Over de loze oorsprong van mode, kunst, religie, propaganda, de canon, geld/waarde, recht en moraal. Een anamnese van geweten.
Intro. Mode, moraal, kunst, religie, geld, recht, een canon, propaganda en evenzeer politiek vormen indringende facetten van het mens- en mensheid-zijn. Die fenomenen vermogen te vervullen en te verbinden maar kunnen evengoed virulente tegenstellingen in het menselijk domein teweeg brengen. Ik maak hierna aannemelijk dat de bekenning tot richtingen binnen die fenomenen vrijwillig en willekeurig tot stand komt hoewel betrokkenen zich juist verbeten en onvoorwaardelijk aan hun standpunt vastklampen. Zij hebben niet gekozen. Dat standpunt is hun inborst, hun oer-ik. Er was niets te kiezen. Die verbetenheid, de greep naar hun edele zelf, wordt nog massiever naarmate de onverplichtheid van het aangehangene evidenter is. Dominee-praat staat er bol van. Hoe de mens zichzelf iets wijs maakt, zich iets inprent door de onbetwijfelbaarheid van hun standpunt als horizon achter iedere zin die men spreekt te suggereren. Het zijn ware workshops toneelspel en voor mij gelden ze als puur en intens vermaak. Frans Breukelmans, Henk Poot, Henk Binnendijk op Youtube, ze fascineren me eindeloos als taalgoochelaars zoals ook in partijpolitiek de willekeur verbeten uit de in feite vrijblijvende voorkeuren gestampt wordt alsof denkbeelden gelijk bloedgroepen zijn. Intussen zie ik niets anders dan staaltjes zelfbegoocheling waarmee de mens zichzelf al milennia in een of ander gareel houdt en inderdaad is alles beter dan chaos en anomie. Ik zou met al die stelligheid dan ook geen moeite hebben wanneer dan maar telkens tussendoor wordt gezongen “it ain’t necessarily so”. Af en toe een knipoog. Zelfrelativering en luchtigheid zijn in deze domeinen echter schaars om niet te zeggen nadrukkelijk afwezig. Hoe wankeler het aangehangene, hoe verbetener men zijn belijdenis ten beste geeft. Maar niets van al dat geloven heeft een absolute of gouden standaard en komt kennisheoretisch nooit verder dan consensus tussen de belanghebbenden. Allemaal niks hoger of nobeler dan het lidmaatschap van de 2CV-club of deelname aan filatelie. Rituelen hebben die zelfbevestigende, concretiserende functie bij uitstek. Potsierlijke handelingen, regendansen, kaarsen branden, dierbaars offeren, wierook doet het vaak goed, zie al die orthodoxen eens verbeten dwalen. Alles dezelfde soort kwats. Die vermeende ankergronden zijn voos, loos, willekeurig cq zonder intrinsieke waarde en zijn geheel afhankelijk van aanhang en aanvaarding door het adressaat waardoor ze in het beste geval schinbaar zelfvervullend kunnen worden. Zoals het placebo-effect de homeopathie redt, althans de hand reikt. Het konijn in de hoed heeft men er zelf ingestopt en de mens lijkt bij uitstek in staat om dat ook tegenover zichzelf onder het tapijt te houden en in extase te geraken bij het verschijnen van het konijn. De mens opgejaagd door de angst voor een woeste en ledige aarde, die van “den Beginne” maakt zichzelf iets leefbaars wijs. Allemaal goed maar ik wens niet uit het oog te verliezen dat het allemaal kul is. De colleges van Frits Frenkel rond 1980 in Rotterdam hebben mij een gezonde scepsis bijgebracht.
Uiteindelijk lijkt bovenal van belang dat men iéts aanhangt omdat in de rechtstreeks waargenomen werkelijkheid geen enkele richting of bedoeling te ontwaren valt. Ik was dan ook aangenaam getroffen door de titel van een boekje van charlatan-advocaat Doedens: “De waarheid bestaat niet dus zoek iets dat er op lijkt” hetgeen aanschurkt tegen het adagium van mijn websiteje: “zonder waan geen zinnigheid”, een perspectief dat overigens evengoed bevrijdend als beklemmend kan werken. Onmiskenbaar is het beter iets geruststellends voor waar houden dan als hert in de koplampen van de chaos te blijven staren. Uiteindelijk redt de mens zich dankzij Kopfkino, diens hoogst persoonlijke wis(h)kunde. Iets anders is er niet. Welkom in de wereld van het verzonnen houvast. “Hopium” is het laatste nieuwe woord dat ik onlangs in dit verband tegen kwam.
Houvast, geruststelling, een gevoel van ordening ook al is het maar voor even is, naast voedsel en beschutting, een allereerste levensbehoefte. Precies zoals we kinderen die jammerend en overstuur thuiskomen, eerst maar eens met warmte en respect tot bedaren brengen om ze pas later te vertellen wat ze beter anders hadden kunnen doen. Eerst maar weer rustig adem halen. Daarbij zijn sprookjes, snoepjes of een aai over de bol de kortste weg naar rust in de tent. Het heelal, de concrete werkelijkheid heeft de mens op dat punt niet direct veel te bieden. Goeroes en hun godheden, priesters, modekoningen, staatshoofden, kunstenaars, waardemeters zoals “Wall Street”, allen zijn niets zonder aanvaarding en aanvaarding volgt pas als blijkt dat het gebodene zijn werk doet maar meer dan self-fullfilling wordt het niet. De mens behoeft rust en beschutting tegen de existentiële tocht zodat men aansluitend het eerstepersoons dagelijks leventje weer ter hand kan nemen.
