Facadisme; vrijheid als verpakking

Zoals in economische beschouwingen wordt uitgegaan van de geheel vrij kiezende klant, zo zou ons democratisch model drijven op een vrij kiezende burger. Beide uitgangspunten zijn niet realiter. Van vrij kiezen komt voor de burger net zo min als voor de consument veel terecht. Die vrijheid wordt als een wassen neus verondersteld en aangepraat in economische en staatsrechtelijke modellen maar dat is een façade waarachter de broeierige werkelijkheid schuil gaat. Op papier, op het eerste gezicht klinkt een en ander als een klok maar wie de ware werking van beide mechanismen beschouwt, zal inzien dat de kiezer-burger buitenspel wordt gespind, gelobbyd, geframed en gemonopolied. De burger/ consument vist telkens achter het net. Overdracht van soevereiniteit door de burger in zijn stemhokje blijkt eerder een kunstje, een illusie die kon ontstaan doordat machthebbers en hun souffleurs beproefde communicatietechniek aanwenden maar evengoed doordat de mens o zo graag met zijn hoofd in de wolken leeft. Ontvankelijk voor romantiek, theater, drama, propaganda, spel en altijd bereid het eigen leven te doen opgaan in een geruststellend narratief waar meningen meer betekenen dan feiten. Dat laatste stemt overeen met mijn beschouwing van de mens als fervent standpuntengenerator veel meer dan dat men geleid wordt door de feitelijke uitkomst en ware werking van besturingsprocessen. Gustave le Bon legde zo’n 120 jaar geleden al de vinger op deze irrationele plek. Waan en argwaan zijn twee aspecten van dezelfde medaille. Tot aan de kist is rust voor ons mensen ver weg.

Het economisch knechten vinden we onder andere terug in pandemische obesitas als gevolg van de wereldwijde opkomst van de supermarkt gedragen door geraffineerde reclame en psychologie rond verpakkingen , retailtechnieken, merkenrecht naast de wurggreep van onstuitbaar toenemende vaste lasten. Eigenaren van vastgoed en andere relevante waardes tegenover de gecontracteerden, de werkmieren. Zonder eigen vermogen is er in het huidige Nederland van 1000 euro per maand niet te leven. De minder weerbaren bezwijken als eersten en juist van hen zijn er velen. Dat de burger als kiezer keizer zou zijn blijkt een farce voor wie veldwerk verricht en de onderhuidse krachten die daar werken weet te ontwaren. Voor mij bestond dat veldwerk tot nu toe in 50 jaar kranten en bladen lezen en goed opletten in het dagelijks leven. Niet te snel iets voor waar aannemen. Ook aan onvolprezen Rudolph (Thorbecke) stond nog altijd weinig meer dan censuskiesrecht (alleen voor flink belastingafdragende mannen) voor ogen. Formeel is dit nadien grotendeels rechtgetrokken maar de scheefstand van toen is er per saldo en in feite niet minder op. Rechtens leven we in een keurig plaatje maar de facto steken de opvattingen van Machiavelli en Hobbes overal naar buiten. Voor wie het ziet.

Genoemde communicatietechnieken zijn primair gericht op het sleutelen aan de perceptie (de influencers, spindoctors aller landen zijn er net als ik goed van doordrongen dat “wat is je ziet, is hoe je kijkt”) van kiezer en consument en laten de werkelijkheid over aan “spoken” die in grote getale door de machinekamer van de bureaucratie sluipen. Verkiezingen verlopen spectaculair als het Eurovisie songfestival na maanden van mediageweld waarbij framen, spinnen, reputatiedokteren en lobbyen de kern vormen. Illusionisme en facadisme vieren daarbij hoogtij. Burgers en kopers lijken zich nauwelijks bewust van al die begoocheling en zoals gezegd, het lijkt er zelfs op dat velen ook niet beter willen weten. Al te graag gelovend dat men in een urgente, bijzondere tijd leeft en gesteld op coherentie tussen het eigen wereldbeeld en zijn comfortzone heeft de mens maar een klein zetje nodig om zelf te draaien aan het rad voor zijn ogen. Spindokters weten er alles van en Hans Kazan en Hans Klok zijn nooit ver weg. De bouw van dergelijke illusies en façades is het vak van deze lieden. Een vak dat in essentie de kiezer en de koper in een waan wil houden, deze wil mesmeriseren terwijl in de mouwen, achter de rug en onder het tapijt de ware zaken worden gedaan. Mij interesseert de afkomst, de politieke kleur en de uitverkiezing van afgevaardigde bestuurders veel minder dan de edelmoedigheid en inclusiviteit van hun handelen dag in dag uit. Te wiens behoeve zijn zij van uur tot uur in de weer ? Prudentia is jammerlijk schaars onder hen die wij afvaardigen. Zodra het mandaat is bemachtigd, verlegt men de aandacht naar de spin, de uitruil van standpunten in coalities, de eigen carrière, de aansturing van persberichten en zo voort. Het echte dashboard van onze vertegenwoordigers vertoont een volkomen andere layout dan aan kiezers wordt voorgehouden. De verkozenen worden overlopen door lobbyisten en souffleurs en de focus is al snel gericht op het cashen na beëindiging van de loopbaan in het openbaar bestuur. Uitzonderingen zijn schaars. Het VIP-leven lonkt. Wie deelneemt aan het openbaar bestuur zou dat primair moeten doen om er iets te brengen in plaats van te halen.

