waarnemen, zin geven, mode, kunst, dood, diplomatie

(In bewerking)

Waarnemen

Waar is wat je gelooft. Geloof beantwoordt ongemerkt maar verregaand aan ieders hoop, wens, wil om stand te houden en ergens bij te horen en dat is begrensd door wat men ten hoogste kan verdragen of bevatten. Aldus wordt iemands waarheid stiekem als diens lakei en dat in een bio-psycho-neurologische dynamiek die zich afspeelt op en rond ieders sensorium, zo geloof ik. En, …..juist daar waar we het zelfbehagende in ons waarnemen zouden kunnen opmerken, juist daar hebben we een blinde vlek; de oorzaak van ons aller ‘nieuwe kleren’. Misschien is dat maar beter ook. De basis voor dat opportunisme draait van meet af aan mee in onze waarneming. Kortom: we weten niet beter en veel om ons heen vinden we vanzelf-sprekend maar daarover is nog wel wat naders te zeggen. Zo blijkt in menselijk contact onder de oppervlakte al gauw de vraag mee te spelen wiens vanzelfsprekendheid de boventoon krijgt.

Ook zijn we niet slechts ons brein. Ons besef en die persoonlijke waarheid ‘bewonen’ het gehele lichaam. Dat brein is daarmee fysiologisch én psychologisch volledig verknoopt en ook de positie in tijd en ruimte van betrokkene speelt mee in deze eerstepersoons waar-neming. Het gevestigde begrip ‘definitie van de situatie’ raakt hieraan. Wie, zoals ik, mens en mensheid primair beschouwt vanuit al die eerstepersonen moet die processen ook wat tijd geven, het moet even duren om waar-achtig te kunnen zijn. “Durée noemt iemand dat. Mijn eerste persoon is geen foto, geen still maar film, wellicht meerdere door elkaar. We bewonen aldus een levendige sensatiezetel, een ‘driversseat’ met impulsen van buitenaf en van binnenuit; voilá de eerstepersoon enkelvoud, de waar-nemer die ieder is. Metaforisch is daarbij een dashboard voorstelbaar; met ieder van ons als astronaut (pas op met metaforen). Dit hanteer ik als het primaire platform van alle beschouwing van het menselijke; met ieder van ons als hoofdpersoon. Zo vermoed ik na 6 decennia opletten.

Waarheden, waanheden, bese

Ieders waar-neming komt aldus uit een eigenste ‘smederij’ en tegelijk is er veel onderlinge overeenkomst zoals ik dat aanvoer in ‘aan mezelf ken ik de ander’ (menu). Maar die eerstepersoons-perceptie met al die diep menselijke, veelzeggende en voor ieder geldende kenmerken kan in het denken over de mens niet straffeloos buiten beeld blijven zoals dat in de humaniora en ook daarbuiten in de politiek en meer steevast gebeurt. “Individu’ is een roekeloze reductie van wie ieder van ons is; een miskenning van de veranderlijke wederwaardigheden in ons en van de eerstepersoons-schaal waarop wij het bestaan beleven. Niettemin wordt ‘individu’ geacht een toereikende benadering van de enkelingen die wij zouden zijn, te vormen. Klakkeloos begint het beschouwen van mens en menselijkheid bij de grote brokken: liefde, economie, religie, samenleven, veiligheid, zingeving, gezondheid, voortplanten, respect etc en bij de fenomenen die daar uit neer dalen: vriendschappen, familierelaties, zelfbeeld, ambities, liefdes, toekomstplannen en al wat mensen beroert maar die worden als zwevende mensgerelateerde abstracties behandeld. Alles ver verwijderd van die smederij in zijn momentum van daarnet; die wordt vergeten en men praat voort in afgeleiden die in filosofie, nieuwsgaring, de medische wereld of de politiek metaforisch voortbestaan als humane ‘brokken’. Er wordt voorbijgegaan aan het typerend menselijke ontstaan van ieders besef terwijl het ter tafel houden daarvan de opening naar beter samenleven kan vormen. De menselijke psychologie is een rommelig terrein en ieders zelfbeeld is gestut door mythes en zelfbegoocheling. We zijn almaar ‘under construction’ en bereid dat alles prijs te geven voor een geschikter narratief. Zolang we ons maar gehoord weten. Onze software is ‘open source’ en die toegankelijkheid maakt mensenmassa’s bestuurbaar zoals helaas vooral spindoctors en Big Tech lijken te weten. Maar dat vereist de goede trouw van wie de dominerende denkbeelden vormt en daar ontbreekt het al te vaak aan. Big Tech kent slechts het eigen belang en vormt inmiddels verontrustende kongsi’s en in de politieke besluitvorming en tenuitvoerlegging is de goede trouw almaar meer afwezig. Veel te velen betreden dat toneel om er iets te halen in plaats van te brengen. Hier klaag ik daar wat uitgebreider over.

