Over de loze oorsprong van mode, kunst, religie, propaganda, de canon, geld/waarde, recht en moraal. Een anamnese van geweten.
Intro. Mode, moraal, kunst, religie, geld, recht, een canon, propaganda en evenzeer politiek vormen indringende facetten van het mens- en mensheid-zijn. Die fenomenen vermogen te vervullen en te verbinden maar kunnen evengoed virulente tegenstellingen in het menselijk domein teweeg brengen en aan de dag leggen. Ik maak hierna aannemelijk dat de bekenning tot richtingen binnen die fenomenen vrijblijvend en willekeurig tot stand komt hoewel betrokkenen zich juist verbeten, onvoorwaardelijk en voorbestemd met hun standpunt identificeren. Het is hun inborst, hun lot en de aangeboren correctheid die in hen verschijnt. Zij hebben niet gekozen, zijn de stem van iets hogers, iets groters. Hun belijdenis stamt uit een oer-weten. Die verbetenheid, de greep naar en door hun edele zelf, wordt nog massiever naarmate de onverplichtheid van het aangehangene evidenter is. Dominee-praat staat er bol van. Hoe de mens zichzelf iets wijs maakt, zich iets inprent door de onbetwijfelbaarheid van hun standpunt als horizon achter iedere zin die men spreekt op te roepen. Hun grondig ‘oprechte’ ik is er eerder dan hun besef. Zij hoefden al die juistheid slechts toe te laten. Het zijn ware workshops zelf-inprenten en voor mij gelden ze als de acrobaten in het circus van taalgebruik. Voor wie van scrabble-woorden houdt: cognitieve dissonantiereductie wordt dat gedrag wel genoemd: Frans Breukelmans, Henk Poot, Henk Binnendijk op Youtube, ze fascineren me eindeloos als taalgoochelaars, als zelfdresseerders, stampvoetprofeten: “het is wél zo !!!”. Ik houd het dan nog binnen de landsgrenzen maar daarbuiten en in de geschiedenis is de beer ook waarlijk los. Mijn zelfde verwondering geldt mensen die zich bekennen tot links of rechts in het partijpolitieke spectrum waar men kennelijk vastberaden de eigen inborst weet te verstaan alsof denkbeelden gelijk bloedgroepen zijn of ieder rond de geboorte in verschillende matrijzen worden gevormd. Intussen zie ik weinig anders dan staaltjes geslaagde zelfbegoocheling waarmee de mens zich al millennia in een of ander gareel houdt en ja, bijna alles is beter dan chaos en anomie en ik zou met al die stelligheid dan ook geen moeite hebben wanneer dan maar tussendoor klinkt “it ain’t necessarily so”, desnoods afgedekt met het quasifatalistische “we moeten toch wát !”Of af en toe een knipoog, wat lucht in het betoog zou mij goed doen, maar nee, juist zelfrelativering en luchtigheid zijn in deze domeinen een schaars goed. Hoe wankeler het aangehangene, hoe verbetener men zijn belijdenis ten beste geeft. Zoals K1 vechters de hal binnenkomen en hun route naar de ring afleggen: selfkickers. Maar niets van al die manifesten heeft een absolute of gouden standaard en komt kennisheoretisch verder dan consensus tussen de belanghebbenden, een afspraak. Allemaal niks hoger of nobeler dan het lidmaatschap van de 2CV-club of deelname aan filatelie. Rituelen hebben die zelfbevestigende, concretiserende functie bij uitstek, allemaal pogingen om een idee ‘te voorschijn’ te brengen opdat het zichzelf bewijst door bijna te verschijnen. Met als uitkomst potsierlijke handelingen zoals regendansen, kaarsen branden, dierbaars offeren, staand wiegen en prevelen bij een oude muur, wierook doet het vaak goed. Alles dezelfde soort kwats; zie de mens verbeten dwalen, maar wat geeft het ? De vermeende ankergronden zijn loos, willekeurig cq zonder intrinsieke waarde en zijn geheel afhankelijk van aanhang en aanvaarding door het adressaat waardoor ze in het beste geval schijnbaar zelfvervullend worden. Zoals het placebo-effect de homeopathie redt, althans de hand reikt. Het konijn in de hoed heeft men er zelf ingestopt en de mens lijkt bij uitstek in staat om dat ook tegenover zichzelf onder het tapijt te houden (de reddende Blinde Vlek) en in extase te geraken bij het verschijnen van het konijn. De mens opgejaagd door de angst voor een woeste en ledige aarde, die van “den Beginne” maakt zichzelf iets reddends wijs. Allemaal goed maar ik wens niet uit het oog te verliezen dat het allemaal kul is. De colleges van Frits Frenkel rond 1980 in Rotterdam hebben mij een onverwoestbare scepsis bijgebracht.
Uiteindelijk lijkt voor velen primair van belang dat men iéts aanhangt omdat in de rechtstreeks waargenomen werkelijkheid geen enkele richting of bedoeling te ontwaren valt. Ik was dan ook aangenaam getroffen door de titel van een boekje van charlatan-advocaat Doedens: “De waarheid bestaat niet dus zoek iets dat er op lijkt” hetgeen aanschurkt tegen het adagium van mijn websiteje: “zonder waan geen zinnigheid”, een perspectief dat overigens evengoed bevrijdend als beklemmend kan werken. Onmiskenbaar is het beter iets geruststellends voor waar houden dan als ree in de koplampen van de chaos of het grote Niets te blijven staren. Uiteindelijk redt de mens zich dankzij Kopfkino, diens hoogst persoonlijke wis(h)kunde. Iets anders is er niet. Welkom in de wereld van het verzonnen houvast. “Hopium” is het laatste nieuwe woord dat ik onlangs in dit verband tegen kwam.
Houvast, geruststelling, een gevoel van ordening ook al is het maar voor even is, naast voedsel en beschutting, een allereerste levensbehoefte. Precies zoals we kinderen die jammerend en overstuur thuiskomen, eerst maar eens met warmte en respect tot bedaren brengen om ze pas later te vertellen wat ze beter anders hadden kunnen doen. Eerst maar weer rustig adem halen. Daarbij zijn sprookjes, snoepjes of een aai over de bol de kortste weg naar rust in de tent. Het heelal, de concrete werkelijkheid heeft de mens op dat punt niet direct veel te bieden. Goeroes en hun godheden, priesters, modekoningen, staatshoofden, kunstenaars, waardemeters zoals “Wall Street”, allen zijn niets zonder aanvaarding en aanvaarding volgt pas als blijkt dat het gebodene zijn werk doet maar meer dan selffullfilling is het dan nog steeds niet.
