Aan mijzelf ken ik de ander

De evolutionaire klok; denken in miljoenen jaren. Ik zoek de honing, niet de bij.

In duizend jaar verandert er niets wezenlijks en in 100000 jaar nauwelijks iets aan de mensheid en haar beweeg-redenen en -oorzaken, hoe gretig die mens ook, zijn broodschrijvers voorop, telkens opnieuw meent in urgente, ontzettende tijden te leven. Daaraan lijkt behoefte te bestaan en ik gun ieder de illusie in bijzondere tijden van grote veranderingen te leven maar uiteindelijk zijn ook de computer en internet niet meer dan oude wijn in nieuwe zakken. Ict en communicatietechniek zijn al net zo oud al wijzelf. Veel meer dan om feiten, maalt de mens om meningen. Onze grondslag, de blauwdruk van ieder van ons is sinds de eerste mens onveranderd. Vrijwel de gehele duur van de mensheid leefden we als jager-verzamelaars en dat zie ik overal om mij heen terug. Ook in mezelf. De 107 miljard ‘moderne mensen’ die tot nu toe geleefd hebben vertonen veel meer overeenkomst dan verschil, hebben dezelfde stam-ouders en zijn daardoor allen als familie van elkaar te beschouwen. Als die familie een week geleden was ontstaan (i.c. 300000 jaar), was onze jaartellling ruim een uur geleden begonnen. Dat onze blauwdruk, onze preset nog steeds die van jager-verzamelaar is, ligt voor de hand. De eerste persoon enkelvoud (ik) ’meet’, duurt 55-95 jaar en daarin kan ieder voor zich nogal wat teweeg brengen in het eigen (be-)leven maar vrijwel niets daarvan werkt door naar de fysiologische basis en de menselijke conditie die daarmee verbonden is. En ja, de oorzaak van leven op aarde is inmiddels goeddeels bekend maar naar de reden daarvan blijft het raden, alle religies en overige esoterie ten spijt. It’s anyone’s guess en met wat respect (godsdienstvrijheid, UVRM) heeft ieder daartoe gelegenheid.

Onze jacht op voedsel en beschutting valt samen met de noodzaak voor ieder om zich gerespecteerd te weten. Ieder mens “schreeuwt” zodoende om erkenning, het gevoel er te mogen zijn en dat heeft ons en onze cultuur verregaand gevormd. Het is zaak elkaar de ruimte te laten als op een dansvloer. Democratisch gevormde bureaucratie is daartoe het bestuurlijke middel bij uitstek. Hoe kreupel zo’n moloch ook functioneert, het is het beste, het neutraalste dat ons kan gebeuren; functionerend aan de hand van tevoren schriftelijk vastgelegde regels die gelden voor allen zonder aanziens des persoons. Het is te betreuren dat de onvermijdelijke inefficientie van bureaucratie telkens weer wordt aangegrepen door populisten en dictators om daarnaar verwijzend zichzelf in beeld te praten en de hordes aan zich te binden om ze uiteindelijk botweg te onderwerpen. Ik schrijf en klaag daar elders over. Hier gaat het me erom dat de Homo sapiens al tienduizenden jaren zo’n beetje dezelfde is. Onveranderd en onderling sterk gelijkend.

Wie een juist mensmodel voor ogen heeft, zal gemakkelijker begrijpen welke gedachten, handelingen en strevingen doorwerken in ons denken en beschouwen en welk soort samenleven daaruit voortkomt. In ieders sensorium heerst een vóórspanning, een preset. Het is zaak die te ontwaren temeer omdat die voor ons allen geldt. Geobsedeerd als we zijn door onderlinge verschillen, meen ik dat we allen vrijwel hetzelfde zijn. 107 miljard ‘schoenen’ van dezelfde leest.

Het lijkt me gewenst dat de geesteswetenschappen zich vóór al baseren op die leest en op de trage klok zoals in de geologie. Op basale genetische patronen en 10000 jaar is dan niets. Bijvoorbeeld maakt het veel, vrijwel alles uit waar we zijn in ons leven, welke leeftijd, fase, gelet op de hormonen, de neurobiologische vleug, de sleutel waarin we op dat moment staan (momentaniteit doet zich hier gelden) voor wat we denken, voor onze preoccupaties. Zo is muziek, harmoniërend geluid, een van de eerste sociale overbruggers/ onderscheiders in het bijzonder tussen stadium- of leeftijdgenoten. Een juist mensmodel, onze bouwtekening kan iedere dag opnieuw verklarend werken voor al hetgeen ons ten deel valt.