Het lemma ‘individu’ is in de gangbare opvatting de meest gepersonaliseerde beschouwing van de mens maar juist dié, die grijpt mis; laat de mens blanco achter. Er wordt náár de eerstepersoon gekeken wordt in plaats van er vanuit te gaan met de eerstepersoon enkelvoud als ‘uitkijktoren’ en werkveld. Het maakt nogal wat uit of je naar een auto, een boot, een woning, een mens kijkt of erin zit. De klassieke sociologische blik verlost zichzelf al te gemakkelijk van de grillige maar maatgevende geboortegrond van ieders momentane besef, bestaand in wankele doorgaans zelfbehagende maar gemakkelijk beinvloedbare wanen en die blik borduurt liever voort op gevestigde metaforische abstracties zoals affectie, moraal, ambitie, intelligentie, liefde, etc en hun grafische representaties daarvan opgesteld vanuit een drone- of helicopter-view of, wat rustiger, vanuit de luchtballon. Kansloos want onbe-grepen blijft de mens achter en vormt de was in de handen van publieke dompteurs en hun sprookjes.

Ik zie ieder mens aangedreven en bijeengedreven door zin- en zelf-zucht terwijl nut en noodzaak van zelfs de hele soort niet te onderbouwen is maar die ironie is tekenend en mag niet van tafel in beschouwingen van de mens. Het is nooit anders geweest en die grondslag zal niet veranderen. De conclusie dat het leven van nergens naar nergens gaat ligt voor de hand maar de belijdenis van het tegendeel dan wel het ontlopen van die kwestie houdt de soort dag in dag bezig. Ik zie alom opportunisme herverpakt als moraal op basis van verkeerd begrepen naastenliefde. Hier mijn betoog dienaangaande. Cultuur, religie en economie voorop, voorziet daar grondig en gretig in. De besturing van de mens ligt daar voor het oprapen en juist de ‘kwade krachten’ doen er nu hun voordeel mee sinds we per persoon toegankelijk zijn via internet. Velen lijken de kale intrinsieke zinloosheid van menselijk bestaan verbeten te verstoppen achter godswanen (ruim 80%), opgeklopte urgenties en zogenaamd prangende dagelijkse noden zoals geldschulden en eigen kinderen. Daartegen is geen bezwaar aan te voeren behoudens waar men niet weet en ook niet wenst in te zien dat die noden en urgenties welbeschouwd niet meer dan verzinsels van het niveau wachtkamervermaak vormen. Een ietsje pietsje meer zelfspot of noem het zelfrelativering zou wonderen kunnen doen. Ik zou er dan wat rustiger naar kunnen kijken; ik pleit voor bloedige ernst maar met een tussentijdse knipoog.

Ik-heid.

20 jaar geleden was online niets te vinden wat leek op mijn hier besproken eerstepersoons-stokpaard maar sinds enige tijd zijn de lemma’s “ik-heid” en “me-ness” tot ontwikkeling gekomen. De Nederlandse Wiki-versie laat ‘individualiteit’ nog niet los :”Het woord wordt gebruikt om de persoonlijke identiteit te beschrijven, vergelijkbaar met “individualiteit” of “persoonlijkheid” maar de Engelse versie komt al wat dichter bij wat ik hier probeer te duiden : “….. Me-ness means how I am myself and not someone else, so I must be special right? If there are other conscious beings around, why am I not them or ALL of them? Why is this experience mine?” Wat mij betreft is de mens onbewust toeschouwer van denkbeelden, deels volgens eigen script en neemt hij dat alles maar wat graag voor objectief waar aan. Ik ben een film en zoek een doek om mijn script al projecterend verkleed als feit bevestigd te zien worden. Met wat ironie is dat dubbelblind onder zoek te noemen. Enkele miljarden van ons roepen hun god’s wil aan als sluitstuk voor eigen waarheid. Mij best.