Menora’s, khamsa’s, tingsha’s, swastika’s, tesla’s, picasso’s, tattoo’s, harley’s, euro’s, karma’s, chakra’s, oscars, de stropdas, de hadj, onze driekleur, de Taj Mahal, Versailles, de Kumbh Mela, de Burj Khalifa, de shtreimel, piramides, het hoort allemaal op zijn best thuis in de Efteling. Van mij mág het allemaal hoog gehouden en nagelopen worden maar dan graag met een knipoog. Ieder z’n ‘reddingsvest’. De mens kan niet zonder mythes maar we houden het luchtig. Ons bestaan is uiteindelijk nogal wat platter en overzichtelijker dan wijzelf lijken te willen en die wil, die hoop is weer de oorsprong van de zelfgesmeede waarheid die we zo lachwekkend vastberaden voor objectief aanzien. Wij, zoogdieren met een enorm vermogen tot zelf-begoocheling.We sleuren elkaar sprookjes in en brengen de dagen regendansend door. Veel beters is er nu eenmaal niet maar zonder die knipoog blijft het een trieste vertoning.
Nader beschouwd blijkt ook oprechtheid en het morele kompas weinig meer te zijn dan de uitwerking van welbegrepen eigenbelang en dat is goed verenigbaar met het gebod tot naastenliefde nu dat volgens mij niet primair tot opofferen oproept maar benadrukt dat goed zijn voor de ander in de eerste plaats voor jouzelf het allerbeste is. Naastenliefde als een rechtstreeks eigen belang en niet als een duister quasi-religieus altruïsme zoals de gangbare uitleg luidt. De beste dienst die je jezelf kunt bewijzen is goed zijn voor een ander. Dat geldt in het sociale domein zowel als in de economie waar ik dan betoog dat de allerbeste onderneming zodanig functioneert dat klanten graag betalen. We worden pas mens in relatie tot de anderen. Eén mens is geen mens. Wat anders had die Jezus, een veel geciteerde en aangeroepen moraalridder, kunnen bedoelen toen hij de tien geboden samenvatte ?
En ik zie geen verschil tussen mode (fashion), kunst, moraal, recht, religie en zelfs geld als het gaat om de ankers, de grondslagen waaruit daar voor-schriften, normen en waarden voortkomen. De verklaring kan slechts gevonden worden in het doel en niet in een sacrale hoogwaardige afstamming of oorzaak. Predicaties binnen die disciplines rusten op ‘gefluister in het duister’, hoe graag ook veel mensen menen dat daar solidere, henzelf overstijgende, bronnen de regie voeren. Zoals een Nederlandse schrijver en velen met haar uit het niets betogen dat er hoge en lage kunst is. Shakespearre zou wel raad met hen weten. Helaas voor hen is er niets groters, goddelijkers, diepers of oorspronkelijkers aan te roepen dan het beredderen van het eigen hachje door een gezellig rad voor de eigen ogen te draaien. Zieners zoals priesters, voorgangers, modekoningen, wettenmakers, kunstenaars, goeroe’s, sjamanen, kruidendokters ze staren allemaal in hetzelfde niets, putten allen uit dezelfde leegte ondanks steunbewijs van relikwieën, relieken, vertellingen, totempalen, getuigenissen, openbaringen, prijsuitreikingen, variaties van zelfverminking, leerstoelen, imposante gebouwen en geschiedenissen tot vele duizenden jaren terug van bijbehorende instituten en zo voort. Traditie is wellicht gezellig en verschaft zintuigen wat “kauwgum” en houvast maar liturgie is niet de juiste weg naar waar maken. Het wordt nooit meer dan steun voor geloof en gefluister in het duister. Dat gefluister verschaft een leuke opmaat voor onze waarneming maar laat toch duidelijk zijn dat het telkens om trucjes gaat, middelen die door niets anders dan hun effect kunnen worden gerechtvaardigd hoewel juist de toegedichte allesoverstijgende oorsprong het bijzondere gezag zou moeten verlenen. Dat effect is wat deze middelen legitimeert maar hun inhoud en de oorsprong van het aanvankelijke gefluister is loos, willekeur. Zie de mens blij en trots in zijn “nieuwe kleren”. Is er kennistheoretisch iets potsierlijkers en aandoenlijkers te verzinnen dan al die preken en rituelen vol vergeefse vastberadenheid? Maar ik wil dat effect van niemand afnemen. Het menselijk sensorium lijkt geknipt voor zulk zelfbedrog. Serendipiteit ten top. Wie durft te geloven met een knipoog ?
Karl Friston ziet de mens streven naar een minimum aan “Free Energy”; we willen zo min mogelijk verrast worden. We verzetten ons tegen verval en werdegang zoals dat onvermijdelijk besloten ligt in de tweede wet van de thermodynamica: in een afgesloten systeem kan de wanorde alleen maar toenemen. Onze waarneming lijkt bij uitstek geschikt (bij de gratie van wat ik onze onze Blinde Vlek noem) om dit over het hoofd te zien en echte die-hards reiken nog wat verder en zien moeiteloos eeuwigheid en universaliteit van hun oprispingen om die vervolgens stellig vanaf katheders en preekstoelen aan anderen op te dringen. In samenlevingen wordt dit soort begoocheling al te gemakkelijk beloond met macht. Wie tijdens verkiezingen een aantrekkelijk sprookje voor houdt mag besturen. De mens wil zo dolgraag iets gaafs geloven, iets wat gemakkelijk ‘pakt’ en lekker bij hem ‘zit’. Gissers, hopers, believers zijn we, op jacht naar zelf-verzekerdheid. Verzinners van eigen existentiële reddingsvesten. Klimmers in zelfverzonnen bomen, romanciers after all en wie dat proces voedt, krijgt een stuur in handen. Achter al die denkbeelden rommelt de chaotische werkelijkheid voort terwijl die malle mens zich kirrend en tevreden beperkt tot het rad dat die zich voor de ogen draait.