Nader beschouwd blijkt ook oprechtheid en het morele kompas weinig meer te zijn dan de uitwerking van welbegrepen eigenbelang en dat is goed verenigbaar het gebod tot naastenliefde nu dat volgens mij niet primair tot opofferen oproept maar benadrukt dat goed zijn voor de ander in de eerste plaats voor jouzelf het allerbeste is. Naastenliefde als een rechtstreeks eigen belang en niet als een duister moraalgerelateerd altruïsme zoals de gangbare uitleg luidt. De beste dienst die je jezelf kunt bewijzen is goed zijn voor een ander. Dat geldt in het sociale domein zowel als in de economie waar ik dan betoog dat de allerbeste onderneming zodanig functioneert dat klanten graag betalen. We worden pas mens in relatie tot de anderen. Eén mens is geen mens. Wat anders had die Jezus, een veel geciteerde en aangeroepen moraalridder, kunnen bedoelen toen hij de tien geboden samenvatte ?
Menora’s, khamsa’s, tingsha’s, swastika’s, tesla’s, picasso’s, tattoo’s, harley’s, euro’s, karma’s, chakra’s, oscars, de stropdas, de hadj, onze driekleur, de Taj Mahal, Versailles, de Kumbh Mela, de Burj Khalifa, de shtreimel, het hoort allemaal op zijn best thuis in de Efteling. Van mij mág het allemaal hoog gehouden en nagelopen worden maar dan graag met een knipoog. Ieder z’n ‘reddingsvest’. De mens kan slecht zonder mythes maar we houden het luchtig. Ons bestaan is uiteindelijk nogal wat platter dan wijzelf lijken te willen en die wil, die hoop is weer de oorsprong van de zelfgesmede waarheid die we zo lachwekkend vastberaden voor objectief aanzien. Wij, zoogdieren met een enorm vermogen tot zelf-begoocheling.
En ik zie geen verschil tussen mode (fashion), kunst, moraal, recht, religie en zelfs geld als het gaat om de ankers, de grondslagen waaruit daar voor-schriften, normen en waarden voortkomen. Predicaties binnen die disciplines rusten op ‘gefluister in het duister’, hoe graag ook veel mensen menen dat daar solidere bronnen de regie voeren. Zoals een Nederlandse schrijver en velen met haar uit het niets betogen dat er hoge en lage kunst is. Shakespearre zou wel raad met hen weten. Helaas voor hen is er niets groters, goddelijkers, diepers of oorspronkelijkers aan te roepen dan het beredderen van het eigen hachje door een gezellig rad voor de eigen ogen te draaien. Zieners zoals priesters, voorgangers, modekoningen, wettenmakers, kunstenaars, goeroe’s, sjamanen, kruidendokters ze staren allemaal in hetzelfde niets, putten allen uit dezelfde leegte ondanks steunbewijs van relikwieën, relieken, vertellingen, totempalen, getuigenissen, openbaringen, prijsuitreikingen, variaties van zelfverminking, leerstoelen, imposante gebouwen en geschiedenissen tot vele duizenden jaren terug van bijbehorende instituten en zo voort. Het is niet meer dan geloof. De verdienste van preken, spreuken en voorschriften binnen de genoemde disciplines is op zijn best selffullfilling zoals het placebo-effect de werking van medicijnen daadwerkelijk ondersteunt en daarmee en passant de homeopathie haar belangrijkste reden van bestaan geeft. Dat gefluister verschaft een leuke opmaat voor onze waarneming maar laat toch duidelijk zijn dat het telkens om trucjes gaat, middelen die door niets anders dan hun effect kunnen worden gerechtvaardigd hoewel juist de toegedichte allesoverstijgende oorsprong het bijzondere gezag zou moeten verlenen. Dat effect is wat deze middelen legitimeert maar hun inhoud en de oorsprong van het aanvankelijke gefluister is loos, willekeur. Zie de mens blij en trots in zijn “nieuwe kleren”. Is er kennistheoretisch iets potsierlijkers en aandoenlijkers te verzinnen dan al die preken en rituelen vol vergeefse vastberadenheid? Maar ik wil het effect ervan van niemand afnemen. Het menselijk sensorium lijkt geknipt voor zulks zelfbedrog. Serendipiteit ten top. Wie durft te geloven met een knipoog ?
Karl Friston ziet de mens streven naar een minimum aan “Free Energy”; we willen zo min mogelijk verrast worden. We verzetten ons tegen verval en werdegang dat onvermijdelijk besloten ligt in de tweede wet van de thermodynamica: in een afgesloten systeem kan de wanorde alleen maar toenemen. Onze waarneming lijkt er in getraind (onze Blinde Vlek) dit niet te zien met miskenning van dat verval als het hoogst haalbare maar echte die-hards reiken moeiteloos naar eeuwigheid en universaliteit van hun oprispingen. In samenleving wordt dit begoocheling jammerlijk beloond met macht. Wie een aantrekkelijk sprookje voor houdt mag besturen. Ergens in dit mechaniek zie ik de mens en zijn zelfbegoocheling. Gissers, hopers zijn we. Verzinners van eigen existentiële reddingsvesten. Klimmers in zelfverzonnen bomen, romanciers after all. Gered door oogkleppen en een plaat voor de kop en alleen dát behoeven we maar in te zien en als refrein dagelijks te zingen. Welbeschouwd kan het niet mooier. Of sla ik nu door ? Worden we gered door selectieve blindheid ?
Er is niets zonder oorzaak maar veel zonder reden. Wen er maar aan. De mens intussen klampt zich vast aan aarding, aan verankering in de wereld, het heelal desnoods, amechtig op jacht naar een reden, de verantwoording, van diens bestaan maar ten hoogste wordt ooit iets oorzakelijks onthuld. We hebben weinig meer dan “Darwin” en de rest is gissen. De mensheid ontbeert een reden. De wetenschap verschaft ons wat inzichten en wat spulletjes om aan elkaar te verkopen maar de existentie wordt door haar niet verhelderd. Er is geen heilige graal anders dan in ons verlangen zoals de wiskunde zich binnen onze waarneming afspeelt en niet in het ons omgevende. In de grond van de zaak slaat ons bestaan nergens op en dat kun je naar believen als een bevrijding of als ontgoocheling ondergaan. In “pleidooi voor een roes” (menu) sta ik daar bij stil.