Het krachtenveld waardoor intussen stuwmeren vol vermogen bij grootverdieners terecht kwam en vormt een vals spel door de asymetrie tussen de deelnemers als gevolg van infiltratie in overheden en wetgeving door of namens en ten altijd ten gerieve van die grootverdieners. Een ongelijkheid overigens waarvan wereldwijd ten onrechte wordt aangenomen dat die uit de markt, de economie voortkomt, terwijl in het burgerlijk recht (immateriële rechten, aandelenbeurzen, landeigendom, pand, hypotheek, erfrecht, cessie, levering met korte en lange hand, algemene voorwaarden) en haar jurisprudentie die scheefstand wettelijk wordt afgedekt. Dáár zien we de kluskist van voornoemde spoken en hun wereldwijde hooverende advo-countants. Wat moeten die 23000 lobbyisten daar in Brussel ? Zij kapen de soevereiniteit van degenen om wie het behoort te draaien. Dezer dagen woedt de non-discussie over wie de energie-transitie gaat betalen; als die al tijdig ingezet wordt, gaat de burger ervoor opdraaien. Die woont immers in een land, een natie-staat terwijl de shareholders footloose zijn en hun winsten aan welke nationaliteit dan ook onttrekken. Hun geld is daardoor niet beschikbaar anders dan voor henzelf.

Dat democratie realiter zoveel anders functioneert dan believers aannemen, heeft ook kunnen gebeuren doordat het ware leven van de meeste mensen zich niet op straat of in de parlementen afspeelt, maar thuis achter de voordeur. Dáár wordt het finale, het be-doelde leven geleefd en op dát leven zou het dashboard van de overheid gericht moeten zijn. Een beetje mens heeft toch ook wat beters te doen dan zich over staatszaken te bekreunen. Men stuurt dan ook afgevaardigden naar ’s lands parlementen. Zo van “ga jij nou maar de vrede en veiligheid waarborgen dan kan ik……….slaplanten zetten, voorntjes vangen, bergen beklimmen, kinderen maken en opvoeden, et cetera”. De mens in zijn primaire, particuliere leven is niet zo maar geïnteresseerd in politieke aangelegenheden. Voor velen spelen bestuurskwesties pas op als het achter de voordeur gaat haperen door oorzaken van buitenaf. Politiek bewustzijn is wat mij betreft ook geen eis van goed burgerschap. Laten we ook een beetje elfjes blijven. Maar al te graag hebben spindoctors de Occupy-beweging doodverklaard maar de ontevredenheid die daar naar buiten kwam, zal voortbroeien. Als Brexit, gele hesjes of hoe dan ook.

En wat blijft er over van de vrijheid van de kiezer daar tussen die schaamschotten met zijn 19e eeuwse rode potloodje en die lijst met namen van ambitieuzen die wellicht aanvankelijk goedbedoelend de arena van openbaar bestuur betreden ? Voortbrengselen van partijpolitiek en mannetjesmakerij waarin functies als ‘openbaar bestuurder’ een aantrekkelijk beroep met een lifetime career zijn geworden. Het heeft ons kostenposten als Eelco Brinkman, Marcel van Dam, Rudolf de Korte, Geert Wilders en Hans Wiegel, Jack de Vries, Halbe Zijlstra, Jaap de Hoop-Scheffer, Ad Melkert opgeleverd. Ieder van hen kan haarfijn uitleggen wat ze voor de samenleving hebben betekend en onvermeld blijft dat ze en passant in de partijpolitieke adelstand zijn verheven en allen leven als god in Frankrijk. Knitwits gefocust op een regentenbestaan. Aldus valt de macht toe aan een gilde dat zijn mandaat bewust of niet verkwanselt. Het professionaliseren van bestuurders komt er te vaak op neer dat debating en het bedienen van pressiegroepen een eigen leven gaat leiden. Aandachtzoeker Marcel van Dam muntte “beLubberen” maar wie deze salonsocialist op zijn kasteel bezoekt, ziet in dat hij het land “verDamd” heeft.

Wat valt er te kiezen in winkels en stemhokjes waar de inhoud, de substantie van producten achter verpakking en gespinde façades schuil gaat en mijn geest door reclame en communicatietechniek op de buitenkant is gericht. Terwijl de regels, de rechten zowel als de toezichthouders al te vaak in het leven zijn geroepen door de “consultanten” van onze wetgevers en bestuurders, de Bennen Bot die heen en weer tollen door de gouden draaideur tussen openbaar bestuur en bedrijfsleven. In Brussel, Washington en Den Haag is het onder de tapijten en de tafels drukker en urgenter dan daarboven, waar vóór al geglimlacht en gegrimast wordt. Waar persfoto’s worden gemaakt en prijsuitreikingen plaats vinden. Een flink deel van wat ik hier probeer te verwoorden vind ik terug in de documentaire gebaseerd op het gelijknamige boek “Saving Capitalism” van Robert Reich.