‘Wat je ziet is hoe je kijkt’ en anders kijken geeft dan anders zien zoals kunst-beoefening en ambigue afbeeldingen duidelijk kunnen maken. Voor het wil en weet te zien. ‘Mijn’ mens is voor al een illusionist, een mythomaan, onbewust volger van zelfgemaakte denk-beelden met een VI-bril avant la lettre. De comfortzone die dat oplevert is eerder noodzaak, reddingsboei dan iets om de ander te verwijten. Je kunt ook zeggen dat zonder voorafgaande structurering onze zintuigelijke registraties een janboel blijven. De mens tuimelt welbeschouwd als de kogel door een flipperkast en klampt zich vast aan de eerst voorbijkomende schijnbaar coherente sussende mythe. En inderdaad geeft taal, onze valse lakei, onze kast vol ‘nieuwe kleren’ daartoe royaal de ruimte. Taal is onze goocheldoos, niet alleen maar vervoermiddel maar ook de soms verraderlijke grondstof van onze gedachten. Eenduidigheid is net als wiskunde een product van (de behoefte van) ons waarnemers, niet van de werkelijkheid. Taal verschaft niet zo maar de houdgreep die wij er aan toekennen zoals wetgevers maar al te goed weten.

Voor wie niets wenst te geloven loert misantropie, het steenkoude sprookjesloze heelal van H.P. Lovecraft om iedere hoek en dan is het aanhangen van een behaaglijke mythe zo gek nog niet. We maken voorstellingen, brouwen opvattingen, ontwikkelen ordening en leggen, woordenboeken en wetten vast en we grijpen blij naar wiskunde. Of is het wishkunde? Dat we zaken vanuit eigen veronderstellingen projecteren op de werkelijkheid is het enige en daardoor het beste wat we kunnen doen. Wij wonen, werken, leven immers, anders dan dieren, grotendeels buiten het hier en nu, in cultuur, in veronderstellingen over gisteren, morgen en elders en wat is dan onze ijk ? In die onvermijdelijke fictie is alles evenzeer ontkenbaar en houvast zal vanuit onszelf moeten komen want de natuur noch het heelal vullen of verhullen de ledigheid die kennelijk vooral de mens weet te ervaren. Andere dieren leven vrijwel uitsluitend ter plaatse van wat ik de opnamekop (zoals van bandrecorders) noem, dáár waar de werkelijkheid zich voor heel even aan laat raken. Alles daarvóór is toekomst en daarna is het verleden tijd en juist die twee domeinen houdende mens hoofdzakelijk bezig. Dat valt niet mee zonder instinct en met de letterlijk fantastische vrijheid van denken die we hebben. Structureren, narrativeren is dan noodzaak en we nemen daarbij al gauw en graag afscheid van de voorwoordelijke werkelijkheid, de fenomenen. We bewonen zodoende veronderstellingen, taalconstructies en proberen zo ‘chocola te maken’ van de lawine ervaringen die ons van buitenaf en evenzeer van binnenuit overkomt. En taal faciliteert dat allemaal moeiteloos, beter gezegd genadeloos want zonder kentheoretische discipline is coherentie in ons taalgebruik en daarmee onze verbinding met die fenomenen van alledag ver te zoeken. Ieder moment en ieder gesprek neemt moeiteloos een eigen horizon mee. Taal is open partituur die bij voorkeur getoonzet, gesproken wordt en verwoorden is nog wat anders dan verhelderen. Hier zeur ik daar wat langer over door. Vastberadenheid is daarbij troef en de beste sprekers verwerven al snel de schijn van juistheid.