Er is niets zonder oorzaak maar veel zonder reden. Wen er maar aan. De mens intussen klampt zich vast aan aarding, aan verankering in de wereld, het heelal desnoods, amechtig op jacht naar een reden, de verantwoording van diens bestaan maar ten hoogste wordt ooit iets oorzakelijks onthuld. We hebben weinig meer dan “Darwin” en de rest is gissen. De mensheid ontbeert een reden. De wetenschap verschaft ons wat inzichten en wat spulletjes om aan elkaar te verkopen maar de existentie wordt door haar niet verhelderd. Er is geen heilige graal anders dan in ons verlangen zoals de wiskunde zich binnen onze waarneming afspeelt en niet in het ons omgevende. In de grond van de zaak slaat ons bestaan nergens op en dat kun je naar believen als een bevrijding of als ontgoocheling ondergaan. In “pleidooi voor een roes” (menu) sta ik daar bij stil.
Moraal. Ook moraal met in het kielzog religie heeft niet meer dan een facilitaire, ordenende functie en wordt “domweg” en meestal stiekem bijgesteld als de uitkomst niet langer voldoet net als in mode, kunstopvattingen en rechtsregels. Een revolutie die slaagt is wettig. Moraal vormt zo de echo of de oerknal van cultuurverschillen. En betrekkelijkheid is troef. Goedgelovig als een kind, stervend voor verzinsels als god of vaderland pakt de mens de wapens maar weer eens op. Het eigen deugen vereist het niet deugen van de anderen. Het moet omdat het moet. Van god, sinterklaas, de sjamaan, who-ever, maar eigenlijk is ‘your guess as good as mine’. De uitkomst, het effect van moraal is daarmee weinig anders dan dat van verdovende middelen, bouwstenen voor een welgevallige waan. Als tatoeages voor de eigen feelgood. Moraal is dan nog steeds niet vòòr- of bóven-menselijk evenmin als religie waar zonneklaar is dat de mens zijn God naar het eigen evenbeeld heeft geschapen en niet andersom. De grondslag voor morele beschouwing is praktisch net als verkeersregels. Gezag ontlenen ze aan hun werking niet aan een superieure herkomst.
Gelukkig verschijnen we rond het eind van het leven niet voor het aangezicht van een god of een andere morele boekhouder maar ten hoogste voor onszelf. Dat lijkt me ook al genoeg “opdracht”. En wees eerlijk, vrienden zijn toch evengoed mensen die elkaar naar de mond praten met hun ‘moraal’ als vriendenlijm die weer uit naastenliefde ofwel eigen belang wordt gewonnen. Wat moet je zeggen als een innige vriend zijn diepste mening, kunstwerk, gedicht of wat ook aan je voor houdt en je rilt ervan ? Eerlijkheid is dan in niemands belang. Een woordenspel moet redding brengen en taal leent zich daar gelukkig wonderlijk goed voor. Het is orakelgereedschap bij uitstek.Voor mijzelf bleek het uiteindelijk de kunst te zijn om in vriendschap ‘op te gaan’ en andermans ‘opportunisme’ te slikken om zo eenzaamheid buiten de deur te houden. Schort je verontwaardiging op en tel tot 10 alvorens de ander de les te lezen. Ik dat vraag van ieder die z’n ‘tent uit komt’ en in groot of klein verband met anderen omgaat. Zelfbeheersing als verschaffer van rust, van nuttige wanen. Moraal wordt zo een anker dat men ook wel eens op mag halen. Onze weg van primaat naar dominant zoogdier was geplaveid met weinig anders dan opportunisme.
“Moreel kompas” suggereert analogie met een mens-overstijgend houvast zoals bij aardmagnetisme maar bij moraal komt slechts het konijn uit de hoed dat we er zelf instopten. Naar hartelust vermengen we projecties en waar-neming. Dat is misschien zo gek nog niet want niemand weet dat wij hier zijn, zo lijkt het, niemand kijkt naar de mensheid om. En als ‘de’ moraal niet voldoet is het een sta-in-de-weg en moet er aan gesleuteld worden net zo goed als aan wetten. Moraal moet de mens dienen door haar effect maar die mens wordt doorgaans geacht zonder vragen te geloven dat het andersom is omdat het hier om iets hogers zou gaan: moraal blijft dan ieders nieuwe kleren-maker. En opnieuw sust de mens zich in slaap dankzij de eerder genoemde Blinde Vlek. Moraal mag dan ongeschreven en dwingend boven ons hooveren, ik ontneem het hier een bovenmenselijk aura. Dat ‘hogere’ of die god zit domweg in onze gereedschapskist niet anders dan onze Rembrandts, de sprookjes van Grimm, Viktor en Rolfs, Ai Weiweis, de mensenrechten of naastenliefde als welbegrepen eigenbelang. De eerste was een opmerkelijke vakman en die modemannen en de kunstenaar weten het juiste midden te vinden tussen overrompelende perceptiesturing en de behoeftes van publiek. Vaak is moraal ingebed in verhalen die door overlevering de ronde deden en door erkenning tot gelding kwamen zoals de Canterbury Tales en de Bijbelse verhalen naast allerlei be-lerende sprookjes en sages en spreekwoorden. Maar ik wil geen “gefluister in het duister”; ik doe het licht aan waarna het fluisteren verstomt, er niet blijkt te zijn. Zo vermoed ik. De Oudheid en Middeleeuwen zijn leuk om over te lezen maar ik wil er niet naar terug. Mensen gooiden toen de pispot leeg op straat om maar iets te noemen.
En waarom niet stelen, bedriegen, moorden ? Omdat we zo prangend graag en noodzakelijk eerlijk zijn ? Een schoon geweten willen en ons zo nodig willen onderscheiden van de andere zoogdieren ? We lijken vooral geremd te worden door inschatting van de kans dat men gepakt of ontmaskerd wordt. Ik herinner me strafrecht-statistieken die enorme ‘dark numbers’ toonden. Vrijwel al het formeel criminele gedrag blijft onopgemerkt en ongestraft. Maar de mens lijkt gedresseerd om bij de klanken en connotaties van ‘stelen, bedriegen, moorden, etc’ (klank neemt evenals geur op overrompelende wijze bezit van ons besef) daarvan direct en pertinent afstand te nemen immers wij, ‘witte raven’, ‘vermoorde onschuld’, werpen dat alles ver van ons af: “ik distantiëer me hiervan….”, “ik herken mij daar niet in”. Ons sensorium springt ervan ‘in het gareel’. Liegen, bedriegen is wat anderen doen is onze primaire reflex maar ik zie veel schijn-heiligheid ook bij mezelf. (menu : ‘aan mezelf……’). Mijn diepgelovige kerkgaande grootmoeder kon met tranen in haar ogen betogen dat ze aan niets zo’n hekel had als aan liegen hoewel ik haar vrijwel dagelijks betrapte op complexen van leugens en verdraaiingen in gesprekken met buren en anderen. Toen al kreeg ik een praktikum ‘leugentjes om bestwil’. Oma ging zondags haar ‘dekking’ dan wel vergeving tanken in het gebazel van haar favoriete dominees. In ons zelfbeeld trappen we oneerlijkheid uit als een beginnend veenbrandje en ook dan weer verhindert die welgeplaatste Blinde Vlek van eerder het eigen demasqué. In een reflex wordt de eigen goedheid als rotsvast geponeerd. Kennistheoretisch is de dagelijkse mens een broddelaar en een oppportunist pur sang en maar al te graag valt men vermoeid neer op de ligstoel van het eigen gelijk. Voor Shakepearre, John Gleese en Molière is dit oud nieuws maar dat strekt de mens kennelijk veeleer tot lachen dan tot lering.
