan in herinnering. Het eerste afspraakje, de eerste zoen, de euforie van samen zijn en besef dat jij, ja jij !, dat ook was destijds. Probeer de verandering in je opstelling niet te snel de ander in de schoenen te schuiven. Veel te graag vervalt de mens in antagonie om, zichzelf ‘reinigend’ opgekomen onheil aan die ander te verwijten. Kijk niet alleen maar van je af maar leg ook jezelf onder de loep en voorkom dat zelfmedelijden, de kern van liefdesverdriet, met je op de loop gaat. Alvorens de nieuwe liefde destijds tegen te komen was je, geknecht door hormonen, eenzaamheid, jaloezie op bevriende stellen of wat ook, toe aan een levensgezel en je toeterde het geluk van de daken. Denk daar aan terug. Wat is er veranderd tussen die twee mensen van destijds van wie jij er één was ? Wie de veranderingen primair en gemakshalve bij de ander zoekt, houdt zich blind voor momentaniteit in menselijke beleving. Wat je ziet, is hoe je kijkt en je bent kennelijk anders gaan kijken. Vergeet ook niet dat je met al je verontwaardiging en verwijten één van miljarden bent aan wie dit al is overkomen; je bent een kwetsbaar mens die zijn waarneming in tijden van verdriet maar wat gemakkelijk ondergeschikt maakt aan de realiteit. “De vrouw is slaaf van de baarmoeder” wordt wel gezegd en in veel mannenlevens heeft het scrotum langdurig, bewust of niet, de regie: hoofdstuk 12 belicht dit wankele stukje van de man.

We worden al gauw als bloemschikkers en stellen een werkelijkheid zodanig samen dat die ons het best bevalt. De zelfbediening in ons waarnemen is onafgebroken aanwezig en bewustzijn daarvan ontbreekt al te vaak. Kracht ontlenen de ‘bloemen’ aan het feit dat ze stuk voor stuk daadwerkelijk hebben bestaan maar ze stammen uit verschillende momenten en we schikken maar wat graag een ons behagend scenario. De mens regisseert er lustig op los. Verlangen naar vroeger ziet ook maar wat graag voorbij aan de steentjes in de schoen destijds, nee het was allemaal prachtig zo willen en zien we in dat geprezen verleden evenals in voorbije en komende vakanties waar onze ‘projector’ de dienst uitmaakt. De mens hoeft geen roman open te slaan om in fictie te verzinken. We bereiden het onszelf almaar weer. En niet alleen jegens feiten van eerder en later ook de direct zintuigelijk waarneembare feiten zijn aan ons projecterend waarnemen overgeleverd. Ik verwoord dat elders nogal bot en boud als “niemand is geen wappie”. Daar begint de ‘ellende’ al en met wat afstand in tijd naar eerder en later wordt het snel erger. Die trek, deze bias zit als een instinct in de mens vervlochten; een samenstel van waarnemingsticjes samen met de welgeplaatste blinde vlekken die ik elders noem en zo houden we het leuk voor zover de werkelijkheid te wensen overlaat. 

6. Slot.

Als de mens nu eens zou accepteren dat het finaal bestaansgelijk aan niemand is, dan vervalt daarmee de aanleiding tot de meeste af- en onderscheiding vol vijandbeelden en oorlogen en zou het beredderen van ieders primaire behoefte aan beschutting, voedsel en huiselijke warmte een stuk gemakkelijker worden. Ook met 8, 9 of 10 miljard mensen op de huidige aarde. Maar nee, al te velen willen hun wanen niet alleen kenbaar maken maar willen die opleggen aan anderen en daar gaat het mis, onverschillig of dit om religie of seculierder wanen gaat. De existentie en hoe je die gestalte geeft, is iets persoonlijks en perceptueels, iets wat je wellicht deelt met derden maar dan in een eigen kleine kring. Naar anders-denkenden presenteer je je opvattingen niet of met een knipoog, onder voorbehoud, zodat er ruimte blijft voor allen. Houd je wappie-trekjes onder de pet. Laat ieder die iets gelooft, iets voor waar houdt en dat aanhangt, daarmee gelukkig zijn maar ga alsjeblieft niet langs de deuren om je eigen Kopfkino roeptoeterend aan anderen op te dringen. Hou jezelf een beetje vóór je zoals je ook je schaamstreek bedekt, boeren achter de hand laat en winden slechts verwijderd van gezelschap laat vliegen. 

Al vroeg in mijn leven heb ik er mee geoefend om in gezelschap en vooral ook tijdens werk bij demente bejaarden en in een psychiatrische kliniek mezelf op te schorten, de ander de ruimte te laten voor diens bekommernissen en zo te bekijken hoe mensen de eigen bestaans-hangmat bijeen fabuleren. Vogelaars en natuuronderzoekers weten dat jezelf klein maken gepaard aan geduld (de tijd, de tijd geven) de beste manier is om een omgeving te verstaan en zo goed mogelijk te doorgronden en zo deed ik dat met de menselijke omgeving. Weer later bleken mensen die me op voor hen moeilijke momenten opzochten, zich achteraf een goed gesprek te herinneren hoewel ik slechts één of meerdere uren naar ze had geluisterd, ten hoogste tussentijds hun verhaal samenvattend. In hun betoog lag alles al besloten en daarin samen rondstappend raapt de mens zichzelf op. De eerstepersoon in volle glorie. Hossend rond de eigen totem. Maar ik herhaal: doe al dat met een knipoog, alsjeblieft. Denk aan Shakespearre, denk aan de Desiderata van Max Ehrmann.

