Buiten spel in openbaar bestuur. Vrede is niet de regel maar de uitzondering.

Democratie brengt niet de hemel maar kan ons de hel besparen. Niet geluk maar ongenoegen wordt daar in beginsel zo redelijk mogelijk verdeeld opdat ieder in het eigen leven zijn “draai” kan vinden temidden van intimi. Maar juist ongenoegen is de favoriete pot-aarde van populisten en andere machtszoekers, doorgaans lieden die niet accepteren dat een democratische rechtsstaat door regels en een uitvoerende bureaucratie en niet rechtstreeks door mensen wordt bestuurd want dat verhindert machtsvorming. De kiezer die zijn geringe maar waarachtige soevereiniteit uitoefent, dient dat alles terdege te beseffen. Uitoefening van het kiesrecht vraagt een verstandelijke afweging vrij van propaganda en easy-rider-denken. We zijn er ver van verwijderd anno 2024. Spindoctors dresseren er lustig op los, bespelen het gevoels-register van het electoraat. Vrede vraagt van ieder enige zelfbeheersing in openbare ruimtes en kwesties. Vrede is geen rusttoestand, het is een activiteit met kleine maar cruciale bijdragen van allen. Machtszoekers overrulen die fijnzinnigheid met hun ordinaire propaganda vol vijandbeelden en spelen samenlevingen tot eigen gewin en glorie uit elkaar. Veel te velen betreden het politieke toneel om er iets te halen in plaats van te brengen. “Rusten in vrede” zien we slechts op begraafplaatsen.

Veel Kiezers, al dan niet voorgesorteerd in politieke partijen, vertrappen zo de verworvenheden van ons staatsbestel en zoeken in kinderlijk romantische narratieven katharsis voor hun opgekropte en aangeprate ontevredenheid. Rattenvangers kanaliseren die ongenoegens voor eigen gewin en komen de ontevredenen schijnbaar tegemoet daarbij de complexe dynamiek van de onderhanden materie verhullend. Vlagvertoon, parades, simplificaties en Robin Hood-gedrag van een nieuw leger aan influencers doen jammerlijk opgeld. Gebrek aan kennis van de onvermijdelijk tijdrovende en compromiterende werking van het staatsrecht bij de kiezer plaveit het pad voor hedendaagse praatjesmakers die klakkeloos en in soms zelfopgerichte of aangekochte media platte emoties bespelen en het zogenaamde gezond verstand aanroepen. En zo wordt, niet voor het eerst, de dwaasheid dezer dagen wereldwijd gekroond. Ronald Wright ziet in “A short history of progress” de mensheid opnieuw in de vooruitgangsval trappen. Het uiteen vallen van samenleving groot en klein lijkt niet te vermijden. Al onze zelfverzonnen goden geven inderdaad niet thuis.

Het algemeen onderwijs in ons land zwijgt niet alleen in alle talen over noodzakelijk inzicht in voedingsleer, persoonlijke financiën en de weerbaarheid tegen communicatietechnieken, maar ook over de werking van het democratisch bestel, vrede en veiligheid wordt de opgroeiende burger niets verteld. Voor vrijwel ieder product is online een handleiding te vinden maar het stemhokje waar men daad-werkelijk bijdraagt aan het landsbestuur wordt men geblinddoekt en erger nog, veelal misleid, in gestuurd. Eenzelfde ontsporing zien we als consumenten de supermarkten binnengaan (menu: De supermarkt als peeskamer). Dat obesitas, schuldendrama’s en een mankerend samenleven het voorzienbare gevolg van al die manco’s vormen en de burger uiteindelijk diens gezondheid en een behoorlijk bestuur en bestaan ontnemen, wordt op de koop toegenomen. Democratie betekent eerst en vooral ‘slikken om niet te stikken’. Het is geen vrolijk feest en er valt veel meer te verliezen (de hel) dan te winnen. In delibereren en coalities zien deelnemers hun dierbare standpunten eerst en vooral verwateren, verdwijnen in een woordenmist maar juist zó betaalt men mee aan vrede en veiligheid voor ieder. De democratische attitude vraagt er om instincten en onderbuikgevoelens voor thuis en peergroups, kortom voor de eigen cultuur te bewaren en om het beredderen van de samenleving verstandelijk te benaderen. Wie telt nog de zegeningen van vrede, veiligheid, betrouwbaar drinkwater, onderwijs en meer van dat ? Die worden door veel te velen als een vanzelfsprekendheid beschouwd. Democratie, gericht op een behoorlijk leven voor ieder is op het eerste gezicht iets tegennatuurlijks. en brengt allereerst een zoute hap voor alle deelnemers met nadien een beetje beloning in de vorm van rust in de tent. Het persoonlijke leven moet dan nog beginnen. Tijdens verkiezingen rept geen politicus van het zuur dat uiteindelijk overwegend ter tafel zal komen. Ik zie bij verkiezingswinst op alle bestuurlijk niveaus dezelfde overenthousiaste hysterie met opengesperde monden en grote ogen als in beelden van overwinningen in sport en spel. Alsof de ‘winnaars’ van verkiezingen het paradijs binnen gaan. Maar toetreden tot het landsbestuur levert eerst en vooral hondenbanen op en coaliseren betekent afzien en oefening in inefficiënt procesmanagement. Een verplicht practicum voor kiezers en bestuurders “net niet krijgen wat je heel graag wilt” zou beslist op zijn plaats zijn. De banalisering van verkiezingen door het primaat van emoties is welhaast een garantie dat daarin minder bekwame bestuurders naar voren komen met inmiddels ongewenst veel aandacht voor de persoonlijkheid van de kandidaten. We krijgen aldus eerder acteurs dan vaklui aan het roer. De transitie van praatjesmakende prins carnaval naar de taaie ‘leuke hondenbaan’ van openbaar bestuurder is al gauw te veel gevraagd van één en dezelfde persoon zo zien we alom.