Religie. De mensheid staat schreinend alleen wat ook mijn persoonlijke zwamkampioenen Henk Binnendijk, F.H. Breukelmans, Henk Poot, taalgoochelaars van de bovenste plank, beweren en bezweren. Ik zoek ze online wel eens op, deze whistlers in the dark en onderga hun lezingen dan als griezelfilms van verbaliteit en dat bezorgt me waarlijk kippevel. Wat een ander bij een horror-film beleeft, tank ik bij deze kletskousen, indrukwekkend ! Parlevinkers met hun ruim vol fabels en taalacrobatiek. Behalve het placebo-effect van het aangehangen denkbeeld is er door de granieten stelligheid in de betogen meer mist dan heil te bespeuren maar opnieuw biedt ‘s-mensens Blinde Vlek haar heilzame werking: waar is wat je gelooft, je geloof komt voort uit je wil, je hoop en wordt begrensd door wat je ten hoogste kunt bevatten. Waarnemen als perceptionele activiteit. Kopfkino. Evenals met canons en propaganda maken we een denkbeeld even moeiteloos als onbewust “waar”. De stap van inbeeld naar denkbeeld kost ons geen enkele moeite en de beloning is enorm. “The eye of the beholder” komt ons overal tegemoet. Wat je ziet is hoe je kijkt. Toen Mozes de berg afkwam met z’n stenen tafelen wist hij dat als geen ander. Hij had de ‘heilige wil’ onder de arm en ja, de naleving ervan bracht sturing, redding en ander heil. En dat is de legitimatie. Religies en hun gebouwen functioneren zo als tankstations voor zingeving en geruststelling en je kunt tanken bij Allah, bij Jahweh, Boedha en al die anderen. En als de geboden niet langer bevallen, kunnen ze straffeloos aan de kant, met god en al. Het betreft slechts in-beelden. Het heilige aspect van religie hoort immers thuis in de Efteling of een ander sprookjesbos. Het is koud vuur. De oorsprong is bijzaak. Het gaat in religie, zo werd mij ooit geleerd, om geloven/ aanvaarden “als een kind”. Min of meer klakkeloos dus. Om daarna als beloning gerustgesteld voort te kunnen leven. Verleidelijk en gemakkelijk daaraan is dat je meedraait in een enorm instituut, gedragen door traditie, verhalen, relikwiën, liturgie, exegese, historie van het geloofde, van vervolging, lijden en breede gedragen stelligheid. Men stapt in een rijdende trein en kan “de conducteur” om informatie over alle levenskwesties vragen waartegenover ik in mijn eentje op de tast mijn weg, mijn houvast moet zoeken in deze van zichzelf niks zeggende existentie. En wie toetreedt tot een kerk, krijgt een grote vriendenkring als welkomstgeschenk. Bij de Jehova’s neemt dit waarlijk aandoenlijke vormen aan. Daar gebruikt men veel van dezelfde technieken als gouden cirkels zoals Titan dat was. Propaganda op z’n brutaalst; sturend op connotaties in ons sensorium. Keurig gekleed, preluderend op komend succes en beloning, komt men bij elkaar en zingt elkander de hemel in. Nijenrodiaanse stompzinnigheid als praktikum: “succes is een keuze”. Tenenkrommend maar wat geeft het zolang het velen zichtbaar rust geeft ? Ieder z’n totempaal.
Gêne of angst voor de leegte van de dozen, voor de loze afkomst van religies wordt overstemd met een verbetenheid die te denken geeft en hetzelfde geldt voor de zalvende stelligheid van de hiervoor genoemde zwamkampioenen. De razernij van jihadisten en kettervervolgers in het algemeen is van eenzelfde oorsprong als de meeste doorgaans mannelijke woede en komt volgens mij rechtstreeks voort uit angst. Men overschreeuwt en overspeelt de eigen wankelmoed. En als ik dezer dagen beelden zie van bebaarde mannen in abaya’s met woedende blik en opengesperde monden die verblind de dood van deze of gene die hun Mohammed beledigde eisen, dan zie ik in de eerste plaats angst. Of denk aan die wiebelende orthodoxen bij de klaagmuur die niets uitvoeren behalve kinderen verwekken en schommelend bij de klaagmuur staan, oh zo zeker van hun zaak. Ronduit vermakelijk. Veel mannen, ook de seculieren, vallen in essentie samen met die pose. Wapperen met teksten, wijzen op voorgangers, bereidheid te sterven als bewijs van de juistheid van hun waan, de toewijding aan kerk- en tempelbouw, de wereld van het martelaarschap. Rituelen moeten dan illusies ‘hard en waar’ maken. Voor alle religies, moraal, modes en kunsten geldt in de grondslag ‘volgen zonder vragen’. Een geloofsspel van voorgangers en volgelingen. Als een onderdeel van ‘men’s search for meaning’. De aanleiding is dada. Vergeet waarom je er ooit aan begon, geloof als een kind temidden van geloofsgenoten, je gratis vriendenkring inclusief de scapegoats, de ketters van wie je je zo pront weet te onderscheiden. Jij doet het goede. Jij bent binnen als in een mentale compound. “Blijf van mijn zingeving af !!! het is al wat ik heb !!!” lees ik in die ogen en die wijd geopende mannenmuilen. En dat levert de rigide standpunten van religieuzen op zoals die ten aanzien van euthanasie, geboortebeperking, neonatologie, gebruik van antibiotica en inentingen, homofilie en genderkwesties, geloofsplicht en de eindeloze koppeling van voorschriften voor praktische zaken die alle godgegeven zouden zijn. Religie als verpakking van een (meestal mannelijke) wil. Dat ging voor al goed in de tijd dat de meeste mensen analfabeet waren en de schriftgeleerden hen wijs konden maken wat geschreven stond. De paus is aldus de Yves Saint Laurent van veel van het morele voor zo’n 1,4 miljard mensen die hun diepste ‘denken’ aan hem over laten en wier liturgie primair in zaligmakende volgzaamheid bestaat.
