Aan mijzelf ken ik de ander

De evolutionaire klok; denken in miljoenen jaren zoals geologen dat doen. Dat brengt tegelijk een rustig en een bruikbaar beeld van jezelf en van al je soortgenoten. Iedere dag weer goedgevulde kranten en nieuwssites met “brandende zaken” is voor ál de uitkomst van de tienduizenden broodschrijvers wereldwijd die wekelijks iets moeten presteren maar nieuw nieuws over wie wij zijn en wat ons beweegt is zeldzaam. Getallen uit de archeogenetica : -2 mlj. jaar: homo erectus; – 0,6 milj. jaar: Neandertaler, Homo sapiens: – 40 dznd jaar: Homo sapiens in Europa. Thans: 99,8 % van het dna van alle mensen op aarde is identiek.

Ik gun ieder de illusie grote veranderingen in zijn leven mee te maken of zelfs teweeg te brengen maar uiteindelijk zijn ook de computer en internet niet meer dan oude wijn in nieuwe zakken. Ict, public relations en communicatiewetenschap zijn al net zo oud als wijzelf. Elders wijs ik op de eerst mij bekende communicatiewetenschapper Mozes met z’n truc met de stenen tafelen die tot op de dag van vandaag doorwerkt. Een goed bedacht leugentje om bestwil. En veel meer dan om feiten, maalt de mens om meningen, zelfverdedigende opvattingen waarmee ieder de eigen comfort-zone aan kleedt. Opdat men zich veilig waant. Allemaal sociale dieren, tot elkaar veroordeeld en aan elkaar verslaafd. Vrijwel de gehele duur van de mensheid leefden we als jager-verzamelaars en dat zie ik overal om mij heen terug. Ook in mezelf. Onze “software” stamt uit wilde tijden op een aanvankelijk woeste en ledige aarde. Tesla of steppepaard, het is maar een kleine stap. Maar de 107 miljard ‘moderne mensen’ die tot nu toe geleefd hebben vertonen veel meer overeenkomst dan verschil, hebben dezelfde stam-ouders en zijn daardoor allen als elkaars verwanten te beschouwen. Als zo’n familie een week geleden was ontstaan (i.c. 300000 jaar), was onze jaartellling ruim een uur geleden begonnen. Dat wat je ziet, wordt grotendeels gevormd door hoe je kijkt en die geologenklok kan ons veel goeds brengen op de weg naar zelfinzicht.

Dat onze grondslag nog steeds die uit de oertijd is, ligt voor de hand. De eerste persoon enkelvoud (ik) ’meet’, duurt 55-95 jaar en daarin kan ieder voor zich nogal wat be-leving teweeg brengen maar vrijwel niets daarvan werkt door naar ons desoxyribonucleïnezuur (pardon) en de menselijke conditie die daarmee verbonden is. Geen wonder ook dat al die heldhaftige games zo goed scoren en velen onder ons zijn onverminderd vervuld van competitiviteit. Soit. De oorzaak van leven op aarde is inmiddels enigszins bekend maar naar de reden daarvan blijft het raden, alle religies en overige esoterie ten spijt. Maar gelijk in de winkel van Sinkel is er voor elk wat wils en dat temeer zolang we ruimte laten voor ieders eigen gelijk en we de wapens laten waar ze horen: in de kast.

Intussen lijkt de mens er niet van te willen weten allemaal uit dezelfde “fabriek” te komen. Men is dag in dag uit bezig met het opmerken, maken, vergroten en ook uitbuiten van de minieme verschilletjes, met het cultiveren van een ‘wij’ en een ‘zij’. Dat soort denken zijn we immers zo gewend: een kleine intieme zone en alles daarbuiten is ondeugdelijk of verdacht. We denken graag in in- en outsiders en dat leverde veel Shakespeare en later leuke tv-series op maar daarvan blijft niets over als we uit onze wanen stappen. Wanen die ieder van ons als een reddingsvest in het vaak onherbergzame menselijk bestaan behoeft en koestert. Van een afstand, door een geologische bril, valt het allemaal best mee. Nuchtere kenleer kan ons daarbij van dienst zijn. Het zou op aarde zo leuk kunnen zijn. Geven en nemen lijkt de toverformule. Een beetje afstand tot elkaar houden. Maar voor velen lijkt “one earth one people” een schrikbeeld. Toch vraagt het huidige wereldtoneel juist om dié attitude. Jammer dat splijtende onenigheid, vijanddenken nog altijd beter “verkoopt”. Waar komt die rotzooi toch vandaan ? Oorlog lijkt een normaal onderdeel van cultuur en ook het politiek bedrijf is rechtstreeks gebaseerd op wedijver. Ik wens er niet aan te wennen.