Dat verkiezing en afvaardiging plaats vindt door een zo algemeen mogelijk stemrecht of zelfs stemplicht vind ik net iets minder van belang dan dat gekozenen beleid maken en uitvoeren dat rekening houdt met álle burgers. Winston Churchill zei al dat de beste remedie tegen democratie een gesprek van enkele minuten met de gemiddelde kiezer is en dat zei hij niet alleen om leuk te doen. De uitkomst van algemene verkiezingen op zichzelf is dan ook volstrekt geen garantie voor behoorlijk en bekwaam bestuur nu hedendaagse ict-kennis en data mensenmassa’s pijnlijk eenvoudig dresseerbaar heeft gemaakt. Die oh zo hoog gehouden verkiezingen zijn gaandeweg omgekat tot holle legitimering van de uitslag om zo de verkozenen wit gewassen op het schild te hijsen. De ‘paarden van Troje’ die dit oplevert tonen de ontoereikendheid van de legitmering die aan het algemeen kiesrecht wordt toegeschreven. Ook de methodes om vervolgens aan het eenmaal bereikte pluche te blijven kleven zijn legio en liggen inmiddels in draaiboeken van spindoctors en consulenten vast. Er bestaat een ware wetenschap rondom het kapen van de kiezerswil. David van Reybrouck wijst in ‘ Tegen verkiezingen’ (2016) op de zwakke plekken die de praktijk inmiddels dagelijks bevestigt. De beoogde vertegenwoordiging en vereiste inclusiviteit moet gelegen zijn in de uitvoeringspraktijk van het bestuur en niet alleen maar in het proces van verkiezing en afvaardiging. In datgene wat die afgevaardigden teweeg brengen met hun mandaat moet hun legitimering te vinden zijn en niet uitsluitend in de wijze waarop men op het toneel verscheen. Maar verkiezingen drijven op emoties en belonen het behagen en vormen van aanhang als betrof het een Grand Gala du Disque. Tegelijk hongeren veel te veel kiezers naar verse sprookjes om zich in thuis te voelen en dat temeer naarmate gevestigde religies hun dragende functie in dat opzicht verliezen. De al te heilig verklaarde algemene verkiezingen worden zo een molensteen om de nek van de burger doordat de onderbuik van veel te velen de doorslag geeft.

Kort na WOII functioneerde de parlementaire democratie in Nederland en daarbuiten in zekere zin op zijn best, op zijn saamhorigst. De bevolking was al vertrouwd geweest met een rechtsstatelijke samenleving ook al verloor de huwende vrouw tot 1956 haar handelingsbekwaamheid en stond aan Rudolph Thorbecke anno 1848 weinig meer dan censuskiesrecht voor ogen. In 1848 ging slechts 3% van de totale bevolking stemmen waar dit in 1785 ingevolge het kiesreglement van de Bataafse republiek 22% was geweest. De hooggeëerde Plato had het al helemaal niet begrepen op invloed vanuit het volk maar na 1945 verlangden burgers hartstochtelijk terug naar de betrekkelijk beschaafde rust van vóór de allesomvattende ontreddering die WOII teweeg gebracht had. De onderlinge welwillendheid tussen bestuurden en bestuur was groot ondanks ideologische verschillen maar allen hadden eenzelfde primair doel voor ogen, vrede als grondslag voor voorspoed, en ook internationaal kwamen initiatieven van de grond die heden ten dage beslist niet meer voldoende handen op elkaar zouden krijgen. Wereldwijd dreigt desintegratie maar destijds was het onverschillig of er een koningin, een minister-president, een vakbondsman of een burger aan het woord was. De noden waren groot en duidelijk. Nooit meer oorlog. Het ‘volk’ dacht in ongekende eendracht mee en deed dat al dan niet bewust vanuit het bestuurdersperspectief. Het grote plaatje waarin “één voor allen, allen voor één” geldt, was lange tijd maatgevend. Weg uit dat wantij van de voorafgaande jaren. Wereldwijd was er bundelende kracht ‘in the air’. Gedeelde klare taal fungeerde als gereedschap tot vereniging. Taal convergeerde, vormde gereedschap tot samen komen en samen gaan. Men was maar wat graag bereid een zoute hap te slikken om de ontreddering van oorlog buiten de deur te houden. “Nie wieder” klonk alom.