Kunst. In het domein van kunst (niet de ambachten) is de meest losgezongen vorm van branding te vinden. Daar wordt veelvuldig de dwaasheid gekroond en vooral de tomeloos rijken kunnen er niet genoeg van krijgen. Damien Hirst is daarvan inmiddels het toonbeeld. Ook hier huist de kwaliteit, de verdienste niet in kunde of de edele afkomst van het werk maar in de uitwerking op het publiek. Die herkomst is van geen belang, wat de kunstenaar er ook over vertelt, suggereert of zichzelf wijs maakt. Op kunstopleidingen zag ik meermaals dat het framen, de woordenwolk, de kletskoekfabriek, de presentatie en framing meer aandacht krijgt dan het materiaal. Waarna de publieke reflectie zich openbaart in een amalgaam van zucht naar zingeving, verbinding, uitzondelijkheid en andere vooral sociale aberraties zoals stratificatie. Wie verschaft onze wanen richting ? Welke paus, kunstenaar of nieuwe Karl Lagerfeld wijst ons de weg ? Het maakt niet uit waarheen. En, erger nog, in slechts decennia verloopt dat alles soms nog cyclisch ook. Dan is het opdiepen uit het verleden voldoende ‘richting voor de heersende waan’. Vooruitgang is zo evenzeer ondenkbaar als onnodig en mogelijk is juist dát de belangrijkste les van abstracte kunst: Dada is all there is. Zelfs leegte, blakte is te beleven te bevragen door bijvoorbeeld 4 min stilte, lege doeken of lege expositiezalen. Zolang het maar schaars is en blijft en het als delicaat beleefd wordt. De betekenis komt pas met de acceptatie.
Mode. Ook hier is de oorsprong loos. De zieners, voor-lopers tappen uit willekeurige vaten. Hun wichelroede is leuk maar nep. Presentatie is vervolgens alles. Toonaangevers, modehuizen hebben alle ruimte om welke richting dan ook in te slaan zolang het maar pakt en zodra de volgers volgen zijn allen tevreden en kan de ‘incrowd’ het nieuwste verzinsel op het schild hijsen ; alles selffullfilling maar daar komt de Blinde Vlek weer tevoorschijn; niemand die het ziet. Het ‘whistling in the dark’ door de grote namen verschijnt als delicate openbaring die dankbaar wordt aangegrepen: uit koffiedik stijgt witte rook op !! Het is allemaal zo plat als een dubbeltje maar wat geeft het ? Het houdt de boel al eeuwen gaande. Iconen als Nan Kempner en Liliane Bettencourt zijn hiervan rake illustraties: bekendheid doordat ze bekend zijn. Als bij acclamatie aangenomen. Alles slechts zichtbaar voor ‘kenners’, voor hen die snakken naar behoren tot een incrowd. Jagend op richting, op iets iconisch, op nieuwe, verse juistheid, houvast zoekend in persoonlijkheidsstijlen. Om zich te onderscheiden maar evenzeer om zich te verbinden met geestverwanten. Lieden die zogezegd het goede leven leven. Damien Hirst lacht zich rot om hen. Lijkt mij.
Je verschijning, je look is als eerste klap een daalder waard doordat beeldtaal met grote invasieve kracht ons besef binnenvalt en dat vormt, alles vele malen overrompelender dan woorden vermogen. Met een uiterlijk kiezen we wie we ‘zijn’ althans hoe derden ons zien en het type dat men lijkt als gegeven aanvaarden. Dát is die eerste klap: “one picture tells a thousand stories”. En ook is binnen een mode- of designstroming juist het geloof dat het beslist zus en zó moet cruciaal. Zó en niet anders. De zelfbenoemde kenners menen dat zij ‘weten wat er speelt’ en als geen ander de exclusieve inhoud kunnen herkennen van ‘het nieuwe’. Ze vinden er een thuis in kleuren, vormen en een wereld aan subtiliteiten, uitgesponnen in look en make-up van velerlei aard. Kies wie je wilt lijken, wilt zijn. Ook hier ondersteuning van de geloofwaardigheid vanuit fysieke objecten om een en ander waar te maken net als de “Menora’s, khamsa’s, tingsha’s, swastika’s, tesla’s…….” van hierboven. Uiterlijk komt immers éérst: “Express yourself, become your look”. Jij weet wat je wilt ook al heeft de modekoning zijn keuzes die jou tot wet strekken met gesloten ogen gemaakt. Telkens voor dat moment. Zoals Damien Hirst naar mijn indruk een fles wijn of wie weet wat naar binnen kiept om nadien zijn gammele oprispingen zelfverzekerd te presenteren. Zo richt men totempalen op sinds mensenheugenis met of zonder voorganger. Of zoals Mozes met z’n stenen tafelen of Viktor en Rolf met hun nieuwste zwierigheden. Allen gedragen door lieden die houvast, inbedding zoeken al is het maar voor even.
Recht. En ook het recht ademt gedwee mee met de be-doeling, niet anders de moraal. Opportuun of niet. Een revolutie die slaagt is wettig. Ook in het recht stamt niets af van hogerop, van edeler besef of hoge moraliteit. De uitwerking is de legitimering en er is geen hogerhand. Alles even neutraal en zonder transcendente lading als verkeersregels. Voorschriften verdienen navolging omdat ze functioneren, ordenen en niet omdat Boedha, Aristoteteles of iemands lieve Heer er een plasje over heeft gedaan ook al gaat de boodschap er dan gemakkelijker in bij de justitiabelen. Het goddelijke luchtje is er aan toegevoegd om de trek in naleving te bevorderen.