Direct na de jacht op voedsel en beschutting op de woeste aarde tref ik in onze blauwdruk een behoefte aan respect. Beter gezegd “schreeuwt” ieder om erkenning, het gevoel er te mogen zijn en dat heeft ons en onze cultuur verregaand gevormd. Het is dan zaak elkaar de ruimte te laten, ruimte om af te wijken. Als op een dansvloer. Ruimte voor ieders gelijk. Hoffelijkheid, edelmoed, prudentia, al wat vrede bevordert hebben wij brood-nodig en het ware te wensen dat dat inzicht zich in de mens weet te vestigen zonder de dwang- en drang-methodes van religies die uiteindelijk toch weer met een vijandbeeld lijken te moeten werken. Religies die bij ieder een politie-agent willen inbouwen. In plaats van met wapens bedreigen we elkaar aldus met een verzonnen derde. Ik herken deze methode van vroeger, uit de zandbak. Dat moet anders kunnen. Of kunnen we het fabuleren niet te boven komen en is alle waarheid betrekkelijk ?

Democratisch gevormde bureaucratie is een enigszins bruikbaar bestuurlijke model voor de inrichting van een staat, hoe kreupel zo’n moloch ook functioneert en hoezeer de uitkomst ook afhankelijk is van de goede trouw van alle deelnemers; aan de hand van tevoren schriftelijk vastgelegde regels die gelden voor allen zonder aanziens des persoons. Maar het vraagt iets van de deelnemers, namelijk het inzicht dat daar slechts ieders bestaansvoorwaarden worden gevormd. De inhoud van dat bestaan is aan jouzelf. Bij de overheid kun je niet rechtstreeks geluk tanken; zij verschaft slechts de voorwaarden daartoe. Binnen de voordeur ben je verregaand soeverein en kun je laten zien wie je bent. Het is te betreuren dat de (onvermijdelijke) inefficiëntie van bureaucratie telkens weer wordt aangegrepen door populisten, dictators en andere zelfverheffers om daarnaar verwijzend zichzelf in beeld te praten en de hordes aan zich te binden om ze nadien toch weer botweg te onderwerpen. Te onderwerpen aan hun eigen al dan niet seculiere religie. Het vergt nogal wat van mensen om in te zien dat het hoogst haalbare van massaal delibereren erop neerkomt dat ieder zo’n beetje in gelijke mate ontevreden is. Ik schrijf en klaag daar elders over. Hier gaat het me erom dat de Homo Sapiens al tienduizenden jaren zo’n beetje dezelfde is. Ötzi en ik verschillen niet wezenlijk. 107 miljard ‘schoenen van dezelfde leest’ die daarvan zelf niet willen weten, zo lijkt het. De spijt die ik hierover voel vormt de brandstof voor wat ik hier probeer te zeggen..

Zo maakt het nogal wat uit ‘waar’ we zijn in het leven, in welke fase, op welke leeftijd, bij voorbeeld gelet op de hormoonhuishouding als een van de neurobiologische ‘sleutels’ waarin we van moment tot moment staan. Zintuigelijk verbonden en bewust in opeenvolgende hier-en-nu-en als minst abstracte staat van betrokkenheid op onze directe omgeving. En ook dat geldt voor alle 107 miljard. We kunnen immers niet zomaar zijn. Zo maar zonder drang, “hanging loose”, zonder doelen, engagement. Bungelend in ledigheid dat aan leuk mag zijn tijdens meditatie maar met onze dagelijkse drift moeten we “ergens naar toe”. Er is geen time-out van het momentane mens-zijn, ook niet voor wetenschappers. Een mens wil deel nemen, een doel hebben, iets betekenen, iets voelen, huiveren. Betrokkenheid is lot én noodzaak. Betrokkenheid op de directe omgeving en in het bijzonder op de andere mensen daarbinnen. We staan altijd wel in een of andere “sleutel”. Ook als we beschouwen, als we reflecteren op onszelf is er die betrokkenheid, die al gauw als partijdigheid verschijnt. Geesteswetenschap die meent neutraal te kunnen percipiëren raakt verzeild in de kou en onvolkomenheid van de wiskunde, het denken achter de dranghekken van préambules.