Dat vrede de primaire opbrengst van de rechtsstaat is en onafgebroken bevochten moet worden, lijkt inmiddels door velen vergeten en dat brengt oude gevaren dichterbij. Er wordt wel gezegd dat een mens zich kan beteren maar de mensheid niet waardoor geschiedenis veeleer cyclisch dan lineair verloopt en oorlog als bestendig onderdeel tot die kringloop behoort. Memento Belli. Internet bracht veel gemak maar schiep en passant ook het huidige Bubbelonië waarin zelfbegoocheling met vijandbeelden en ander pathos pijnlijk eenvoudig wordt. Influencers, de nieuwe sjamanen, stoten hun sprookjes uit en vergaren ieder al gauw een eigen ‘bijenvolk’ om zich heen. Het verdienmodel van televisiedominees vindt veelvormig navolging. Via de onderbuik vinden populisten en internetsjamanen elkaar. Emoties domineren de waarheidsvinding. In de lobbyistenwolk rond politici liggen daartoe wereldwijd draaiboeken klaar. De aalgladde kanten van taal en de kracht van beelden als gereedschap voor propaganda, lees misleiding, worden daarbij zichtbaar. Voor wie het wil zien. Taal gepaard aan beelden, logo’s of personen, de beproefde methode van de grote religies lokt massa’s naar nieuwe totempalen. De mens, in zijn vormende eeuwen op de steppe gewend aan en bijeen gehouden door vijandbeelden, door angst kortom, valt gemakkelijk en kennelijk maar wat graag terug in dat patroon: niks delibereren, doorpakken !!!!

Voor de ideale kiezer is een bestuurdersperceptie noodzaak. In gedachte hooverend over de gemeenschap en rekening houdend met iedereen, niemand uitgezonderd. Ook de onwilligen en onkundigen niet. Inclusiviteit vergt niet alleen iets van bestuurders maar van allen die politiek actief zijn en ook, voor even maar niet in de laatste plaats, van de kiezer in zijn stemhokje. Een samenlevingsrecept waarin ieders belang is meegenomen of op zijn minst daarin resoneert dient de boventoon te voeren en al meteen in dat stemhokje moet de kiezer de noodzaak tot compromissen inzien, keuzes maken en dat niet afschuiven naar afgevaardigden (precies zoals van afval scheiden is gebleken dat dit alleen maar lukt als de burger daarmee begint, bottom up). De kunst van het mogelijke werd politiek wel genoemd en die kunst zou al in het stemhokje moeten beginnen. De emoties voor even ‘on hold’. Vrede, veiligheid, een menswaardig bestaan voor allen. In de ‘controlekamer’ van de democratie zijn vele monitors tegelijk van belang. De vergelijking met facet-ogen zoals van insecten dringt zich op. Anno 2024 zijn we hier heel ver van verwijderd. Niet zozeer wat verenigt maar wat verdeelt doet opgeld en ik ben daardoor geneigd om niet alleen immigranten en de hordes die zich het populistenverhaal laten aansmeren maar alle stemgerechtigden een burgerschapscursus op te dringen. In het algemeen onderwijs geen woord over deze niet geringe kiezersverantwoordelijkheid. Handhaven van vrede, beduchtheid voor oorlog en geweld moet onverminderd tot het oogmerk van de kiezer behoren naast diens bereidheid om vóór al bereid te zijn te slikken. Slikken om niet te stikken.