De disciplinerende werking van ‘moraal’ of ‘recht’ bestaat naast het nuchtere inzicht dat regels zinnig zijn veelal in de angst om bij ontdekking buitengesloten te worden na eerst nog letterlijk of figuurlijk aan schandpaal of in schavot te kijk te hebben gestaan. Net als ooit in de speeltuin is de hang naar normaal zijn en niet opvallen groot.Tegelijk staat het ieder vrij er iets hogers bij te verzinnen maar wetgever en werkelijkheid gaan daar niet in mee. Hoop ik. Scheiding van kerk en staat vormt een groot goed maar bij-geloven mag. Ieder houdt zichzelf dan bij de les aan de hand van eigen sprookjes en het maakt voor de uitkomst geen verschil of de “ingebouwde politie-agent” een blauw uniform, een kazuifel, een toga, een djellaba of een spijkerpak draagt zolang ordenende gehoorzaamheid het gevolg is en er zodoende meer haringen in de ton passen.
En laat ons niet klagen over inefficiëntie van bureaucratie zoals populisten dat al te graag doen. Polderen, traag en vaag, meer nog slikken dan iets bereiken, is hoe we betalen voor vrede voor allen en dat alleen al is de moeite waard omdat oorlog het einde van alles voor vrijwel iedereen is. Democratisch vergaarde regels zijn niet de efficiënste maar de redelijkste en dat moet de doorslag geven. Ze brengen niet de hemel maar besparen ons de hel, zo wordt gezegd. Die inefficiëntie versplintert en passant ook de macht die daardoor niet in handen van één of enkelen kan komen. Deze grote verdienste wordt slechts zelden gezien of benoemd. Een goed land wordt bestuurd door regels en niet door mensen want de gedroomde verlichte despoot rijdt uiteindelijk vrijwel zonder uitzondering op de lange duur een scheve schaats.
Lastig blijft dat verkiezingen het domein zijn waar de rechter hersenhelft het speelveld verregaand bepaalt en domineert waarna de verkozenen in coalities geduldig delibererend zijn aangewezen op hetgeen waartoe de linker hersenhelft hen in staat stelt. Het ligt welhaast voor de hand dat zodoende al te veel praatjesmakers roergangers worden en zalig degenen dien hierin een evenwicht weten te hanteren. De carnavaleske kanten van verkiezingen verdringen al te gemakkelijk het komende tandenknarsen bij bestuurstaken en ik begrijp dan ook nauwelijks de uitzinnige vreugde van verkiezingoverwinnaars omdat men daarmee de weg inslaat naar grotendeels “leuke hondenbanen” zoals iemand dat ooit noemde. Een land indirect besturen door middel van regels is geen pretje temeer niet doordat de nieuw aangetredenen plaats nemen achter het dashboard van een ‘rijdende trein’. Ik ben telkens weer opgelucht dat ik er niet voor word gevraagd en dat er lieden zijn die dat werk op zich nemen ook al vind ik hun gretigheid moeilijk te bevatten.
Bij uitstek in het strafrecht zou moraal de leidraad zijn. De neerslag van wat als goed en wat als kwaad geldt, ethiek in uitvoering waar “innerlijk moreel besef” toepassing vindt. Maar meer dan “fluisteren in het donker” kan dit niet worden. Praten over gerechtigheid wordt dan als putten uit lege dozen door zieners zonder zicht zoals tekenen zoeken in een wolkenpatroon, koffiedik of willekeurig gevallen speelkaarten. Maar het anker van gerechtigheid komt niet van buiten of boven ons, als van een absolutum, is niet te lezen in tarot-kaarten, ayahuasca-sessies of winti -rituelen. Laat ons regendansen omdat dansen fijn is en ons voor even de droogte doet vergeten, maar niet om regen uit te lokken. Laat ons geloven in een god maar met een knipoog, zingen en springen voor Allah en Jezus maar als mythe, als Canterbury-Tales. Laten we recht doen waar nodig maar omwille van een redelijke orde en niet omdat een hoge moraal dat vergt. Met zo een piepkleine tournure wordt de mens de ideale ‘kabouter’ maar Jezus Mina wat zijn we er ver van verwijderd.
Gerechtigheid in de praktijk is een saai, taai bureaucratisch produkt, gammel, aanvechtbaar, kostbaar, kwetsbaar maar is de beste machtsvrije distributeur van kansen en middelen over ieder van ons. Gerechtigheid ontleent legitimiteit aan haar effect niet anders dan verkeersregels. Ten behoeve van allen, niemand uitgezonderd, inclusie is nood- en hoofdzaak. Schulddenken zoals de mens maar al te graag doet is metafysica, is voodoo, winti, religie, windhandel. Schuld is al te gauw opmaat naar vijanddenken hetgeen onszelf zo prettig schoon wast. Poena mag over schade gaan, niet over schuld als morele categorie, drijvend in ongezien bijgeloof waarin al te vaak het eigen comfort is bijgemixt. Moraal is niks transcendents maar wordt gedragen en gelegitimeerd door haar effect.
Geld. iet opgelegdBegint geld niet evengoed als lege doos nu de mens zich vrijwel geheel blijkt te bedienen van zo genaamd negatief geld ? Waarde die pas ontstaat door schuldschepping, door het aanlijnen van een debiteur, een schuldenaar, iemand die een deel van toekomst verpatst. Intrinsieke waarde heeft geld niet meer sinds edelmetaal er uit verdween en de goudstandaard werd losgelaten ook al kun je doorvragend de absolute waarde van goud evenzeer betwijfelen maar het wordt niet negatief en mesmeriseert de mens al millennia. Geld als schuld is vertrouwen op terugbetaling in de toekomst, een gok kortom. Een psychologische entiteit. Alles nauwelijks verschillend van lichtzinnige gouden cirkels zoals ooit Titan. Geld heeft daarmee net zo min een solide afkomst als mode, religie, moraal en de disciplines die ik verder in dit stukje noem.Het is een volatiele tussenstap in de uitruil van goederen en diensten, een eigenschap die door “bedieningsknoppen” als inflatie, rente, kredietconcepten een dashboard heeft verschaft aan banken, verzekeringen en andere ‘financials’. Deze konden ontstaan door een ontketende toepassing van burgerlijk recht zoials ik dat in ‘ Het Neofeodaal’ (menu) betoog. En passant werd geld almaar virtueler, immaterieler, digitaler. Geld is aldus niet anders dan beursaandelen, geloof in waarde en hangt af van vertrouwen in de toekomst van de debiteuren. Financiële instituten ooit bedoeld als faciliteit ten dienste van burgers zijn gaandeweg door lobbyen en ander manipuleren op alle niveau’s geëvolueerd tot wereldwijde verdien- en beheers-machines op een schaal die de echte economie doet verbleken. De oorspronkelijk economie, gebaseerd op oersimpel huis-houden, is bijzaak geworden en daar zijn miljarden onvrije burgers gemarginaliseerd en geketend door gekaapt burgerlijk recht. Ik verwijs naar de Parade van Pen inmiddels 55 jaar our maar gloeiend actueel. De hordes, het merendeel van samenlevingen die 40 jaar lang schulden afbetalen, in files staan, aanslagen voldoen, alom bestookt worden met reclame en politieke spin, die afgevaardigden kiezen die vervolgens zonder gêne in schaamteloze symbiose met lobbyisten samenleven, dineren en vakanties vieren; de hordes die geketend door algemene voorwaarden nog slechts fopzeggenschap hebben. Zij zijn de nieuwe slaven van deze tijd. De overmacht, de undue influence van lobbyisten geldt domweg als onvermijdelijk en geaccepteerd door afgevaardigden waartegenover ik moord en brand schreeuw en voorstel lobbyen tot strafbaar feit te benoemen.