Om samen leven mogelijk te maken is er letterlijk en figuurlijk behoefte aan afstand tussen al die eerstepersonen. Ruimte om te kunnen verschillen van elkaar en om zo, illusoir of niet, vrijheid, althans ruimte, te voelen. Als op een dansvloer. Ook, beter nog, júist bij de beste vrienden en vriendinnen is behoud van de juiste afstand tot elkaar cruciaal. Ruimte voor ieders denk-beelden en stelligheden. Met uiteindelijk de mensenrechten als een geformaliseerd respect voor werkelijk iedereen. Spijtig blijft dat groepsvorming niet zonder vijanddenken lijkt te kunnen. Wat zou het fijn zijn als mensen leren standpunten te huldigen zonder daarbij noodzakelijk derden te verketteren; zonder de ander en ook wel zichzelf de dood in te jagen. Is het echt zo moeilijk om in te zien dat ruimte maken voor het gelijk van anderen heel veel gemakkelijker is dan te trachten de hele wereld jouw denkbeelden op te dringen ?

In weer andere woorden :

Zin geven. Vastigheid, coherentie scheppen. Wat je ziet, is hoe je kijkt. Waar-nemen, waar maken.

Zoals al het aardse leven een kortstondig uitstapje vanuit het kosmisch bestaan van onze bouwstenen is, zo vormt menselijke duiding en zingeving een kluwen hersenspinsels verregaand gekenmerkt door zelfbegoocheling; ik zie een dansend scheepje op de oceaan van het onvatbare. Een waggelend bibliotheekje, gedirigeerd door zeezieke filologen, publicisten, profeten van velerlei pluimage en wat wetenschappers, allen verbeten orakelend en grootgruttend in schijnbaar houvast. Welbeschouwd moet je al happy zijn als je ook maar iéts, wat dan ook, weet te geloven, iéts voor waar weet te houden en dan niet te veel zeuren of dat ook écht waar ís. De speurtocht van de astronaut die god zocht was vooral vermakelijk. Gun ieder wat illusies. Laat ons alsjeblieft het bestaan van een behagend behangetje voorzien. Wat maakt het ook uit of het écht wáár is wat ik aanhang en het helpt dan al flink wanneer enkele anderen mijn perceptie delen. Zulk verbroederen baat mij veel meer dan het absolute gelijk. Al wat rust geeft en ons ook nog een beetje bij elkaar brengt, is goed. Samen in dat wiebelig schuitje, druk en tevreden met lukrake belijdenissen. Bestaan blijft even goed de wachtkamer voor de dood maar je mag en kunt er iets van maken zonder de wankele basis van je mythes al te serieus te nemen.

Ik vlucht in geval van zinzucht naar het hier en nu, de enige gelegenheid waarin de werkelijkheid aan te raken is. Daarbuiten wacht ons al te vaak de ‘brug der zuchten’ over elders, eerder of later zoals het zoogdier mens dat voornamelijk en onophoudelijk doet. Ik zoek graag het hier en nu met in de kern daarvan mijn lichamelijkheid, alles evenzeer concreet en vertrouwd. Van daaruit wijst het bestaan al gauw zelf de weg. Honger, kou, slaap, driftjes van velerlei soort. Mijn besef raakt dan weer “geaard” en dat geeft rust in de tent. Wie het acht decennia volhoudt, heeft het goed gedaan. Ook als hij het absolute antwoord nooit heeft gevonden. Voor wie zich in kwantummechanica verdiept blijkt ook de directe fysieke omgeving ongrijpbaar doordat het waarnemen het object mede lijkt te bepalen maar hier houden we het simpel en hanteren vooralsnog de ‘oogkleppen’ van de klassieke mechanica met als hardheidsclausule dat het zien verregaand berust op hoe er gekeken wordt. Eerst en vooral moet onze zinhonger gestild worden. Metavragen verworden al gauw en graag tot struikelblokken. Hoe dan ook moet ons besef ergens zin weten te tanken want zonder ‘kluif’ (werk, hobby, ziekte, problemen, begeertes) wordt het lastig. Bedwelming door drank of drugs vindt begrijpelijkerwijs op grote schaal plaats, maar mij bevredigt dat maar af en toe. Een gezond en wakker lijf is mij wat waard. Kijk eens naar de ruimte die supermarkten uittrekken voor alcoholhoudende drank en denk ook aan de duizenden ‘Farmacia’s’ in Frankrijk en Spanje. Grosso modo is de mens een zuiplap en een pillenslikker. Als de inbeeldingen, de religies en carrières niet voldoen grijpen we naar de middelen. Al dan niet op recept. Ik neem het niemand kwalijk.