Denken, beseffen vanuit de ‘driversseat’ van de eenling die ieder van ons is, is de noodzakelijke want enige echt kenbare grondhouding waarin ieder van ons onafgebroken verkeert. De eerste persoon enkelvoud en dat bovendien met enige duur. Duur die ons in het moment en in ons sensorium verankert. Een mens is immers voortdurend “geladen”, vervuld van intenties, gevoelens, gewaarheden. Anders dan zulke éénpersoonspercepties zijn helicopterviews al direct onwaarachtige, want onpersoonlijke, abstracties die neigen tot een eigen coherentie, ten koste van de juistheid, van de menselijkheid van het zelfbeeld van de mens en zijn dynamiek. Ongemerkt passeren we dan de préambules die alles daarna abstract maken. Zo’n “compoundgebonden” werkelijkheid, achter de slagboom van voorwaardes verliest al snel grip evenzeer als werken met een ‘gemiddelde mens’ dat doet. We capituleren dan voor de hang naar een heldere greep op het veld zoals getallen en grafieken ons verschaffen. Een mens als abstractie is een nep-mens en wie daar in de sociologie of statistiek mee aan de gang gaat, komt wellicht tot indrukwekkende resultaten maar die zijn al gauw niet realiter. In abstract denken gaat de mens al snel “los” met zijn perceptuele vaardigheden en wordt al te snel zijn eigen spindoctor die projecties niet meer van fenomenen kan/ wil onderscheiden. Al te snel worden wij dan profeten die brood eten. Econometristen die te lang bij de cijfers blijven hangen, betreden al snel het luchtledige.

Niet alleen in politiek of bestuur maar ook in de geesteswetenschap is voor goed begrip gepersonaliseerd en bovendien includerend denken noodzaak ook al is het lastig om van allen tegelijk, als een soort kleinste gemene veelvoud, uit te gaan. De enkeling in zijn moment is voor al een activiteit, met lading en duur, een huivering met drang. Wat dan opvalt is dat groepen doorgaans dynamisch, in een zekere tijdsduur en tendens worden gezet en bespreekt de enkeling in termen van foto’s, plattegronden, stills in plaats van films.

Dat eigenstandig besef, die lading van ieder wordt deels vanuit het DNA aangereikt. Als soortspecifieke presets. Zo is bijvoorbeeld het uiterlijk, de ‘look’ een van onze obsessies en sociale verschilmakers. Het is de eerste gewaarwording van de ander en ook het eigen uiterlijk wordt uiteindelijk gerund vanaf een palet dat we gaandeweg ons leven ontdekken en ontwikkelen daarbij inmiddels “geholpen” door de make-up industrie: niet alleen eyeliner, rouge, haarverf en kleding maar ook tattoos, auto’s, huizen, etc en alle lifestyleparafernalia reken ik daar toe. Gaandeweg ontstaat raffinement in. Ooit in het grote donkere woud of op de steppen, nu doorgaans in openbare ruimtes, was het van groot belang over en weer zo snel mogelijk de juiste houding aan te nemen; wordt het vrijen of vechten ?, eten of gegeten worden ? Oorlog scheidt én verenigt en dringt ons uiteindelijk beschaving op doordat zonder vrede voor iedereen alles teloor gaat. Ik zie dezer dagen te veel mensen om mij heen die vrede als normaal, als standaard, bijna als een recht beschouwen. Maar oorlogszucht is nooit ver weg in menselijk gedrag (bezie je eigen gevoelens als een andere autorijder een vergissinkje maakt) ook al is openlijk geweld in delen van de wereld vooralsnog afwezig in het straatbeeld. Dezer dagen wordt het de vraag of bestendige, onderhandelde vrede met 8 miljard mensen op aarde wel mogelijk is. Ik hou soms mijn hart vast maar wellicht zegt meer over mij dan over hetgeen in bezie.