Thuis is, zo mag ik hopen, meer ruimte voor het eigen gelijk temeer als je een eigen kamer hebt. Een eigen ‘totempaal’ veronderstelt een eigen plek, doorgaans een woning met een afsluitbare voordeur. Praktische soevereiniteit voor ieder. Daarbuiten de openbare ruimte waar inschikkelijkheid en neutraliteit de toon aangeven met als beloning vreedzaam samenleven in plaats van botsende wanen en de cultivering van vijandbeelden. Opvoeding en onderwijs krijgen dan hopelijk de taak om niet alleen aan immigranten maar ook de miljoenen onwetenden (ik beperk me tot Nederland) het begrip burger bij te brengen en te wijzen op de noodzaak voor ieder te leren om in te schikken, te aanvaarden dat volle tevredenheid iets is voor achter de voordeur dan wel voor in onze dromen. Een burger betaalt zijn rechten met inschikkelijkheid als in een overvolle treincoupé: allemaal wat opschuiven opdat ieder aan boord blijft. Om zo coalities en compromissen tot dagelijkse kost, tot iets normaals te maken. Slikken om niet te stikken. Dat is wat een hoeksteen van beschaving kan vormen. Beschaving tonen omdat het dubbel uitbetaalt. Zoals in het zakenleven bijna vergeten lijkt dat de mooiste economie ontstaat wanneer klanten en wederpartijen de verschuldigde prestatie met plezier leveren in plaats van klem gezet door sluwe algemene voorwaarden en andere dwingelandij. We zijn er ver van verwijderd.

Daarnaast pleit ik ervoor de jeugd in het algemeen onderwijs te informeren over voeding en gezondheid, over het bijzondere aan alom beschikbaar drinkwater, vrede en veiligheid en ook over de omgang met geld en het bedreigende van reclame en propaganda, krachten die ieder als burger en als consument te verwerken krijgt. Wie de kracht van reclame en ver doorontwikkelde communicatietechniek kent, zal inzien dat het noodzakelijk is mensen van jongs af aan hiertegen te bewapenen. Wat mij betreft zou niet alleen lobbyen maar ook reclame maken een strafbaar feit moeten worden. Het is te weinig en te laat om slechts voor sigaretten en sommige financiële producten te waarschuwen terwijl spindoctors en communicatie-experts ongebreideld voortgaan de gezondheid en vrijheid van de burger/ consument te beschadigen. Ik verwijs naar hoofdstuk 8: “De supermarkt…..” .en hoofdstuk 9 :“Openbaar bestuur…..”.

Het is noodzaak de jeugd te leren om compromissen te sluiten ten gunste van een solide samenleving, slikken om niet te stikken als doodnormale modus operandi. Voor vrede betaal je met tolerantie, met het opschorten van je driften en dat is altijd een goede deal. Toon aan jonge mensen dat in ieder van ons een nog altijd een verontschuldigbare behoefte aan vijandbeelden rondspookt. We zijn nog maar korte tijd weg uit een natuur vol gevaar en onze blauwdruk is niet zo maar op vrede afgestemd, zo lijkt het. De menselijke queeste naar zingeving voert ons al te gemakkelijk terug naar dat rauwe patroon van destijds. Maar dat is een val die vermeden kan worden in naam van beschaving. De huidige mens lijkt nog altijd moeilijk zonder vijanden te kunnen en is zo bezien getraumatiseerd van de steppe af gekomen. De excessen op ‘de socials’ onderbouwen dit ten volle en alle politiek is er in toenemende mate door vervuild. Die oude blauwdruk maakt ons voor kwaadwillenden al te eenvoudig ‘bestuurbaar’. Daartegen is ‘bewapening’ direct al in het algemeen onderwijs gewenst om niet te zeggen noodzaak. Achter de voordeur deugen de meeste mensen maar in de openbaarheid weten volksmenners de kannibaal in ons aan te spreken om zo een liturgie van haat op te tuigen. Dat “een mens zich kan beteren maar de mensheid niet” blijft voorlopig jammerlijk juist.

We moeten terug naar een overheid die op het burgerbelang stuurt met afgevaardigden die daadwerkelijk zonder last of ruggespraak tot besluitvorming komen, ofwel liefst met lobbyen niet alleen in een pro forma-register maar knalhard als strafbaar feit: “laat mijn afgevaardigden met rust !!!!” Op papier is Nederland daarmee al een eeuw goed op weg maar de werkelijkheid is vrijwel onherstelbaar ontspoord zoals ik in hoofdstuk 11 aantoon. Bekeken vanuit de oorspronkelijke soevereiniteit van ieder als burger is inmiddels alles wat waarde heeft of macht geeft, gekaapt doordat niet alleen in het geniep en ongemerkt het Neofeodaal kon ontstaan maar populisten voorts met hun kinderlijk bombastische metafysica, lees wanen, de massa’s openlijk opnieuw de Middeleeuwse duisternis in weten te sturen met daarbij een steuntje in de rug van het nieuwste sjamanengilde: de influencers. En voor wie eenmaal beseft in economische ketenen te leven, zijn klimaatzorgen en pleidooien voor gezonder en oprechter leven niet veel meer dan wulpse esoterie. Opulente rijkdom en geketende massa’s zijn niet los verkrijgbaar, hangen zelfs logisch samen. Voor wie het wil en weet te zien.