Erkenning. De jacht op respect.

Al die enkelingen, die neurale eenheden, die sensoria, zijn in hun jacht naar zin ook uit op erkenning en respect zoals een baby en later een puber ook al zo graag mee wil tellen, gehoord wil worden. Er mogen zijn. Die babies krijsen op een tergfrequentie die niemand met rust laat: “ik zal mezelf opdringen en handhaven”. En dat blijft een leven lang door gonzen in ieder van ons. Erbij horen, mee mogen doen, beter nog : gevraagd worden. Kijk !, ze houden rekening met me ! Deprivatie vroeg in de jeugd, de kleuterschool of eerder, richt daarentegen voor een leven lang ravages aan.

Kunst. Zelfdragendheid, onafhankelijkheid. Spelen in het gebied tussen kijken en zien, luisteren en horen.

De mens, eerder egomane standpuntengenerator dan kennisbank doet er goed aan die beheptheid onder ogen te zien. Vooral als een oefening in bescheidenheid en om zo gemakkelijker verschillen met anderen te kunnen overbruggen. De ontdekking van nut en noodzaak van respect voor de ander is een inzicht dat in de huidige wereld (2026) zienderoog terrein verliest. Maar be-leefd zijn is evenals naastenliefde vóór al een eigen belang. Dat is geen altruïsme zoals dit doorgaans verstaan wordt. Het is voor jezelf het beste goed te zijn voor de ander. In etiquette en diplomatie krijgt dat inzicht schoorvoetend gestalte en voor de betrekkelijkheid van eigen zin en betekenis verwijs ik naar het domein van de kunst die altijd ook levenskunst is: de ervaring dat anders kijken anders zien oplevert en dat je daarmee mag en kunt klooien. Schort jezelf eens even op geef de ander tenminste ruimte er ook te zijn. Voor wie het aandurft: “zonder waan geen zinnigheid”. Iedereen heef gelijk. Met minder gaat het niet meer in een digitaal dicht opeengepakte wereld.

Ik beschouw kunst als een betekenisspeeltuin. De plek waar we oefenen met zingeving. Een oefening die we goed kunnen gebruiken sinds de existentie zelf als onbeschreven blad aan ons verschijnt. Een doel, een waypoint, een urgentie in ons leven zal uit onszelf moeten komen. Uit gegoochel met perceptie, met taal, met beelden en inbeelding in het geheel van lichaam en geest. Ons lichaam zit vol met gewaarworders, beseffers, allemaal bij elkaar geveegd door het neurale systeem en het bewustzijn dat zich daarin ontwikkelt. Speel ermee. Maak zin, verzin zin, spreek zin af, leg zin op, kleineer zin, boetseer zin, woel zin om, begraaf het, gooi zin in de shredder, in de zwavel, giet het in hars, onthul zin, schiet het naar Jupiter. Oefening in betrokkenheid. Spelen met betekenis. Besef dat we makers van de eigen nieuwe kleren zijn als oefening in zelfspot. Waag het toch om jezelf eens grondig uit te lachen.

Art is the oppositie of slavery. Orde, geen orde, plaatselijk orde, tollende orde, symmetrie, spiegelen, kruisverband, wat dan ook. Alles is goed en niets ook. Beter zelfs. Ontsnap aan het dagelijkse substraat om er opnieuw in terug te keren zoals je na vakantie zo prettig opnieuw kunt thuiskomen. Rommel eens wat aan ‘the eye of the beholder’. Wat je ziet, is hoe je kijkt. Trillingen van licht geluid, associaties en harmonieën die mijn sensorium beroeren en liefst verheffen. Kunst bekijk ik als iemands toewijding die ons aanspreekt en die zich welkom maakt. Die antwoorden geeft op eerder onbekende vragen. Harmonie is altijd welkom maar zinnige disharmonie evenzeer. Onweerlegbaar en juist zoals golven aan het strand telkens de eigen legitimiteit meebrengen en zoals werk van Picasso mij niet met vragen bespringt maar antwoorden, oplossing, verlossing lijkt te brengen. Grappig genoeg lijkt de basis van kunst en humor vaak dezelfde: bergripsverschuiving. Anders kijken.