Propaganda. Een canon is met wat goede wil te beschouwen als een zachtaardige, redelijke en zinnige vorm van propaganda. Een gedeelde, verbindende perceptie, gesteund door wat verhalen en symbolen. Niet opgelegd maar gaandeweg gegroeid en bottom-up gedragen. De bespeelt evengoed emoties en heeft in de verte toch ook gehoorzaamheid maar dan door verbinding en aanvaarding tot doel. In traditionele samenlevingen verloopt dat als vanzelf maar daarvan hebben we er wereldwijd almaar minder. De mensheid blijft zich blenden hoe fervent ook nationalisten zich vastklampen aan de schijnbare nestwarmte van een of andere identitair domein. Het beeld van een samenleving als los zand, puur rationeel en zonder inbedding zoals dat in steden voor komt, beklijft niet bij mensen en leiders en hun spindoctors dicteren dan een pakkend narratief. Doorgaans kent zulke propaganda een agressieve en aanmatigende stijl en is volgzaamheid naast zelfverheffing van de leiders het doel. Religieuze sentimenten zijn er ook goed in te verweven. De blinde meegaandheid van de gelovige doet heersers watertanden en zij rijden daar wat graag op mee. De uitkomst is een stoer narratief vol beelden, banieren, teksten, kleuren en een opgelegde canon voor machtsvorming rond een persoon of structuur. Ik wees al eens op Mozes met z’n kunstje met de stenen tafelen. Dat was nog een trucje om bestwil zoals het verhaal luidt. Propaganda te goeder trouw is niet ondenkbaar. Heldere herkenbare verhalen hebben een ‘kampvuurwerking’ en ze vermogen de mens gerust te stellen zo weet ieder al sinds de kleuterschool.
Maar veel vaker dient propaganda platte machtsvorming door het scheppen van verzonnen vijanden en het emotioneren en simplificeren van wat er speelt. Men klaagt de bureaucratie aan om haar inefficiëntie en belooft “het moeras droog te leggen”; zie daar het verdienmodel van nationalisten en populisten wereldwijd en die Robin Hood-attitude betaalt uit. Intussen is dergelijke branding weinig anders dan het sleutelen aan de perceptie van mensen tot eigen gewin. Als een onderhuidse hypnose. Maar ook zijn veel mensen wel erg gemakkelijk te verleiden tot schijncomfort binnen handbereik met voorbijgaan aan de eigen belangen zoals op straat te zien is aan wie wel en niet obees is, wie wel en niet veel rookt bij voorbeeld. Heersers weten die knoppen al sinds millennia te vinden. Flapuit Winston Churchill zei ” de beste remedie tegen democratie is een gesprek van 5 minuten met de gemiddelde kiezer”.
Het lijkt er voorts op dat intelligentie diepgaand verknoopt is met taalbeheersing waardoor de minder bedeelden op achterstand staan in hun zicht op macht en hun begrip voor representatie in het talige gebouw dat democratie heet. Dit geldt in het groot (samenleving) en in het klein (conversaties) en als die ‘minderen’ in het complexe talige domein van staatsrecht en parlementaire processen de weg kwijt raken, is met plat populisme hun woede snel gekanaliseerd en omgezet in electorale winst. Propaganda maait die taal-achterstand weg met pakkende symbolen en beeldtaal die het adressaat een eigen stem en uitzicht op redding lijken te geven. Intussen blijft het een makke dat verkiezingen winnen volstrekt andere vaardigheden vraagt en beloont dan het daaropvolgende besturen in een democratische bureaucratische setting. Ik verwees al vaker naar Edward Bernays en zijn invloed in het Amerika van een eeuw geleden. Propaganda als permanente verkiezingsrally gaat voorbij aan argumentatie en legt zichzelf op overrompelende wijze op aan het gehoor. Het gaat ‘er in’ als god’s woord in een ouderling. De overrompeling lijkt op de werking van geur. 95% van onze emotiegestuurde beslissingen wordt beïnvloed door onbewuste waarnemingen en wie niet alert blijft zal gedwee en willoos de aangegeven weg inslaan. De sluipwegen naar ons limbisch systeem worden aangewend om de mens ‘op afstand bestuurbaar’ te maken. Zo wordt duidelijk dat de democratische, bureaucratische werkelijkheid van neutraliteit, redelijkheid, coalities en compromissen altijd te vrezen zal hebben van die overrompelende kracht van verhalen en beeldtaal. Het maakt de weg vrij voor hitsers.