In de eerste plaats is ieder van ons zijn/haar zenuwstelsel en alle bekleding daaromheen en daarvan maakt het brein weliswaar onderdeel uit maar het lichaam is niet een wezenloze lappenpop die bestuurd wordt vanuit het hoofd. Het lichaam ontwikkelt gaandeweg een eigenstandig besef en de invulling hiervan wordt grotendeels vanuit het DNA aangereikt. Zo is bijvoorbeeld het uiterlijk, the look een van onze obessies en sociale verschilmakers. Het is de eerste gewaarwording van de ander. Ooit in het grote donkere woud of op de steppen, nu doorgaans in openbare ruimtes, was het van groot belang over en weer zo snel mogelijk de juiste houding aan te nemen; wordt het vrijen of vechten, voortplanten of doden, eten of gegeten worden ? Oorlog scheidt én verenigt en dringt ons achteraf beschaving op omdat zonder vrede alles teloor gaat al zie ik dezer dagen te veel mensen om mij heen die vrede als normaal, bijna als een recht beschouwen En dat al speelt nog onverminderd een rol in menselijk gedrag ook al is openlijk geweld in delen van de wereld vooralsnog verregaand verbannen. Het vermogen te discrimineren (onderscheid maken) is dan ook één van onze belangrijke gereedschappen. Laten we dat leren begrijpen zonder het te taboeiseren. In essentie zijn we discrimineerders en gelukkig maar. Kunst, mode, politiek, religie en meer drijven er op. Maar dit ter zijde. De grote brokken van wat ons beweegt zijn terug te lezen in ieder exemplaar van de mens en in de wijze waarop we in heden en verleden met elkaar omgaan. Overleven-hoe-dan-ook en zelfrechtvaardigen zijn daarbij troef door samenleven in familie-, stam- of ander verband. Dát en alleen dat beantwoordt aan de presets in ons sensorium.

En dan onze behoefte aan helden, een behoefte, die er eerder was dan de helden zelf. Ze lijken nodig. Helden verenigen én onderscheiden tegelijk zoals een totempaal dat doet en dat alles begint al op de kleuterschool. In de politiek zijn bekendheden wat mij betreft ongewenst ook al is de cohesie die dit mechaniek schept zo nu en dan moeilijk te ontberen. Propaganda is een krachtig middel maar machtsmisbruik is dan nooit ver weg. In neutraal bestuurde landen verwelkt uiteindelijk zelfs iedere vorm van canon en ik juich dat toe. Bureaucratie kan goed zonder feest. In cultuur en economie lijkt er geen ontkomen aan branding van merken en namen maar ook in de geesteswetenschappen loopt heldendom vooruitgang danig in de weg.

Uiteindelijk zijn er vele namen van denkers en schrijvers uit heden en verleden op het schild gehesen en er zijn scholen rondom hen ontstaan en ook nadat hun denkbeelden achterhaald blijken, blijven hun namen rondzingen in canons en volksliederen. Ieder van hen wist op een zeker moment wellicht enige verheldering te brengen in existentiële vraagstukken maar het meeste was tijd- en plaatsgebonden om nog te zwijgen van de regelrechte omissies. Voor historici zijn echter ook kreupele en achterhaalde denkbeelden van belang wanneer ze ooit enige tijd een rol speelden en ook filologen houden zo bibliotheken vol misvattingen in stand for the sake of it. Maar ik reken slechts de blijvende en bijdragende inzichten tot de verdienste van denkers, schrijvers. Niet hun namen, kinderen, leermeesters, huizen, familieleden, minnaressen en afwijkingen noch de stromingen, ontwikkelingen, filologische rariteiten of samenhangen daartussen verdienen aandacht maar hun voortbrengselen voor zover die bijdragen aan een verklarend model van de mens en zijn samenlevingen. Niet de bij maar de honing is wat mij verder brengt. Niet de slak maar zijn spoor, licht werpend op de waarachtige werking, uitwerking van ons mensen in de loop van tijd. Met beduchtheid voor onze neiging om die te modeleren naar wat schikt, om te zien wat men, wat ik wil zien. Die neigingen zitten allemaal al ingebouwd en onze verhouding en omgang met taal maken dat er niet eenvoudiger op.

Uiteindelijk mist taal de stelligheid die we er zo graag van verwachten.Veel taal is in schijn predicatief. Ik kakel daar elders al iets over.