Moraal. Ook moraal met in het kielzog religie heeft niet meer dan een facilitaire, ordenende functie en wordt “domweg” en meestal stiekem bijgesteld als de uitkomst niet langer voldoet net als in mode, kunstopvattingen en rechtsregels. Een revolutie die slaagt is wettig. Moraal vormt zo de echo of de oerknal van cultuurverschillen. En betrekkelijkheid is troef. Goedgelovig als een kind, stervend voor verzinsels als god of vaderland pakt de mens de wapens maar weer eens op. Het eigen deugen vereist dan het niet deugen van de anderen. Het moet omdat het moet. Van god, sinterklaas, de sjamaan, who-ever, maar eigenlijk is ‘your guess as good as mine’. De uitkomst, het effect van moraal is daarmee weinig anders dan dat van verdovende middelen, bouwstenen voor een welgevallige waan. Als tatoeages voor de eigen feelgood. Moraal is dan nog steeds niet vòòr- of bóven-menselijk evenmin als religie waar zonneklaar is dat de mens zijn God naar het eigen evenbeeld heeft geschapen en niet andersom. De grondslag voor morele beschouwing is praktisch net als verkeersregels. Gelukkig ook verschijnen we rond het eind van het leven niet voor het aangezicht van een god of een andere morele boekhouder maar ten hoogste voor onszelf. Dat lijkt me ook al genoeg “opdracht”. En wees eerlijk, vrienden zijn toch vooral mensen die elkaar naar de mond praten met hun ‘moraal’ als vriendenlijm die weer uit naastenliefde ofwel eigen belang wordt gewonnen. Wat moet je zeggen als een innige vriend zijn diepste mening, kunstwerk, gedicht of wat ook aan je voor houdt en je rilt ervan ? Eerlijkheid is dan in niemands belang. Een woordenspel moet redding brengen en taal leent zich daar gelukkig wonderlijk goed voor. Voor mijzelf bleek het uiteindelijk de kunst te zijn om in vriendschap ‘op te gaan’ en de momenten waarop andermans opportunisme naar voren komt te slikken zoals ik dat vraag van ieder die z’n ‘tent uit komt’ en in groot of klein verband met anderen omgaat. Zelfbegoocheling als verschaffer van rust. Nuttige wanen. Moraal lijkt daarmee veeleer op verplaatsbare ankergrond. Daarmee kan geschoven worden naarmate het ons uitkomt. Onze weg van primaat naar dominant zoogdier was geplaveid met weinig anders dan opportunisme.
“Moreel kompas” suggereert analogie met een mens-overstijgend houvast zoals bij aardmagnetisme maar bij moraal komt slechts het konijn uit de hoed dat we er zelf instopten. Elders beschrijf ik dat als het vermengen van projecties en waar-neming bij het totstandkomen van onze denkbeelden. Maar als ‘de’ moraal niet voldoet is het een sta-in-de-weg en moet er aan gesleuteld worden net zo goed als aan wetten. Moraal moet de mens dienen door haar effect maar die mens wordt nu geacht zonder vragen te geloven dat het andersom is omdat het hier om iets hogers zou gaan: moraal blijft dan ieders nieuwe-kleren-maker. En opnieuw sust de mens zich in slaap dankzij de eerder genoemde Blinde Vlek. Moraal mag dan ongeschreven en dwingend boven ons hooveren, ik ontneem het hier het goddelijke aura. Die god zit in onze gereedschapskist niet anders dan onze Rembrandts, de sprookjes van Grimm, Viktor en Rolfs, Ai Weiweis, de mensenrechten of naastenliefde als welbegrepen eigenbelang. De eerste was een opmerkelijke vakman en die modemannen en de kunstenaar weten het juiste midden te vinden tussen overrompelende perceptiesturing en de behoeftes van publiek. Vaak is moraal ingebed in verhalen die door overlevering de ronde deden en door erkenning tot gelding kwamen zoals de Canterbury Tales en de Bijbelse verhalen naast allerlei be-lerende sprookjes en sages en spreekwoorden. Maar ik wil geen “gefluister in het duister”; ik doe het licht aan waarna het fluisteren verstomt, er niet blijkt te zijn. Zo vermoed ik. De Oudheid en Middeleeuwen zijn leuk om over te lezen maar ik wil er niet naar terug. Mensen gooiden toen de pispot leeg op straat om maar iets te noemen.
En waarom niet stelen, bedriegen, moorden ? Omdat we zo prangend graag en noodzakelijk eerlijk zijn ? Een schoon geweten willen en ons zo nodig willen onderscheiden van de andere zoogdieren ? We lijken vooral geremd te worden door de pak-kans. Ik herinner me strafrecht-statistieken die enorme ‘dark numbers’ toonden. Vrijwel alle crimineel gedrag blijft onopgemerkt en ongestraft. Maar de mens lijkt gedresseerd om bij de klanken en connotaties van ‘stelen, bedriegen, moorden, etc’ (klank neemt evenals geur op overrompelende wijze bezit van ons besef) daarvan direct en pertinent afstand te nemen immers wij, witte raven, vermoorde onschuld werpen dat alles ver van ons af: “ik distantiëer me….”, “ik herken mij daar niet in”. Ons sensorium springt ervan ‘in het gareel’. Liegen, bedriegen is wat anderen doen, is onze reflex maar ik zie veel schijn-heiligheid ook bij mezelf. (menu : ‘aan mezelf……’). Mijn diepgelovige kerkgaande grootmoeder kon met tranen in haar ogen betogen dat ze aan niets zo’n hekel had als aan liegen waarna ik haar vrijwel dagelijks betrapte op complexen van leugens en verdraaiingen in gesprekken met buren en anderen. Toen al kreeg ik een praktikum ‘leugentjes om bestwil’. Oma ging zondags haar gelijk tanken in het whistling in the dark van haar favoriete dominees. In ons zelfbeeld trappen we oneerlijkheid uit als een beginnend veenbrandje en ook hier verhindert die welgeplaatste Blinde Vlek van eerder het eigen demasqué. In een reflex wordt de eigen goedheid geponeerd. Kennistheoretisch is de dagelijkse mens een broddelaar en een oppportunist pur sang en maar al te graag valt die vermoeid neer op de ligstoel van het eigen gelijk. Voor Shakepearre, John Gleese en Molière is dit oud nieuws maar dat strekt de mens kennelijk veeleer tot lachen dan tot lering.