Kunst opent een spel van zin-kneding en geen mens ontsnapt aan de noodzaak om dat spel, bewust of niet, te spelen. Op eigen wijze. Zij die hun werk vastleggen zoals beeldende kunstenaars, schrijvers en opnemende muzikanten, de materialisten, die ons hun maaksels voorhouden, culmineren iets. Kunnen iets tonen dat verschuiving in ons teweeg brengt. Voor wie zoals ik de mens beschouwt als een ‘waan-zinnige’ zenuwlijder kan gerust-stelling van vele kanten komen. Religie doet het leuk maar kunst is wat ruimer, vrijblijvender ook. Spelen met zingeving is temeer nuttig omdat de existentie zo pijnlijk zin ontbeert. We kunnen er maar beter goed in worden, in zelfbegoocheling. Schrijf jezelf een leuk sprookje in. 

En dan hoge en lage cultuur. Een verschil waaraan door de echte kenners zwaar wordt getild. Mogelijk ziet dat op het verschil in presentatie. Mooi geschilderd, goed geschreven, breed aanvaard, hoog beprijsd, fraai ten tonele gevoerd. Maar de inhoud van alle kunst komt, behoudens ambachtelijke vaardigheden, niet verder dan ieders platte dagelijks leven en altijd kom ik weer vrouwenfiguren, liefdesgedoe, esoterie, toch weer wapengekletter tegen, niveau: Public Relations: rijken die zeldzaamheid, schaarste, eminentie zoeken en vormen. Mode- en veilinghuizen het is één grote bombastische fop. Inhoudelijk komen ook de helden uit die wereld niet veel verder dan de eerste beste dakloze. Demoiselles d’Avignon; vrouwen afgebeeld door een vrouwengek; ”leven in het geile zweet van mors bed…..” (Shakespierre, vertaling: Bert Voeten) en meer van dat. De hoogdraverij betreft in het gunstigste geval de pretentie, de presentatie, niet onderwerp of inhoud, wil ik maar zeggen en de malle hoge prijzen voor kunst zeggen meer over de kopers en hun waan dan over het werk. Talent is iets normaals en overal voorhanden maar daar heeft marktwerking geen boodschap aan.

Kijk naar die broer van Karel van het Reve die wel eens iets bondig en raak wis te verwoorden maar die aan het eind van de dag weinig meer dan de zoveelste sex-gedomineerde, nicotine- en alcoholverslaafde klojo was. Een cynische perverseling vervuld bovendien van een breed aangemoedigde zelfcompassie.

Wat mij prettig raakte was het werk van anarchitectonisch kunstenaar Matta-Clark die op prachtige wijze te slopen gebouwen verminkte en met een luchtbuks de ruiten uit het instituut dat hem voor een kunstmanifestatie uitnodigde, schoot. Dat was een lichte shock die ik niet meer ben vergeten. Ik heb er mateloos om gelachen toen ik dat van die ruiten hoorde. Ook had ik veel lol toen ik de vele schetsen en vlugtekeningetjes van Rembrandt van Rijn eens goed bekeek. Als kunst ervaar ik al hetgeen mij niet vervult met vragen maar antwoorden lijkt te geven. Wat een leuke gast was dat !

Mode

Kijk ook naar mode. Niet naar de inhoud maar naar hoe het werkt. De inhoud is van geen belang. Mode, kleding voorop, verschaft een woordeloos middel voor de bouw van wie men wil ‘zijn’. Shop your look and become it. Mode verbindt én onderscheidt. Het vormt en hervormt: schoudervulling, eyeliner, corsetten, pruiken, cabrio’s, Harleys-Davidsons, sierfruit, tattoos, lakschoenen, landhuizen. Het ordent en schraagt mensen en daaraan is grondig behoefte. Door eenvoudigweg te verschijnen vertel je dan een heel verhaal. De eerste klap is een daalder waard. One picture tells a thousand stories.