Ik zoek hier mijn weg naar onze presets intuïtief en in eigen bewoordingen zonder uitweiding en uitsplitsing in wetenschappelijke secties en theorema’s. Aldus zijn alle montheistische religies wat mij betreft van hetzelfde laken een pak. Jezus, Maria, God, Mohammed, Ra, Wodan, het verschil is voor kniesoren. Al die godheden, al die liturgie zijn de vrucht van onze zucht naar zin, naar een grote begrijper/ vergever, naar iets dat ons bestaan finaal legitimeert, almachtig is en ons ons falen, onze zonden en tekortkomingen ruimhartig vergeeft en liefst compenseert. Een geruststelling hoe dan ook is wat gezocht wordt. We schreeuwen erom en verzinnen het moeitelloos zelf; ieder op eigen wijze. En passant zijn religies al te vaak volgepropt met masculiene en andere machtzoekers-belangen. De gehoorzaamheid die religie teweeg brengt wekt telkens opnieuw de jaloezie van seculiere leiders. Overvolle liturgiën, voorschriften en rituelen met daarin de geheime agenda’s van seculiere dwingelanden zijn het gevolg.

Maar ook Nietzsche (was meer ziek en dwalend in abstracties dan denkend), Kant (de houten Klaas in de filosofie), Hollebeque (islam-obsessie, plagiaat, aandacht-ziek) of Aristoteles (de Hugo Brandt Corstius avant la lettre, vond sommige volkeren van nature minderwaardig), noem ze maar op, belichtten beperkte delen van wat te denken valt zonder koppeling naar de kleinste gemene humane deler, de enkeling in zijn drivers-seat in een voort-durend leven aangestuurd door driften, verlangens, angsten alsook ’s mensens aanleg voor euforie. Veel denkers dachten en denken in scholen of stromingen, veranderden tijdens hun bestaan nogal eens van standpunt en verloren zich in disputen en polemiek. Maar de mens is geen abstractie, blijft een momentaan fenomeen en kan slechts worden beschouwd vanuit een driversseat, een enkeling van vlees, bloed, obsessies, verlangens en al dat. Wie die preset loslaat, bedrijft al gauw wiskunde met het dier mens en daarvan kan geen werkbaar resultaat verwacht worden. Zeg ik. De term “individualisme” zou hier juist datgene missen, dat ik op het oog heb. De preset van de eerste persoon enkelvoud is er vóór al het andere besef en ook de denker zit zo in elkaar. De blauwdruk (product van millennia evolutie) is van doorslaggevende invloed op de voortbrengselen van de denkende enkeling; de denkeling.

En wat te denken van de rol van taal in al die dynamiek. Taal als symbolenstel maar in niet mindere mate als stelsel van klanken, die de overdracht van emoties draagt.

Ik hoor wel zeggen dat die zin-kwestie pas echt ging spelen toen we aanvingen vlees te eten. Voordien waren we net als apen de gehele dag aan het foerageren en overleven. Nergens tijd voor. De beschouwing van de wijze waarop de mens zijn ledigheid vervult, vermijdt, ont- of miskent en bestrijdt is een zinnigheid op zichzelf. Waarheidsaanspraken, propaganda, censuur, commercials, religieuze taboeïsering, ideologische discours, communicatiewetenschappers overal, afin, kijk maar rond; je lacht je rot: “Vader, vergeef het hen……….” . Maar mijn aandacht gaat ten hoogste naar verklarende ideëen en niet naar degenen die ze aanreikten. Naar wat zij voortbrachten aan bouwstenen of juist aan sloopwerk van onze misvattingen onze geloofszucht. De brenger van de boodschap wordt door mij niet zozeer onthoofd, nee na overhandiging van zijn bijdrage, kan hij/zij vertrekken. Net als koeriers.

Of zoals Marc Chavannes laatst op jongerenplatform De Correspondent een artikel lang nodig had om te duiden dat een zekere John Keane zo verschrikkelijk gelijk had waar deze een dik boek lang had betoogd dat democratie niet toereikend besloten ligt in evenredige partijgewijze rekrutering van politici en bestuurders maar in hun daden en derzelve uitwerking, had ik dat daags tevoren precies zo in een bijdrage aan een artikel van hem aangevoerd. Maar ik ben nobody, geen vooraanstaande publicist die gedragen door een uitgeverij met veel airplay en persoonsverheffing boeken doet verschijnen. Geen probleem. Ik hoef niet belicht te worden. Mij gaat het om het spoor, de neerslag, de bij-dragende gedachten en niet om het poppetje, de slak, de bij, de schrijver en zijn wederwaardigheden. Alleen dat wat beklijft en bijdraagt aan het uiteindelijk mensconcept. Niet om de filologie of de historische betekenis als deelfocus, maar om de uitkomst, om de bouwstenen-in-actie van een zo juist mogelijk mens- en wereldbeeld. Geen oude Grieken, Etrusken en schoolvorming sindsdien. Geen zin in. We zij al 3000 eeuwen onderweg als Homo sapiens en die wil ik een beetje snappen en dan zijn Darwin, Shakepeare, Moilère en Archie Bunker nooit ver weg.