Het vermogen te discrimineren (onderscheid maken) is één van onze belangrijke gereedschappen. Laten ons dat begrijpen zonder het te taboeïseren. Door waar we vandaan komen zijn we discrimineerders. Kunst, mode, politiek, religie en meer drijven er deels op en we mogen er naar hartelust mee spelen en spotten. Maar laten we het wij-zij-gevoel niet te serieus nemen. In sport en games kunnen we dat gevoel botvieren maar laten we er niet telkens weer intrappen door ook echte wapens op te pakken. Het inzicht dat we van dezelfde “leest” afkomstig zijn zou ons mild mogen stemmen zo dunkt me. Overleven-hoe-dan-ook en zelfrechtvaardigen zijn daarbij troef levend in familie-, stam- of ander verband. Dát beantwoordt het best aan de presets in ons sensorium. Discriminatie is daarbij een belangrijk brokje instinct. We hebben er lang over gedaan dat te ontwikkelen en we nemen daar niet zomaar afscheid van zo blijkt. Relativering is daar noodzaak en de ruimte daartoe moet er zijn. Maar ruimte betekent ook grenzen. Ik verwijs naar de metafoor van de dansvloer. Zoals je aan kinderen vrijheid geeft als je hen grenzen stelt. Tot aan die grens ben je vrij. Grenzen verschaffen vrijheid.

Ik zoek naar onze presets en doe dat intuïtief en in eigen bewoordingen zonder uitweiding en uitsplitsing in wetenschappelijke secties en theorema’s. Aldus zijn alle montheistische religies wat mij betreft van hetzelfde laken een pak. Jezus, Maria, God, Mohammed, Ra, Wodan, het verschil is voor kniesoren. Al die godheden, al die liturgie zijn de vrucht van onze zucht naar zin, naar een grote begrijper/ vergever, naar iets dat ons bestaan finaal legitimeert, almachtig is en ons ons falen, onze zonden en tekortkomingen ruimhartig vergeeft en liefst compenseert. Heerlijk zou dat zijn. Een geruststelling hoe dan ook is wat gezocht wordt. We schreeuwen erom en verzinnen het moeiteloos zelf; ieder op eigen wijze. En passant zijn religies al te vaak volgepropt met masculiene en andere machtzoekers-belangen. De gehoorzaamheid die religie teweeg brengt wekt telkens opnieuw de jaloezie van seculiere leiders. Overvolle liturgiën, voorschriften en rituelen met daarin de geheime agenda’s van seculiere dwingelanden zijn het gevolg.

Maar ook Nietzsche (was meer ziek en dwalend in abstracties dan denkend), Kant (de houten Klaas in de filosofie), Hollebecq (islam-obsessie, plagiaat, aandacht-ziek) of Aristoteles (de Hugo Brandt Corstius avant la lettre, vond sommige volkeren van nature minderwaardig), drukken zich uit in abstracties zonder link naar de kleinste gemene humane deler, de enkeling in zijn drivers-seat in een voort-durend leven aangestuurd door driften, verlangens, angsten alsook ’s mensens aanleg voor euforie. Veel denkers dachten en denken in scholen of stromingen, veranderden tijdens hun bestaan nogal eens van standpunt en verloren zich in disputen en polemiek. Maar de mens is geen abstractie, blijft een momentaan en padafhankelijk fenomeen en wordt noodzakelijk beschouwd vanuit een driversseat, een (andere) enkeling van vlees, bloed, obsessies, verlangens en al dat. Wie het realtime-aspect los laat, bedrijft al gauw wiskunde met het dier mens en daarvan kan geen werkbaar resultaat verwacht worden. Zeg ik. De term “individualisme” zou hier juist datgene missen, dat ik op het oog heb. De preset van de eerste persoon enkelvoud is er vóór al het andere besef en ook de denker zit zo in elkaar. De blauwdruk (product van millennia evolutie) is van doorslaggevende invloed op de voortbrengselen van de denkende enkeling; de denkeling.