Religie. De mensheid staat schreinend alleen wat ook mijn persoonlijke zwamkampioenen Henk Binnendijk, F.H. Breukelmans, Henk Poot, taalgoochelaars van de bovenste plank, beweren. Ik zoek ze wel eens op, deze whistlers in the dark en onderga hun lezingen dan als griezelfilms; they make my flesh creep. Wat een ander bij een horror-film beleeft, tank ik bij deze kletskousen, indrukwekkend ! Behalve het placebo-effect van de aangehangen waan is er door alle meekomende stelligheid meer mist dan heil van te verwachten maar opnieuw biedt onze Blinde Vlek haar heilzame werking: waar is wat je gelooft, je geloof komt voort uit je wil, je hoop en wordt begrensd door wat je ten hoogste kunt bevatten. Waarnemen als perceptionele activiteit. Kopfkino. Evenals met canons en propaganda maken we een denkbeeld “waar” als denkbeeldhouwers. “The eye of the beholder” komt ons overal tegemoet. Wat je ziet is hoe je kijkt. Toen Mozes de berg afkwam met z’n stenen tafelen wist hij dat als geen ander. Hij had de ‘heilige wil’ onder de arm en ja, de naleving ervan bracht sturing, redding zelfs. En die sturing is de legitimatie. “es gibt nichts Praktischeres als ein gute Theorie”. Religies en hun gebouwen functioneren zo als tankstations voor zingeving en geruststelling en je kunt tanken bij Allah, bij Jahweh, Boedha en al die anderen. En als de geboden niet langer bevallen, kunnen ze straffeloos aan de kant, met god en al. Het religieuze, heilige deel van religie hoort immers thuis in de Efteling of een ander sprookjesbos. Het is koud vuur. De oorsprong is bijzaak. Het gaat in religie, zo werd mij ooit geleerd, om geloven/ aanvaarden “als een kind”. Min of meer klakkeloos dus. Om daarna als beloning gerustgesteld voort te kunnen leven. Verleidelijk en gemakkelijk daaraan is dat je meedraait in een enorm instituut, gedragen door traditie, verhalen, relikwiën, liturgie, exegese, historie van het geloofde, van vervolging, lijden en breede gedragen stelligheid. Men stapt in een rijdende trein en kan “de conducteur” om informatie over alle levenskwesties vragen waartegenover ik in mijn eentje op de tast mijn weg, mijn houvast moet zoeken in deze van zichzelf niks zeggende existentie. En wie toetreedt tot een kerk, krijgt een grote vriendenkring als welkomstgeschenk. Bij de Jehova’s neemt dit waarlijk aandoenlijke vormen aan. Daar gebruikt men veel van dezelfde technieken als gouden cirkels zoals Titan dat was. Propaganda op z’n brutaalst; sturend op connotaties in ons sensorium. Keurig gekleed, preluderend op komend succes en beloning, komt men bij elkaar en zingt elkander de hemel in. Tenenkrommend maar wat geeft het zolang het velen
Gêne of angst voor de leegte van de dozen, voor de loze afkomst van religies wordt overstemd met een verbetenheid die te denken geeft en hetzelfde geldt voor de zalvende stelligheid van de hiervoor genoemde zwamkampioenen. De razernij van jihadisten en kettervervolgers in het algemeen is van eenzelfde oorsprong als de meeste doorgaans mannelijke woede en komt rechtstreeks voort uit angst. Men overschreeuwt en overspeelt de eigen wankelmoed. En als ik dezer dagen beelden zie van bebaarde mannen in abaya’s met woedende blik en opengesperde monden die verblind de dood van deze of gene die hun Mohammed beledigde eisen, dan zie ik in de eerste plaats angst. Of denk aan die wiebelende orthodoxen bij de klaagmuur die niets uitvoeren behalve kinderen verwekken en schommelend bij de klaagmuur staan, oh zo zeker van hun zaak. Ronduit vermakelijk. Veel mannen, ook de seculieren, vallen in essentie samen met die pose. Wapperen met teksten, wijzen op voorgangers, bereidheid te sterven, de toewijding aan kerk- en tempelbouw, de wereld van het martelaarschap. Rituelen moeten dan kennelijk de aangehangen waan materialiseren, handen en voeten geven. Voor alle religies, moraal, modes en kunsten geldt in de grondslag ‘volgen zonder vragen’. Een geloofsspel van voorgangers en volgelingen. Als een onderdeel van ‘men’s search for meaning’. De aanleiding is dada. Vergeet gewoonweg waarom of waardoor je er ooit aan begon, maar geloof temidden van geloofsgenoten, je gratis vriendenkring inclusief de hoognodige andersdenkenden, de scapegoats, de ketters van wie je je zo pront weet te onderscheiden. Jij doet het goede. Jij bent binnen, als in een mentale compound. “Blijf van mijn zingeving af !!! het is al wat ik heb !!!” lees ik in die ogen en die wijd geopende mannenmuilen. Zoiets levert de keiharde standpunten van religieuzen op zoals die ten aanzien van euthanasie, geboortebeperking, neonatologie, gebruik van antibiotica en inentingen, homofilie en genderkwesties, geloofsplicht en de eindeloze koppeling van voorschriften voor praktische zaken die alle godgegeven zouden zijn. Religie als verpakking van een (meestal mannelijke) wil. Dat ging voor al goed in de tijd dat de meeste mensen analfabeet waren en de schriftgeleerden hen wijs konden maken wat geschreven stond. De paus is aldus de Yves Saint Laurent van veel van het morele voor zo’n 1,4 miljard mensen die hun diepste ‘denken’ aan hem over laten en wier liturgie primair in volgzaamheid bestaat.