Ik zoek mijn eigen inzicht in liefst zo karig mogelijke bewoording. Anders dan bijvoorbeeld David Greaber een bijna verwijtbaar dik boek (900 pag) schreef om aan te geven dat schuld au fond verschuldigdheid is en wezenlijk deel uitmaakt van een civilisatie, van verbondenheid van mensen. Antropologen kijken vaak niet op een paar duizend woorden. Maar dat had heel wat korter gekund en dus gemoeten maar dikke boeken kunnen meer opbrengen en imponeren niet in de laatste plaats de producenten zelf. Zo’n woordenzee maakt de kernboodschap moeilijk bereikbaar, vertroebelt. Breedsprakigheid als die bij Greaber lijkt wel eens op de wijze waarop nummertekeningen vooropgezet en nadien uitgevoerd worden. Je trekt met pen een lijn langs de genummerde punten op een vlak en wanneer alle punten juist verbonden zijn komt er een afbeelding naar voren en dát is de betekening. Dáár gaat het om en meer blijft er van een boek (non fictie) gedurende enige tijd ook niet hangen. Er wordt, wil ik maar zeggen verschrikkelijk veel overbodigs geschreven, geadstrueerd en geillustreerd en dat komt grotendeels doordat er zoveel broodschrijvers en zichzelfgrootschrijvers zij die willen beleren, kranten en boeken en websites te vullen hebben, respect en airplay zoeken. Om den brode wordt de wereld dagelijks vergast op ……. extra woorden en dat terwijl er nauwelijks iet nieuws te zeggen valt. Maar een stuk is niet meer dan de betekening en de rest zijn barokke krullen.

Kortom dit stukje richt zich ook weer tegen de woordenoceaan die een vervuiling op zichzelf vormt in ’s mensens logica en humaniora. “Syntactic soup” om bij de oceaanmetafoor te blijven. Sober schrijven graag en blijven schrappen. Jan Hendrik Frederik Grönloh ging ons voor.

Misschien ook is Max Ehrmann op die manier tot zijn Desiderata gekomen. Door almaar te comprimeren en weg te laten. Essentie zoekend en tekst reduceren en zijn spoor, de Desiderata, is vele malen bekender dan hijzelf, zoals we ook met uitvindingen verder komen dan door omgang met de uitvinder. Mij vergaat het veeleer andersom: van al wat ik las staat niets het door mij gepropageerde mensmodel in de weg.

Shakespeare. Betekening door allegorie, toneel, film, etc is een sublieme methode om de mens en z’n presets te schetsen met veel meer “honing dan bij”. Het sluit vaak aan bij lopende cliché’s en oudere narratieven en het speelt in op de mens als meningenliefhebber, meningengenerator ook. Gewillig adressaat van propaganda. In film en dergelijke komen geluid, beeld en verhaal tegelijk op ons af en kunnen nogal wat harder inslaan dan geschreven tekst alleen ook al kunnen teksten ons diep raken zo lang ze onze snaren weten te bereiken. En in allegorieën ligt ook meteen besloten in welk soort termen de mens primair leeft. Roddelaars zijn we immers, verhaalverslaafden want ook alle zogemaande hoge kunst kijkt per saldo slechts op de mens en zijn zwakheden. Meer is er niet. We zijn verslingerd aan elkaar en tegelijk tot elkaar veroordeeld. Zonder anderen is er: geen taal, geen kunst, geen geld, geen moraal, geen erotiek. Een mens alleen op aarde is onvoorstelbaar. Een levende dode zou dat zijn.

“Aan mijzelf ken ik een ander” hoorde ik thuis in mijn jeugd vaak zeggen en in de wetenschap benadert dat de werkwijze van participerende observatie. Ik ben één van de mensen en zal daardoor al gauw een goede specimen zijn. Er is maar weinig verschil tussen mensen en de manier waarop zij zichzelf beleven hoe graag antropologen ook boeken vol schrijven over de verschilletjes. Net als dat ik met een laag zelfbeeld op de wereld kwam en om nadien te ontdekken dat de anderen ook wankel aan het bestaan begonnen.