Ik hoor wel zeggen dat die zin-kwestie pas echt ging spelen toen we aanvingen vlees te eten. Voordien waren we net als apen de gehele dag aan het foerageren en overleven. Nergens tijd voor. De beschouwing van de wijze waarop de mens zijn ledigheid vervult, vermijdt, ont- of miskent en bestrijdt is een zinnigheid op zichzelf. Waarheidsaanspraken, propaganda, censuur, commercials, religieuze taboeïsering, ideologische discours, communicatiewetenschappers overal, afin, kijk maar rond; je lacht je rot: “Vader, vergeef het hen……….” . Maar mijn aandacht gaat ten hoogste naar verklarende ideëen en niet naar degenen die ze aanreikten. Naar wat zij voortbrachten aan bouwstenen of juist aan sloopwerk van onze misvattingen onze geloofszucht. De brenger van de boodschap wordt door mij niet zozeer onthoofd, nee na overhandiging van zijn bijdrage, kan hij/zij vertrekken. Net als koeriers.

Of zoals Marc Chavannes laatst op jongerenplatform De Correspondent een artikel lang nodig had om te duiden dat een zekere John Keane zo verschrikkelijk gelijk had waar deze een dik boek lang had betoogd dat democratie niet toereikend besloten ligt in evenredige partijgewijze rekrutering van politici en bestuurders maar in hun daden en derzelve uitwerking, had ik dat daags tevoren precies zo in een bijdrage aan een artikel van hem aangevoerd. Maar ik ben nobody, geen vooraanstaande publicist die gedragen door een uitgeverij met veel airplay en persoonsverheffing boeken doet verschijnen. Geen probleem. Ik hoef niet belicht te worden. Mij gaat het om het spoor, de neerslag, de bij-dragende gedachten en niet om het poppetje, de slak, de bij, de schrijver en zijn wederwaardigheden. Alleen dat wat beklijft en bijdraagt aan het uiteindelijk mensconcept. Niet om de filologie of de historische betekenis als deelfocus, maar om de uitkomst, om de bouwstenen-in-actie van een zo juist mogelijk mens- en wereldbeeld. Geen oude Grieken, Etrusken en schoolvorming sindsdien. Geen zin in. We zij al 3000 eeuwen onderweg als Homo sapiens en die wil ik een beetje snappen en dan zijn Darwin, Shakepeare, Moilère en Archie Bunker nooit ver weg.

Ik zoek mijn eigen inzicht in liefst zo karig mogelijke bewoording. Anders dan bijvoorbeeld David Greaber een bijna verwijtbaar dik boek (900 pag) schreef om aan te geven dat schuld au fond verschuldigdheid is en wezenlijk deel uitmaakt van een civilisatie, van verbondenheid van mensen. Antropologen kijken vaak niet op een paar duizend woorden. Maar dat had heel wat korter gekund en dus gemoeten maar dikke boeken kunnen meer opbrengen en imponeren niet in de laatste plaats de producenten zelf. Zo’n woordenzee maakt de kernboodschap moeilijk bereikbaar, vertroebelt. Breedsprakigheid als die bij Greaber lijkt wel eens op de wijze waarop nummertekeningen vooropgezet en nadien uitgevoerd worden. Je trekt met pen een lijn langs de genummerde punten op een vlak en wanneer alle punten juist verbonden zijn komt er een afbeelding naar voren en dát is de betekening. Dáár gaat het om en meer blijft er van een boek (non fictie) gedurende enige tijd ook niet hangen. Er wordt, wil ik maar zeggen verschrikkelijk veel overbodigs geschreven, geadstrueerd en geillustreerd en dat komt grotendeels doordat er zoveel broodschrijvers en zichzelfgrootschrijvers zij die willen beleren, kranten en boeken en websites te vullen hebben, respect en airplay zoeken. Om den brode wordt de wereld dagelijks vergast op ……. extra woorden en dat terwijl er nauwelijks iet nieuws te zeggen valt. Maar een stuk is niet meer dan de betekening en de rest zijn barokke krullen.