En wie reikt die mode aan ? Dat maakt niet echt uit. Anything goes. Publiekshypnose door Yves Saint Laurent, Damien Hirst of Adolf Hitler. Follow the leader. “Step into ……….whatever”. Vóórwoordelijke ordeningswerktuigen zijn de efficiëntste. Pretparken weten er alles van. Driedimensionale voorwerpen zijn de snelste overdragers van betekenis. Beeldtaal zoals cartoons vliegen ons aan zoals geuren dat als de beste doen. Eén softijscoon maakt alles duidelijk. Daar kan geen tekst tegenop. Geur slaat de prefrontale cortex over. Beelden doen net zoiets. Aan al dat gelazer in het taalcentrum wordt voorbij gegaan. De (zenuw-lijder) mens is als sensoriale wolk ook nooit anders dan 3-dimensionaal geweest en heeft zich voor zijn overleving onophoudelijk ruimtelijk moeten oriënteren en is daardoor geworden wat geboden was. Vitaal, viriel en bekleed met een gevoelige huid, vol receptoren voor velerlei vibraties, geur-, tastzin, geheugen en intenties. Een prisma van zintuigen noemde iemand het. Een bijzonder wezen maar een script voor bestaan komt niet mee uit de baarmoeder. Daar moeten we zelf iets voor verzinnen.

Diplomatie

Diplomatie is communicatie over de grenzen van culturen, van gewortelde waarheden. Dat is communiceren over dun of geen ijs, in onbekende of ontoereikende taal afgezien van de inzichtjes die ik debiteer onder “Aan mezelf ken ik …….” (menu); een wankel kompas bij ‘varen in mist’. In diplomatie gaat de vorm voor even boven inhoud. Vorm als vluchtheuvel tijdens communiceren op de tast. De adel toonde zich altijd al vormelijkheidsacrobaten in diplomatieke dienst vindt men nog altijd bovengemiddeld veel dubbele namen zoals homomannen bovengemiddeld vaak worden aangetroffen in de RK-kerk. Gek op formaliteiten. Veel homo’s zijn gek op formaliteit en liturgie en wat geeft het ? Ze zijn daardoor minder bevattelijk voor de ravijnen van ledigheid bij gebreke van referentiekader; lachen het weg. En als het werkt is het goed. Steevast werkend vanuit een eigen prudent beleven en altijd blijven lachen. Niet afwachten en ineen kruipen. The show must go on. Bij gebrek aan substantie houdt vorm de zaken gaande. Kleding wordt opeens belangrijk, evenals recepties, diners, ontvangsten, holle meet-and-greets en protocol overheerst dan alles. Dat laatste is niet moeilijk aangezien inhoud ontbreekt zo dat niets de luchtfietserij belemmert of kan falsifiëren. Zo lang er maar contact is en we zaken heel kunnen houden. De urgentie en essentie van diplomatie, kunst, mode en religie hebben daardoor veel overeenkomst. Diplomatie is vooral bedoeld als de opmaat naar vrede, als een poging om in een aanvankelijk duister elkaars handen te vinden door in nabijheid elkaars referentiekaders te verkennen. En uiteindelijk te ontdekken dat we nauwelijks van elkaar verschillen. One earth one people.