Kunst. In het domein van kunst (niet de ambachten) is de meest losgezongen vorm van branding te vinden. Daar wordt veelvuldig de dwaasheid gekroond en vooral de tomeloos rijken kunnen er niet genoeg van krijgen. Damien Hirst is daarvan inmiddels het toonbeeld. Ook hier huist de kwaliteit, de verdienste niet in kunde of de edele afkomst van het werk maar in de uitwerking op het publiek. Die herkomst is van geen belang, wat de kunstenaar er ook over vertelt, suggereert of zichzelf wijs maakt. Op kunstopleidingen zag ik meermaals dat het framen, de woordenwolk, de kletskoekfabriek, de presentatie en framing meer aandacht krijgt dan het materiaal. Waarna de publieke reflectie zich openbaart in een amalgaam van zucht naar zingeving, verbinding en andere vooral sociale aberraties zoals stratificatie. Wie verschaft onze wanen richting ? Welke paus, kunstenaar of nieuwe Karl Lagerfeld wijst ons de weg ? Het maakt niet uit waarheen. En, erger nog, in slechts decennia verloopt dat alles soms nog cyclisch ook. Dan is het opdiepen uit het verleden voldoende ‘richting voor de heersende waan’. Vooruitgang is zo evenzeer ondenkbaar als onnodig en mogelijk is juist dát de belangrijkste les van abstracte kunst: Dada is all there is. Zelfs leegte, blakte is te beleven te bevragen door bijvoorbeeld 4 min stilte, lege doeken of lege expositiezalen. Zolang het maar schaars is en blijft en het als delicaat beleefd wordt. De betekenis komt pas met de acceptatie.
Mode. Ook hier is de oorsprong substantieloos. De zieners, voor-lopers tappen uit willekeurige vaten. Presentatie is vefrvolgens alles. Toonaangevers, modehuizen hebben alle ruimte om welke richting dan ook in te slaan zolang het maar pakt en de volgers volgen kan het spel gespeeld worden en kan de incrowd het nieuwste verzinsel op het schild hijsen ; alles selffullfilling maar daar komt de Blinde Vlek weer tevoorschijn; niemand die het ziet. Het ‘whistling in the dark’ door de grote namen verschijnt als delicate openbaring die dankbaar wordt aangegrepen: uit koffiedik stijgt witte rook op !! Het is allemaal zo plat als een dubbeltje maar wat geeft het ? Het houdt de boel al eeuwen gaande. Iconen als Nan Kempner en Liliane Bettencourt zijn hiervan rake illustraties: bekendheid doordat ze bekend zijn. Als bij acclamatie aangenomen. Alles slechts zichtbaar voor ‘kenners’, voor hen die snakken naar een dirigent. Jagend op richting, op iets iconisch, op nieuwe, verse juistheid, houvast zoekend in persoonlijkheidsstijlen. Om zich te onderscheiden maar evenzeer om zich te verbinden met geestverwanten. Lieden die zogezegd het goede leven leven. Damien Hirst lacht zich rot om hen. Lijkt mij.
Je verschijning, je look is als eerste klap een daalder waard doordat beeldtaal met grote invasieve kracht ons besef binnenvalt en vormt en dat vele malen overrompelender dan woorden dat vermogen. Er is in het bestaan van mensen niets wezenlijks veranderd sinds we behoedzaam over steppen en door bossen gingen, licht bevreesd voor alles wat beweegt en erop gebrand om in een oogwenk het kaf van koren te scheiden. Tegelijk is binnen een mode- of designstroming juist het geloof dat het beslist zus en zó moet cruciaal. Zó en niet anders. De volgers menen dat zij als geen ander de exclusieve inhoud kunnen herkennen en vinden er een thuis in kleuren, vormen en een wereld aan subtiliteiten, uitgesponnen in look en make-up van velerlei aard. Kies wie je wilt lijken, wilt zijn. Uiterlijk is immers álles. Express yourself, become your look. Jij weet wat je wilt ook al heeft de modekoning zijn keuzes die jou tot wet strekken met gesloten ogen gemaakt. Telkens voor dat moment. Zoals Damien Hirst naar mijn indruk een fles wijn of wie weet wat naar binnen kiept om nadien zijn gammele oprispingen zelfverzekerd te presenteren, alles in wolk van taal. Zo richt men totempalen op sinds mensenheugenis. Of zoals Mozes met z’n stenen tafelen Viktor en Rolf met hun nieuwste zwierigheden. Allen gedragen door lieden die houvast zoeken al is het maar voor even.
Het nut, de functie of is het noodzaak van dat al ligt besloten in het ordenende effect dat rust en stabiliteit verschaft aan grote en kleine samenlevingen en hun deelnemers. De hordes immers willen vrede, betrouwbaar drinkwater en beschutting voor hun eigen fijne kleine leven, ook wel huisje, boompje, beestje genoemd. Ik noem dat geen individualisme want dat kijkt náár de mensen maar de eerste persoon enkelvoud kijkt vanúit ieder van hen. Met die eerstepersoonsperceptie is ieder vertrouwd maar het onderscheid tussen beide lijkt nauwelijks aandacht te krijgen. Zie hoe journalisten, bestuurders, wetenschappers zich onverschillig bedienen van de sociologische kijk op de mensheid om te pas en te onpas de epe te hanteren. Er gaat veel verkeerd als de hordes het openbaar debat zoals in het stemhokje enteren met hun emoties en huiskamerkijk op de wereld en populisten hen daarin voorgaan en aanmoedigen.