Kortom dit stukje richt zich ook weer tegen de woordenoceaan die een vervuiling op zichzelf vormt in ’s mensens logica en humaniora. “Syntactic soup” om bij de oceaanmetafoor te blijven. Sober schrijven graag en blijven schrappen. Jan Hendrik Frederik Grönloh ging ons voor.

Misschien ook is Max Ehrmann op die manier tot zijn Desiderata gekomen. Door almaar te comprimeren en weg te laten. Essentie zoekend en tekst reduceren en zijn spoor, de Desiderata, is vele malen bekender dan hijzelf, zoals we ook met uitvindingen verder komen dan door omgang met de uitvinder. Mij vergaat het veeleer andersom: van al wat ik las staat niets het door mij gepropageerde mensmodel in de weg.

Shakespeare. Betekening door allegorie, toneel, film, etc is een sublieme methode om de mens en z’n presets te schetsen. Het sluit goed aan bij lopende cliché’s en oude narratieven. Hoofdschuddend herkennen we moeiteloos het menselijke in de middeleeuwers. Telkens weer gewillig adressaat van propaganda ook. Roddelaars zijn we altijd geweest, smoezend achter de hand, verhaalverslaafden. Meer is er niet. We zijn verslingerd aan elkaar en tegelijk tot elkaar veroordeeld. Zonder anderen is er: geen taal, geen kunst, geen geld, geen moraal, geen erotiek. Een mens alleen op aarde is onvoorstelbaar. Een levende dode zou dat zijn.

“Aan mijzelf ken ik een ander” hoorde ik thuis in mijn jeugd vaak zeggen. Ik ben er één van de soort mens met maar weinig onderlinge variatie hoe toegewijd ook antropologen boeken vol schrijven over de verschilletjes.

We doorlopen allemaal stadia tussen geboorte en sterven en die zijn voor die 107 miljoen Homo sapiens van daarnet overeenkomstig. Ik denk hierbij aan mijn reactie ten overstaan van de deken van de orde van advocaten toen ik desgevraagd antwoordde dat ik inderdaad vond dat de stageverklaring mij toekwam doordat ik tijdens mijn stage niet zozeer had kunnen vaststellen dat ik zo eminent veel wist maar dat alle andere advocaten niet méér wisten dan ik zodat dat certificaat mij evenzeer toekwam als die anderen. We varen allen in hetzelfde schuitje en het is rijkdom dat te beseffen al brengt het geen automatisch geluk of existentieële voorspoed.

Doordat de kern van onze existentie eenvoudig en constant is, kunnen simpele bewoordingen blijvend grote gebieden van menselijke ondervinding afdekken. In beginsel doorlopen we allen zo’n beetje hetzelfde existentiële pad en het kan eventjes duren alvorens het inzicht opkomt dat die gelijkenis zich ook door culturen en het verre verleden heen voordoet. Dat althans is wat je ziet als je kijkt zoals ik. Het is ontmoedigend om te zien dat includerend denken en integer besturen dezer dagen tijdens verkiezingen hard worden afgestraft.

Kortom.

Al millenialang verandert er niets aan de grondslag van de mens en wij allen lijken veel meer op elkaar dan ons lief lijkt. Er is een krachtige gecultiveerde en gepolitiseerde focus op wat uiteindelijk slechts geringe verschillen zijn. Daar lijkt behoefte aan en die behoefte wordt gevoed door machtzoekers, al dan niet religieus van snit. En ook de oudste cliché’s hebben nog niet aan kracht ingeboet. Veel denkers, schrijvers, politici, bestuurders en heersers, gesoufleerd om niet te zeggen opgehitst door spindoctors, lijken vooral te kunnen schitteren door aandacht voor de verschillen tussen mensen en door ons te mobiliseren, op de barricades te roepen. Grotendeels onzin en zonde van de energie, zeg ik. Onderhuids zijn we vrijwel identiek, veel polemiek is aanstellerij en ons DNA geeft me gelijk.

23 december 2018