Dood

Materie vergaat niet. Althans energie verdwijnt niet. Een heelal is vol bouwsteneentjes, los of geklonterd tot moleculen en nog zo wat. Tot planeten en ander opmerkelijks met op de bok een al dan niet dobbelende god. Door Peter Westbroek en Marcia Bjornerud is mij duidelijk geworden dat ook de aarde een levend geheel is voor wie in miljoenen en miljarden jaren weet te kijken en te zien. Eerstgenoemde geeft aan dat dat leven er, als een metabolisme, in bestaat dat de aarde langzaam haar huid omkeert, de buitenkant naar binnen draait alsof er geploegd wordt. Het lijkt me onontbeerlijk voor begrip van wie en waar en hoe wij zijn om die ‘stofwisseling’, die activiteit aan de mensbeschouwing te koppelen. Wij tollen daar in mee, zijn onderdeel van die biochemische kermis. Wat moet dat daar met die gloeiende kern en die dampkring er omheen ? De stervende mens valt uit elkaar maar zijn bouwsteentjes tollen onbekommerd voort in die veel grotere tombola van materie, trilling en energie. Wij zijn een grappig soort exces voor 65% bestaand uit water, op de blauwe planeet, nauwelijks meer dan een schimmel met een verbluffende kapsones. De laborant die ons opmerkt turend in zijn elektronenmicroscoop mompelt : “gut wat is dát nou? …..mja, een goedje dat het zichzelf niet makkelijk maakt”. Menselijk leven als een acrobaten-act van moleculen die na afloop van de act weer braaf mee doen in de oorspronkelijk aardse dynamiek. Van stof tot stof…….

Betekenisverlening.

Hoe je moet schilderen, is niet goed te verwoorden. Dat kun je alleen maar schilderen zo wordt gezegd. Fenomenaal bezig zijn, los van bewoording. In een waarachtige enscenering met daarachter iets disciplinairs, een houding, een herkenbare vooringenomenheid in een verder onverschillig heelal; iemands toewijding, houding, benadering, opvatting. Zoals wavesurfen een board en paardrijden een paard vereist zo is filosofie het best op zijn plek rondom feitelijk handelen met taal slechts als instrument en niet als overheersende grondstof. Kale taal heeft al gauw iets hopeloos. Ik zie dan al te gauw een stalling vol luchtfietsen. Van 80 % van alle poëzie en fictie zakt mijn broek af maar ik wil het een ander niet afnemen.

Ik ‘verdenk’ taal er van mensen te bespelen, te mesmeriseren niet anders dan zoals muziek dat doet. We zijn evengoed klankkast, rechtstreeks ontvankelijk voor tempo en geluid, betekenisdrager los van semantiek zoals ook geur ons ‘domweg’ overvalt en vervult met gevoelens en betekenis. Geluid doet ons al iets zonder bewerking in de prefrontale cortex. Vrijwel ieder mens heeft muzikaal talent. Spreektaal schept zinnelijk samen zijn, fysiek, momentaan, plaatsgebonden en met beroering van veel meer dan alleen onze cognitie en dat ten goede of ten kwade. Menselijke stemgeluiden in reactie op elkaar hebben al gauw een effect, meestal verzoenend als een haardvuur. In taal gaat onafgebroken iets muzikaals schuil. De rol van taal beperkt zich niet tot het benoemen en ordenen van de fenomenen en informatie-overdracht. De latente emotionele functie van daarnet is niet minder van belang. We vinden er ontlading zoals in vloeken en schreeuwen, liederen en liederlijkheid en we verbinden ons door scanderen, protesten, kerkzang, dreigen, volksliederen en andere massageluiden, denk ook aan stadiongedrag.

Filosoferen, het rommelen aan bestaansvragen, komt bij voorkeur als handelen, in een doen, als gedrag en is dan geaard in handelingen zoals een vuur gebonden aan tijd en plaats. Analoog aan “hoe je moet schilderen dat kun je niet vertellen; dat kun je alleen maar schilderen”. Maar ook als goedbedoelde benadering van het ‘raadsel van ons zijn’ kan juist filosoferen niet om de ontgoochelende ledigheid van het menselijk lot heen. Op zijn best wordt aangetoond dat ’s mensens loosheid geen misantropie hoeft te brengen. We lullen ons er wel uit met behulp van de bias in ieders Kopfkino. Wij zijn niet slechts ons brein, veeleer ons hele lichaam dat openstaat voor lust en hunkert naar zelfbevestiging. En dat alles in actie, in tijdsverloop. Filosofie is veeleer als fitness, als een omgaan met fenomenen waartoe ook het eigen lijf en de eigen psyche behoren. Een doen dat in zichzelf toereikend, zelfdragend is, dat steun biedt aan menselijke wankelheid en zo onze belachelijkheid verhult.

Zierikzee,   2015