Tussen burgers/ kiezers en openbaar bestuur is een interface, een schakelvlak ontstaan. Een informele registratie van beweringen, intenties, toezeggingen etc, alles grotendeels gerund door pers en social media. Tijdelijk zichtbaar en suggestief zoals luchtschrift, gericht op en gestuurd door instincten. Slechts terug te vinden in een kakofonisch labyrint van kranten-, tv-, radio-berichten en gemanifesteer via het internet. Vrijblijvende scherprechterij die uitspraken verdeelt in waar/onwaar hebben intussen een vaste plaats veroverd in de media. Ondertussen geven vlaggen, parades en peergroups de doorslag en probeert Nederland een canon op te tuigen alsof 18e eeuwse communicatietechniek de zaak bijeen moet houden. Zodat we weer domweg een eerste wereldoorlog dunnetjes over zouden doen en met graagte sterven voor vlag en vaderland.

De corpocratie die zich uitbundig heeft kunnen ontwikkelen onder de dekmantel van vrijheid en marktwerking ten gunste van allen is inmiddels in alle geledingen van samenlevingen moeiteloos terug te vinden. Wat er op staat zit er niet in. Mensen krijgen façades van burgerlijke vrijheid en consumentenbelang voorgehouden en daarachter vieren de ware shareholders feest. Ik noem dat facadisme. Taalgebruik en communicatietechniek zijn daarbij cruciaal. Alle bestuurders en politici worden getraind in omgang met de pers en dat draait niet om het belang van de bevolking. Staatsinrichting gevormd rond schijnbaar vrij kiezende burgers en economie gebaseerd op zogenaamd ongebonden grensnut najagende kopers zijn verworden tot zinsbegoochelingen waarachter een horde ambtenarij en geprivilegieerden feest viert. En die feesten zijn weer feiten. Het geldt als bewijs en onderdeel van professionaliteit om dit alles vroeg of laat te overzien en te beseffen en niettemin met stalen gezicht voort te gaan zoals onze Ben Bot, een correct gekleed exemplaar van deze verwording vormt. Deze man, vlees noch vis, ambtenaar, tollenaar en hofnar geldt voor mij als symbool van de leugen waaromheen massaal gedanst wordt, als een onverschoonbaar deel van wat ons willens en wetens begoochelt.

Terzijde

Ergst van al is misschien nog wel dat vele deelnemers aan dit facadisme, het verpakkingsspel het bedrog niet of nauwelijks in de gaten hebben en dit aanzien voor de knowhow van hun ‘vak’. Maar de stenen tafelen van Mozes waren op geen andere manier een oneigenlijke legitimering van hun inhoud, hun opschrift en hun gelding dan dat hedendaagse regels dat zijn. Mogelijk kán het in openbaar bestuur niet anders en heiligt het doel deze middelen. Eventueel moet de conclusie zijn dat rechtvaardigheid zich niet daadwerkelijk laat implementeren en is ieder rechterlijk oordeel een Salomonsoordeel, maar laat dan iemand dat zeggen, zeggen dat ons samen leven onvermijdelijk onrechtvaardig verloopt en laat ons kabinet iedere godgeslagen dag beginnen met een lied waarin wordt beleden dat het allemaal maar tobben is, maar dat het niet anders kan. Dat er gelogen en gedraaikont mag worden zolang daardoor de rust bewaard blijft, zo lang vrede zich laat handhaven. Hoe dan ook.  Laat de Tweede Kamer dagelijks verplicht als met een Japanse discipline de dag inluiden met koorzang waarin alles wat daar plaats vindt en wordt uitgevaardigd tussen haakjes wordt gezet en nadien tóch moet gebeuren. Als bezopen maar onmisbare priesters. Zolang het maar geen oorlog wordt en als collectieve zelfbegoocheling daartoe de methode is, dan moet het maar. Regendansen wordt dan evenwaardig aan noest legislatief bezig zijn. Beware, be aware of propaganda. Ook die in jezelf.

Tenslotte

De burger-consument wordt in een roes gehouden, in een hypnose gevoed door luchtschrift en verpakkingen waarin zijn soevereiniteit en zijn keuzevrijheid nog slechts fantomatisch figureren. Mijn macht als deelnemer aan het economisch en bestuurlijk stelsel is gekaapt met dezelfde technieken die mij doen geloven dat mijn kiezersdashboard verbonden is met het landsbestuur. Wij draaien aan een fopstuur zoals ik dat wel aan autokinderstoelen zag. Niet aangesloten op feiten. Het is niet waar, het is een verhaal, een story drijvend op romantiek en wensdenken. Mijn vrijheid “c’ est une pipe”. U komt thuis met weinig meer dan verpakking en foto’s van parades. Oké, we leven in vrede maar we worden stelselmatig misleid en afgetapt, gemolken en binnen dranghekken gehouden als dom vee.