Recht. En ook het recht ademt gedwee mee met de be-doeling, niet anders de moraal. Opportuun of niet. Een revolutie die slaagt is wettig. Ook in het recht stamt niets af van hogerop, van edeler besef of hoge moraliteit. De uitwerking is de legitimering en er is geen hogerhand. Alles even neutraal en zonder transcendente lading als verkeersregels. Voorschriften verdienen navolging omdat ze functioneren, ordenen en niet omdat Boedha, Aristoteteles of iemands lieve Heer er een plasje over heeft gedaan ook al gaat de boodschap er dan gemakkelijker in bij de justitiabelen. Het goddelijke luchtje is er aan toegevoegd om de trek in naleving te bevorderen.
De disciplinerende werking van ‘moraal’ of ‘recht’ bestaat naast het nuchtere inzicht dat regels zinnig zijn veelal in de angst om bij ontdekking buitengesloten te worden na eerst nog letterlijk of figuurlijk aan schandpaal of in schavot te kijk te hebben gestaan. Net als ooit in de speeltuin is de hang naar normaal zijn en niet opvallen groot.Tegelijk staat het ieder vrij er iets hogers bij te verzinnen maar wetgever en werkelijkheid gaan daar niet in mee. Hoop ik. Scheiding van kerk en staat vormt een groot goed maar bij-geloven mag. Ieder houdt dan zichzelf dan bij de les aan de hand van eigen sprookjes en het maakt voor de uitkomst geen verschil of de “ingebouwde politie-agent” een blauw uniform, een kazuifel, een toga, djellaba of spijkerpak draagt zolang ordenende gehoorzaamheid het gevolg is en er zodoende meer haringen in de ton passen.
En laat ons niet klagen over inefficiëntie van bureaucratie zoals populisten dat te graag doen. Polderen, traag en vaag, meer nog slikken dan iets bereiken, is hoe we betalen voor vrede voor allen en dat alleen al is de moeite waard omdat oorlog het einde van alles voor vrijwel iedereen is. Democratisch vergaarde regels zijn niet de efficiënste maar de redelijkste en dat moet de doorslag geven. Ze brengen niet de hemel maar besparen ons de hel, zo wordt gezegd. Die inefficiëntie versplintert en passant ook de macht die daardoor niet in handen van één of enkelen kan komen. Deze grote verdienste wordt slechts zelden gezien of benoemd. Een goed land wordt bestuurd door regels en niet door mensen want de gedroomde verlichte despoot rijdt uiteindelijk vrijwel zonder uitzondering op de lange duur een scheve schaats.
Bij uitstek in het strafrecht zou moraal de leidraad moeten zijn. Maar meer dan “fluisteren in het donker” kan dit niet worden. Praten over gerechtigheid wordt dan als putten uit lege dozen door zieners zonder zicht zoals tekenen zoeken in een wolkenpatroon, koffiedik of willekeurig gevallen speelkaarten. Maar het anker van gerechtigheid komt niet van buiten ons, als van een absolutum, is niet te lezen in tarot-kaarten, ayahuasca-sessies, winti -rituelen. Laat ons regendansen omdat dansen fijn is en ons voor even de droogte doet vergeten, maar niet om regen uit te lokken. Laat ons geloven in een god maar met een knipoog, zingen en springen voor Allah en Jezus maar als mythe, als Canterbury-Tales. Laten we recht doen waar nodig maar omwille van de orde en niet omdat een hoge moraal dat vergt. Met een piepkleine stap wordt de mens de ideale kabouter maar Jezus Mina wat zijn we er ver van verwijderd.
Gerechtigheid in de praktijk is een saai, taai bureaucratisch produkt, gammel, aanvechtbaar, kostbaar, kwetsbaar maar is de beste machtsvrije distributeur van kansen en middelen over ieder van ons. Gerechtigheid ontleent legitimiteit aan haar effect niet anders dan verkeersregels. Ten behoeve van allen, niemand uitgezonderd, inclusie is nood- en hoofdzaak. Schulddenken zoals de mens maar al te graag doet is metafysica, is voodoo, winti, religie, windhandel. Schuld is al te gauw opmaat naar vijanddenken hetgeen onszelf zo prettig schoon wast. Poena mag over schade gaan, niet over schuld als morele categorie. Moraal komt niet van boven of van buiten maar wordt gedragen door haar effect.
Geld. Begint geld niet evengoed als lege doos nu de mens zich vrijwel geheel blijkt te bedienen van zo genaamd negatief geld ? Waarde die pas ontstaat door schuldschepping, door het aanlijnen van een debiteur, een schuldenaar, iemand die een deel van toekomst verpatst. Intrinsieke waarde heeft geld niet meer sinds edelmetaal er uit verdween en de goudstandaard werd losgelaten ook al kun je doorvragend de absolute waarde van goud evenzeer betwijfelen maar het wordt niet negatief en mesmeriseert de mens al millennia. Geld als schuld is vertrouwen op terugbetaling in de toekomst, een gok kortom. Een psychologische entiteit. Alles nauwelijks verschillend van lichtzinnige gouden cirkels zoals ooit Titan. Geld heeft daarmee net zo min een solide afkomst als mode, religie, moraal en de disciplines die ik verder in dit stukje noem.Het is een volatiele tussenstap in de uitruil van goederen en diensten, een eigenschap die door “bedieningsknoppen” als inflatie, rente, kredietconcepten een dashboard heeft verschaft aan banken, verzekeringen en andere ‘financials’. Deze konden ontstaan door een ontketende toepassing van burgerlijk recht zoials ik dat in ‘ Het Neofeodaal’ (men) betoog. En passant werd geld almaar virtueler, immaterieler, digitaler. Geld is niet anders dan beursaandelen geloof in waarde en hangt af van de toekomst van de debiteuren. Financiële instituten ooit bedoeld als faciliteit voor burgers zijn gaandeweg door lobbyen en ander manipuleren op alle niveau’s geëvolueerd tot wereldwijde verdienmachines op een schaal die de echte economie doet verbleken. De oorspronkelijk economie, gebaseerd op huis-houden, is bijzaak geworden en daar zijn de hordes, miljarden onvrijen gemarginaliseerd en geketend door gekaapt burgerlijk recht. Ik verwijs naar de Parade van Pen inmiddels 55 jaar our maar gloeiend actueel. De hordes, het merendeel van samenlevingen die 40 jaar lang schulden afbetalen, in files staan, aanslagen voldoen en afgevaardigden kiezen die vervolgens zonder gêne in schaamteloze symbiose met lobbyisten samenleven, dineren en vakanties vieren; de hordes met wier pensioenaanspraken openlijk gesold wordt en die geketend door algemene voorwaarden nog slechts fopzeggenschap hebben. Zij zijn de nieuwe slaven van deze tijd. De overmacht, de undue influence van lobbyisten geldt domweg als onvermijdelijk en geaccepteerd door afgevaardigden waartegenover ik moord en brand schreeuw en voorstel lobbyen tot strafbaar feit te benoemen. Hier wind ik mij daar nog wat uitgebreider over op.