Democratie met haar uitvoeringsorgaan ‘bureaucratie’ is eenvoudig te bespotten om haar stroperige inefficiëntie. Het delibereren en binnen halen van splintertjes resultaat betekent al te vaak een oefening in afhankelijkheid en omgaan met teleurstelling, meer water dan wijn. Dat is ‘moeilijk thuiskomen’ voor politici wier electoraat in aanleg emotie-gestuurd en op zelfbevestiging gericht is. De eerste aanbeveling uit mediation luidende dat je maar beter hecht aan je belang dan aan je standpunt is in het democratisch proces onafgebroken staande praktijk maar al te veel kiesgerechtigden weten het eigen eerstepersoonsperspectief niet te overstijgen en zien niet in dat in democratische processen in de eerste plaats ontevredenheid zo redelijk mogelijk wordt verdeeld en dat tegenover al die vertragende vaagheid een grote verdienste van dat stelsel is te vinden in de versplintering van macht. Niemand heeft dan persoonlijke macht. Grote delen van het democratisch proces zouden overigens heel goed functioneren als softwareprogramma zoals dat in Estland ten uitvoer wordt gebracht maar de laatste decennia is herhaaldelijk duidelijk geworden dat onze overheid en software-firma’s uiterst ongelukkige projecten zijn aangegaan. Ongelukkig voor de burger en belastingbetaler en lucratief voor de ondernemers alles vergelijkbaar met de houdgreep van weg- en waterbouwfirma’s op die zelfde overheid maar dit betreft één van mijn andere klaagzangen.
Een pijnlijk groot deel van de kiesgerechtigden staat bovendien open voor propaganda-technieken en wervingsmethoden uit de communicatietechniek waar men op emoties wordt aangesproken alsof het om het Grand Gala du Disque gaat en de invloed van Big Data kent inmiddels geen grenzen. De bespeelbaarheid van ‘de massa’ in de Nederlandse politiek is dezer dagen voelbaar. Gevestigde politieke partijen hebben geen antwoord op de woeste effectiviteit van propaganda en neo-epiek door mediaclowns en rattenvangers die dezer dagen met hun simplisme parlementen gijzelen. Het sjamanisme van influencers slaat alom toe. En dat zelfs in Skandinavie waar gewoonlijk nuchterheid troef is en bureaucratie verregaand aanvaard wordt. Populisten overschrijven de prudentie die democratie van ieder vergt met simplisme en verhalen vol vlaggen en mal epos, met kleurrijk maar simpel engagement rondom een vastberaden leider. Wereldwijd zijn genadeloze adviesbureaus werkzaam die de inzichten van Machiavelli en Mussolini onder de tafel uitventen. Inmiddels is op vele plekken op de wereld al het waardevols van de deliberatieve democratie in gevaar. Te zien is hoe verdeeldheid in grote en kleine samenlevingen topdown vanuit de politiek neerdaalt en hoe antagonie wordt gecultiveerd en in persoonsgebonden macht wordt omgezet. Hier en daar is macht weer overerfbaar gemaakt. Primitief en simplistisch vijanddenken daalt van bovenaf neer in samenlevingen om zo, appelerend aan ons reptielenbrein de wereld terug te voeren in het duister van de Middeleeuwen. Wat men de Taliban verwijt is bij populisten ongegeneerd modus operandi; men gooit de kiezer een handje zand in de ogen en zegt : “kijk dan !!!!!!”.
Slot. Ik betoog hier dat er geen prealabele, diep-zinnige, absoluut-achtige grondslag is voor recht, moraal, mode zo min als voor religie, kunst of geld. Niets daarvan is van edele, transcendente, boven- of buitenmenselijke oorsprong. Die fenomenen ontberen een alles verdringende waarde hoewel dat al te vaak maar impliciet als hun verdienste, hun verheffende en legitimerende kracht wordt gezien. Nee, zeg ik, die betekenis, de waarde, het nut en de substantie van die fenomenen ontstaat pas door en in het gebruik en het zelfvervullend effect dat daar op volgt. De verdiensten en de ordening die daaruit voortkomen vormen hun dragende autoriteit die er aan ontvalt zodra de genoemde uitwerking stopt. Het gaat om erkenning, toekenning. Het zijn slechts stukken uit de gereedschapskist van het samenleven en het vereist onderhoud evenzeer als kritische beschouwing en zonodig aanpassing. In “Neofeodaal…” betoog ik iets gelijkluidends jegens het burgerlijk recht en -wetboek nu ik daar de bron van gevaarlijke ongelijkheid tussen mensen zie maar dit terzijde. Er is verder niets of niemand die op ons let of om ons geeft. Dat “God verdween uit Jorwerd” gaat goed samen met hetgeen ik hier belicht ook al verdwenen en passant ook gewaardeerde gevolgen zoals ordening en thuisgevoel. De truc lijkt om die god-illusie te vervangen door iets minder onzinnigs maar dat is niet gemakkelijk. De mens lijkt liefst te buigen voor dingen met een aureool. Het gouden kalf revisited. De totempaal herontdekt. De toekenning van zulk gezag heeft de mens in eigen hand maar dat wil die liever niet inzien want men wil buigen voor iets groters, iets hogers, iets wat stiekem ook verantwoordelijkheid weg neemt en dat liefst ook overheerst. Maar wat als er niets anders is dan verzinsels ? Wat je ziet is immers hoe je kijkt. Er moet toch wat mogelijk zijn als we de Blinde Vlek en de kennelijke gods-zucht fijntjes weten te combineren en desnoods voor de sceptici als sluitpost de eerder genoemde knipoog in weten te zetten? Elders in de mensenwereld lukt iets dergelijks betrekkelijk moeiteloos. Dat geldt voor de malle maaksels van Damien Hirst niet minder dan (dezer dagen) voor de smalle pijpen en de lage broeken van Viktor en Rolf. Aandelen en ons geld hebben diezelfde loze eigenschap die afhankelijk is van de thermiek van aanvaarding en vertrouwen. Moraal, religie, democratie komen evenmin uit de hemel maar zij kunnen er door hun ordenend effect aan bijdragen het leven voor ieder te structureren en leefbaar te maken. Het zijn stuk voor stuk tooltjes waarvan de legitimiteit in de sociale functie besloten ligt. Functies waar kritisch naar gekeken mag worden en waaraan gesleuteld kan worden naarmate de mensheid daarmee gediend is. Maar initieel is er geen te respecteren absolute waarde. Niets ervan is godgegeven. Heiligverklaring ervan is cabaret of voor wie liever buiten speelt, pretpark. Het is allemaal niet minder plat dan goed gereedschap en de werking is niets sacraler dan die van een zelfvervullende voorspelling. Ook moraal als ‘religie-light’ wordt ten hoogste gered door placebo-effect. Hopium doet leven maar ironie lijkt de keerzijde van dezelfde medaille. Verder dan opportunisme komt de mens niet. De erkenning daarvan kan bevrijding brengen. Werkelijkheid is evenals wiskunde mensgebonden ofwel een sigaar uit eigen doos.
Mailly le Camp, 14 februari 2019, Dreischor januari 2026