Maar zoals consumenten met een door reclame bewerkt onderbewustzijn de supermarkt in gaan en obesitas inmiddels tot de voorzienbaar grootste gezondheidsgevaren en maatschappelijke kostenposten leidt, zo arriveren veel boos gemaakte kiezers in het stemhokje met populisme en foute bestuurders als uitkomst. Waarna populisme net als obesitas als een boomerang naar de samenleving terugkeert. We zien dan de jammerlijke uitwerking van de gekaapte soevereiniteit van burgers. De beproeving en afkalving van het oh zo goed bedoelde staatsrecht van destijds is in volle gang met ongemerkt automutilatie door misleide kiezers als gevolg. “Het volk heeft gesproken” toeteren de kapers; je zou willen dat het voortaan zijn mond houdt.

Wie de ‘verkeerstoren’ verlaat en niet langer focust op dat algemeen belang en in plaats daarvan sprookjes vervuld van vijandbeelden naloopt, heeft wat mij betreft weinig meer te vertellen. Applaus in de zaaltjes en de media is zo gauw verdiend. Maar kiezers voor zich winnen is vele malen gemakkelijker dan als bestuur álle burgers juist bedienen. Het voorsorteren in wereldbeelden vindt plaats in politieke partijen waarin op eigen wijze verkiezing van afgevaardigden tot stand komt. Elders betoog ik hoe politieke partijen als liftschachten om de machtscentra zijn gebouwd. Het democratisch gehalte daar binnen onttrekt zich grotendeels aan toezicht vanuit het staatsrecht.

Wie denkt voor wie ?De trucages van reclamemakers, tv-producenten, spindoctors, romanschrijvers, gamedesigners en autoverkopers om mensen ongemerkt op hun emoties aan te spreken zijn ongewenst in politiek en openbaar bestuur. Zodra zij nog slechts het gevoelsleven bespelen en het inclusieve denken verlaten, verkeren ze buiten spel. Daar moet voor gefloten worden. Als ik dezer dagen het politiek bedrijf volg, lijkt deze voorwaarde van weinig belang maar wie niet bereid en in staat is om alle monitoren tegelijk in de gaten te houden, wie te beroerd of te onkundig is om facetogen te hanteren, hoort niet in het bestuur thuis. Ik wil daarvoor kunnen fluiten, het ‘spel’ stil kunnen leggen, de overtreder corrigeren en pas dan weer verder. In naam van de vrede, de primaire staatstaak. Ik kan moeilijk aanzien hoe kiezers gedresseerd worden alsof het om circusdieren gaat.

Maar wat ik hier als overtreding beschrijf is in hoog tempo modus operandi geworden en de fragmentatie die daar uit voortkomt, lijkt nauwelijks te stoppen. Spindoctors zouden dit moeten voorkomen maar juist de aktiefste om niet te zeggen aggresiefste onder hen hanteren dezelfde technieken als in de reclamewereld. Bij hen leeft een hoog bewustzijn en kennis van image-building en publieke communicatie maar Includerend besturen verkoopt slecht in een partijpolitiek landschap waar de buitenspelval niet wordt gehanteerd en populisme, propaganda en uitsluitingsretoriek vrij spel krijgen. Wereldwijd lijden representatieve democratieën dezer dagen aan dit euvel. ik zie hordes gedresseerd door platte propaganda waardoor oude onbeschaafdere tijden herleven. Maar verhalen, narratieven, canons en heldendom mogen het leuk doen in toespraken en snelle interviews, het openbaar bestuur is geen Efteling. Het is monnikenwerk en vraagt toewijding in plaats van praatjes en verhalenmakers.

Ons staatsrecht lijkt ternauwernood opgewassen tegen de fnuikende werking van zulke platte propaganda. De beoogde evenwichtige werking tussen uitvoerende en controlerende macht blijkt in laatste instantie afhankelijk van de juiste intenties van de deelnemers, de kiezers voorop. Leuk dat die het voor het zeggen hebben, maar waar komen hun denkbeelden vandaan ?

Rechtsstatelijk werk draait aan het eind van de dag niet om het verdelen van opbrengst maar om het verdelen van tekort en dat verkoopt slecht en levert voornamelijk “leuke hondenbanen” op zoals een minister die ooit noemde. Coalities, compromissen met als hoogste staat dat ieder in gelijke mate ontevreden is, is het hoogst haalbare met als kolossale winst vrede en veiligheid voor allen. Daar dient het op uit te draaien en daarvan dienen alle kiezers doordrongen te zijn. Liefst niet alleen tijdens en kort na de laatste oorlog.

* algemeen geldend maken door het vooraf schriftelijk opstellen van wetgeving en beleid staat tegenover het personaliseren van die regels en dat beleid zoals rechters en uitvoerende ambtenaren dat doen.

Dreischor, jan 2011/ april 2024