Propaganda. Een canon is te beschouwen als een zachtaardige redelijke vorm van propaganda. Het bespeelt evengoed emoties en heeft in de verte toch ook onderwerping maar dan als aanvaarding, vereniging tot doel. Zoiets lukt het gemakkelijkst in traditionele samenlevingen waarvan we er wereldwijd almaar minder hebben. De mensheid blijft zich blenden hoe nationalisten zich daar ook tegen verzetten. Maar gewoonlijk heeft propaganda een negatieve connotatie en heeft het onderwerping door overreding naast zelfverheffing van de leiders tot doel. Religie doet het ook goed als propagandavorm doordat het klakkeloze gehoorzaamheid daar zo kernachtig in vastgelegd is en de mens zichzelf onderworpen houdt aan een regelstelsel. doel is het scheppen van eenheid door het eigen maken van logo’s, teksten, kleuren en een eigen canon voor machtsvorming rond een persoon of structuur. Ik wees al eens op Mozes met z’n kunstje met de stenen tafelen. Propaganda kan ten goede worden aangewend bijvoorbeeld om de hordes rustig te houden terwijl de leiders moeizaam voortdelibereren.
Maar al te vaak dient propaganda platte machtsvorming door het scheppen van verzonnen vijanden, en het emotioneren en simplificeren van wat er speelt. Men klaagt de bureaucratie aan om haar inefficiëntie en belooft “het moeras droog te leggen”; zie daar het verdienmodel van nationalisten en populisten wereldwijd; de Robin Hood-attitude betaalt uit. Intussen is branding weinig anders dan het sleutelen aan de perceptie van mensen. Net als hypnose. De mens laat zich gemakkelijk verleiden zoals op straat te zien is aan wie wel en niet obees is, wie wel en niet veel rookt bij voorbeeld.
Het lijkt er voorts op dat intelligentie intens verknoopt is met taalbeheersing waardoor de “dommen” kansloos zijn in de jacht op macht of representatie in het talige gebouw dat democratie heet. Dit geldt in het groot (samenleving) en in het klein (conversaties) en als die ‘minderen’ het taal- en frame-spel van zich af zien lopen, is hun woede snel gewekt waarna opstand en amok niet ver weg zijn. Propaganda overbrugt die taal-achterstand door langs de weg van emoties, symbolen en waltdisneytaal het adressaat aan te spreken en via emoties een waan van juistheid aan te bieden. Propaganda gaat voorbij aan argumentatie en legt zichzelf op overrompelende wijze op aan het gehoor. Geur werkt ook zo, overrompelend. Keuzes gestuurd door fysiologische sensaties. Iets met ons limbisch systeem. Maar als connotaties en omwegen om ons verstand heen zo gemakkelijk de boventoon gaan voeren, wordt duidelijk dat de democratisch, bureaucratische werkelijkheid van neutraliteit, redelijkheid, coalities en compromissen altijd te vrezen zal hebben van de aangrijpende, overrompelende kracht van verhalen en beeldtaal. Achteruit redenerend schept men een moraal passend bij het gewenste effect zoals de mens god naar zijn evenbeeld schiep en dat precies andersom probeert uit te venten. Domineren door pakkende ‘spin’ is niet altijd verwerpelijk. Het kan ten goede worden aangewend zoals Mozes zijn volk redde met de truc met de stenen tafelen maar propaganda drijft vaak op andere belangen dan die van alle burgers.
Het is intussen verleidelijk om alle propaganda af te wijzen als stiekeme manipulatie maar wie de ‘braakliggende mens’ in een goed bedoeld verhaal houvast biedt en uitzicht op een betere toekomst schetst kan daar evengoed het algemeen belang mee dienen. De verenigende kracht van een canon of pakkend denkbeeld mag dan niet ongebruikt blijven. Verkiezingen winnen en vervolgens besturen vergt sterk uiteenlopende vaardigheden en bij populisten blijkt die discrepantie doorgaans al te groot.. Met voorbijgaan aan de ratio tracht propaganda haar gedachtengoed rechtstreeks in het besef van het adressaat te planten zoals geur zich daar direct vestigt en de prefrontale cortex overslaat. Het is eerder dresseren dan regeren maar kan niettemin wel eens een leugentje om bestwil zijn zoals Mozes dat deed. Het eerstepersoonsleven binnen de voordeur houdt de meeste mensen vóór al bezig en intussen weet Big Data daar 24/7 aanwezig te zijn. Sinds televisie hoefde men de straat al niet meer op om bespeeld te worden maar door internet is het hek van de dam. De Bigs besturen onopgemerkt hetgeen de meesten voor waar houden. De truc van Mozes is daarmee vervolmaakt.