We doorlopen allemaal stadia tussen geboorte en sterven en die zijn voor die 107 miljoen Homo sapiens van daarnet sterk overeenkomstig. Ik denk hierbij aan mijn reactie ten overstaan van de deken van de orde van advocaten toen ik desgevraagd antwoordde dat ik inderdaad vond dat de stageverklaring mij toekwam doordat ik tijdens mijn stage niet zozeer had kunnen vaststellen dat ik zo eminent veel wist maar dat alle andere advocaten niet méér wisten dan ik zodat dat certificaat mij evenzeer toekwam als die anderen. We varen allen in hetzelfde schuitje en het is rijkdom dat te beseffen al brengt het geen automatisch geluk of existentieële voorspoed.

Maar ook is het noodzaak om iedere keer opnieuw uit het aloude weer een actueel besef van urgentie te persen, zoals ons in de kunst wordt voorgehouden. Illusie of niet. Opnieuw kijken. Vervuld van belevingshonger. Nieuw zicht moet immers komen van nieuw kijken. Het object is voor al de spiegel, de echoput waarin wij roepen en ons verbazen over antwoord. Urgentie niet ingewikkelder dan een reden om uit bed te komen, te eten, je te wassen en de drang en richtingaanwijzers vanuit je sensorium te volgen. Reasons te be, engagement hoe dan ook. Juist omdat het zo onschuldig is, ligt in dat inzicht bevrijding en ook kun je er in zien dat we allemaal gelijk hebben omdat gelijk hebben een recht is en niet de beloning van een prestatie maar noodzaak evenals voeding. Zoals ook al in de Universele Verklaring van de rechten vd mens…. vast ligt. Ik zie daar een toppunt van beschaving.

In het cyclische van hiervoor is de onmiskenbare kracht van cliché’s te zien. Omdat de kern van onze existentie eenvoudig is kunnen simpele bewoordingen grote gebieden van menselijke ondervinding afdekken. De meeste cliché’s voelen ogenblikkelijk als juist maar door hun schijnbare oppervlakkigheid werkten ze in mijn jeugd op mij als een rode lap op een stier. In beginsel doorlopen we allen zo’n beetje hetzelfde existentiële pad en het kan eventjes duren alvorens het inzicht opkomt dat die gelijkenis zich ook doorheen culturen en ver verleden voordoet. Daar treft men immers ander licht, andere geuren en talen, maar de grondslag van het al blijft uiteindelijk onveranderd. Dat althans is wat je ziet als je kijkt zoals ik.

Kortom.

Al millenialang verandert er niets aan de grondslag van de mens en allen lijken veel meer op elkaar dan kennelijk gewenst is. Er is een sterke focus op wat uiteindelijk slechts geringe verschillen zijn. Maar ook de oudste cliché’s hebben nog niet aan kracht ingeboet. Denkers, schrijvers, bestuurders lijken vooral te kunnen schitteren door breedsprakige aandacht voor de verschillen binnen de mensheid. Dat valt in gewillige aarde. “wat komen we van ver en hoe sterk lopen de verschillende types uiteen !”, onzin, vind ik en ons DNA geeft me gelijk. Intussen wordt al wat afleidt van de onprettige conclusie dat er weinig onderscheidends te bereiken valt in cultuurlijke bewegingen uitgesponnen en graag en breed gedragen. Schrijvers, dichters en redenaars worden vereerd en ook andere kunstenaars, modehuizen, muzikanten, populisten, allen die aantonen dat er een enorme diversiteit aan mensensoorten en types is worden op handen gedragen. Zij reiken ons reasons to be aan en worden rijkelijk beloond om de mens in zo’n waan te brengen, weg te houden bij het angstige inzicht dat er niets te doen of te bereiken valt in dit leven behalve rustig zijn zoals iedereen en van dag tot dag een klein leven te leiden. En dat is eigenlijk goed genoeg, maar wie durft dat hardop te zeggen ? Een leven binnenshuis, binnenshoofds dat van uur tot uur vervulling brengt in samengaan met wat anderen, vrienden, familie, peergroups is het hoogst haalbare. In heel het leven komen we niet verder dan 13 vrienden, 5 intimi en 45 bekenden; ook nog eens allemaal identieke stervelingen. Let it be. De geesteswetenschappen werken evenzeer mee aan dit brandende-tijden-geloof hoewel juist van die kant mijn lastig verteerbare conclusie had moeten komen. Welnu, bij deze dan.

23 december 2018