Het lijkt er voorts op dat intelligentie intens verknoopt is met taalbeheersing waardoor de “dommen” kansloos zijn in de jacht op macht of representatie in het talige gebouw dat democratie heet. Dit geldt in het groot (samenleving) en in het klein (conversaties) en als die ‘minderen’ het taal- en frame-spel van zich af zien lopen, is hun woede snel gewekt waarna opstand en amok niet ver weg zijn. Propaganda overbrugt die taal-achterstand door langs de weg van emoties, symbolen en waltdisneytaal het adressaat aan te spreken en via emoties een waan van juistheid aan te bieden. Propaganda gaat voorbij aan argumentatie en legt zichzelf op overrompelende wijze op aan het gehoor. Geur werkt ook zo, overrompelend. Keuzes gestuurd door fysiologische sensaties. Iets met ons limbisch systeem. Maar als connotaties en omwegen om ons verstand heen zo gemakkelijk de boventoon gaan voeren, wordt duidelijk dat de democratisch, bureaucratische werkelijkheid van neutraliteit, redelijkheid, coalities en compromissen altijd te vrezen zal hebben van de aangrijpende, overrompelende kracht van verhalen en beeldtaal. Achteruit redenerend schept men een moraal passend bij het gewenste effect zoals de mens god naar zijn evenbeeld schiep en dat precies andersom probeert uit te venten. Domineren door pakkende ‘spin’ is niet altijd verwerpelijk. Het kan ten goede worden aangewend zoals Mozes zijn volk redde met de truc met de stenen tafelen maar propaganda drijft vaak op andere belangen dan die van alle burgers.
Democratie met haar uitvoeringsorgaan bureaucratie, is eenvoudig te bespotten om haar inefficiëntie en onpersoonlijkheid. Het delibereren levert bovendien vaak opportuniteit ten top, meer water dan wijn. Op het eerste gezicht is dat dan ook volstrekt onaantrekkelijk voor de mens zoals die in aanleg emotie-gestuurd is. Velen weten de eigen eerstepersoon niet te overstijgen en zien niet in dat bureaucratie waarin ontevredenheid in enige mate wordt uitgesmeerd over allen, het hoogst haalbare is voor neutrale en inclusieve behandeling van de belangen van allen en dat tegenover die inefficiëntie de verdienste van dat stelsel onder andere is te vinden in de versplintering van macht. Niemand heeft dan persoonlijke macht. Een apparaat dat overigens heel goed zou functioneren als softwareprogramma zoals dat in Estland ten uitvoer wordt gebracht. De massa van de kiezers is helaas zeer gevoelig voor propaganda-technieken en wervingsmethoden uit de communicatietechniek en de macht van Big Data kent vrijwel geen grenzen. De verlegenheid hiermee in de Nederlandse politiek is dezer dagen voelbaar. Gevestigde politieke partijen hebben geen antwoord op de woeste effectiviteit van propaganda en neo-epiek door mediaclowns en rattenvangers die dezer dagen met hun simplisme parlementen gijzelen. En dat zelfs in Skandinavie waar gewoonlijk nuchterheid troef is en bureaucratie verregaand aanvaard wordt. Populisten suggereren juist dat de “doos van democratie” niet leeg en kleurloos is en zij overschrijven, overschreeuwen die ledigheid met verhalen, banieren, en kleurrijk maar simpel engagement alles rondom een vastberaden leider. Wereldwijd zijn genadeloze adviesbureaus werkzaam die de inzichten van Machiavelli en Mussolini onder de tafel uitventen. Inmiddels is op vele plekken op de wereld al het waardevols van de deliberatieve democratie in gevaar. Duidelijk zie ik hoe verdeeldheid in grote en kleine samenlevingen topdown afkomstig is uit de politiek waar antagonie wordt gezocht, geschapen desnoods en gecultiveerd om aldus aanhangers te kunnen vergaren. Primitief en simplistisch vijanddenken daalt uit de politiek neer in samenlevingen om zo, appelerend aan ons reptielenbrein de wereld in het duister van wat bij ons de Middeleeuwen waren, vast te houden.
Slot. Ik betoog hier dat er geen voorafgaande diepzinnige grondslag is voor geldend recht, heersende moraal, mode zo min als voor religie, kunst of geld. Niets daarvan is van edele, massieve, bovenmenselijke of absolute oorsprong. Die fenomenen ontberen intrinsieke waarde hoewel juist dát als hun verdienste, hun opwaartse en belerende kracht, wordt gezien. Nee, zeg ik, die betekenis, de waarde, het nut van die fenomenen ontstaat pas door en in het gebruik en het zelfvervullend effect dat daar op volgt. De verdiensten en de sociale regulering die daaruit voortkomen zijn producten van onze projekties, van onze wanen en ons vertrouwen in de werking ervan. De mens kan slechts zichzelf bevredigen. Er is verder niets of niemand die daar op let of om geeft. Dat geldt voor de malle verzinsels van Damien Hirst niet minder dan (dezer dagen) voor de smalle pijpen en de lage broeken van Viktor en Rolf. Aandelen en ons geld hebben diezelfde loze eigenschap. Moraal, religie, democratie komen evenmin uit de hemel maar zij kunnen er door hun ordenend effect aan bijdragen het leven voor ieder te structureren en leefbaar te maken. Het zijn stuk voor stuk tooltjes waarvan de legitimiteit in de sociale functie besloten ligt. Functies waar kritisch naar gekeken mag worden en waaraan gesleuteld kan worden naarmate de mensheid daarmee gediend is. Maar initieel is er geen te respecteren waarde. Niets ervan is godgegeven. Heiligverklaring is cabaret. Het is allemaal niet minder plat dan goed gereedschap en de werking is niets nobeler dan die van een zelfvervullende voorspelling. Ook moraal als ‘religie-light’ wordt ten hoogste gered door placebo-effect. Hopium doet leven maar ironie is nooit ver weg.
Mailly le Camp, 14 februari 2019